Een boek dat je helpt de Bijbel te lezen

2003-01-06
  • Jaargang 47
  • nummer 1
Regel jij bij de fysiotherapeut de skivakantie?
Vast niet! Toch kan het heel zinnig zijn om je eerst door de fysiotherapeut te laten begeleiden, voordat je naar de wereld van de sneeuw gaat.
Drs. H. de Jong is geen fysiotherapeut.
Hij is wel de schrijver van een boek dat ons helpt de Bijbel te lezen.
In zijn boek hoor je hem niet de Bijbel zo uitleggen dat je meteen weet hoe je christen kunt zijn in de wereld van vandaag.

Voor velen zal dat een teleurstelling zijn. Zij willen de Bijbel bij het openslaan direct kunnen toepassen, en verwachten van bijbelstudieboeken regelrechte aanwijzingen voor de dagelijkse praktijk.
Dit boek van De Jong is geen reisgids waarin je maar even een bepaalde bladzij behoeft op te slaan, om te weten hoe je in een concrete situatie onderweg kunt kiezen. Zijn boek helpt ons wel om zelf de Bijbel zo te gaan lezen dat we gaan zien waar we naartoe reizen, en wat er allemaal geregeld moet zijn, voordat we het reisdoel kunnen bereiken.

Dat is overigens wel een hoge pretentie: menen te kunnen schetsen hoe Gods weg door de tijden (geslachten) en plaatsen heen loopt.
De Jong presenteert een model dat het geheel van de Schriften (Oud en Nieuw Testament) overzichtelijk maakt.
Het model van de zandloper: vanuit de breedte naar het uiterst smalle midden, om daarna weer breed uit te waaieren. Van de volken en de wereld, via het volk Israël en het beloofde land, de stam Juda en Jeruzalem, David en de tempel / Sion, naar het snijpunt van het kruis (Jezus Christus als de Zoon van David en de plaats van het verzoenend offer), en dan weer via de godvrezenden, Samaritanen en heidenen naar de breedte van geheel de aarde.
Alleen al de grote hoeveelheid materiaal (OT en NT) en de enorme diversiteit van de teksten maakt zo'n model wenselijk om de rode draad te kunnen volgen. Maar tegelijk is er ook het gevaar dat jouw idee tot een dwangbuis wordt voor (de vele nogal uiteenlopende passages in) de Bijbel.
Wie dit boek leest, ontmoet een zeer overtuigde De Jong: uit welk boek van de Bijbel de teksten ook gelezen worden, het past precies in zijn model.
Het eerste hoofdstuk (een uitgebreide exegese van Psalm 132) heeft als aanhangsel een gang door vrijwel heel de Bijbel, waarbij onophoudelijk wordt aangewezen dat overal die rode draad te vinden is. Preciezer gezegd: twéé rode draden (die van Sion, de lijn van de plaatsen, en David, de lijn van de mensen).
Onvermoeibaar neemt de auteur ons in het tweede hoofdstuk (over het verbond) en het derde (over de verkiezing) mee langs vele bijbelgedeelten, om te laten zien dat het patroon werkelijk overal met de handen te tasten is.
Het vierde hoofdstuk is geheel aan Hooglied gewijd. Het is van oorsprong een bespreking, gehouden voor de TSB (Theologische Studiebegeleiding van de Ned.Geref. Kerken), van het boek van prof. drs. H.M. Ohmann over dit bijbelboek. Ook in dit wat aparte boek van de Bijbel worden de genoemde rode draden aangetroffen, aldus De Jong.
Kunnen we nu zeggen dat De Jong overtuigt?
Het is in ieder geval zo dat zijn visie niet alleen terug te lezen valt in een enkele bijbelpassage. Juist de veelsoortigheid van de bijbelgedeelten die hij noemt, is een sterk punt. Het is zeker opmerkelijk dat het niet alleen 'theologische' psalmregels zijn die hij naar voren schuift. Ook in heel persoonlijke psalmen, in de nood geboren, komen we de draden 'Sion' en 'David' tegen.
En de aandacht die hij vraagt voor de wijze waarop bv. het lied bij de Schelfzee over de tocht naar het beloofde land spreekt, is terecht.
In het tweede hoofdstuk biedt De Jong een zorgvuldige behandeling van de zgn. verbondsformules. Ik moest meer dan eens terugdenken aan de in januari j.l. overleden ds. W.G. Visser uit Utrecht, een groot Schriftgeleerde, van wiens inzicht in de Schriften we helaas maar heel weinig op papier hebben. Van hem herinnering ik mij o.a. dat ook hij meen-
bede dat de verbondsformules steeds meer toegesneden werden op de Here Christus.
De Jong attendeert op de onderscheiding en combinatie van de voorwaardelijke en onvoorwaardelijke aspecten van deze fundamentele verbondswoorden.
Dat levert niet alleen ontroerende passages op - wat kom je keer op keer onder de indruk van de overstelpende liefde, grondeloze barmhartigheid en grote wijsheid van de HERE!! – maar dat lijkt inderdaad een stevig fundament onder zijn visie.
Je kunt dat niet zomaar uitvlakken!
Het hoofdstuk over de verkiezing start met een verwijzing naar wat in vrijgemaakte kring (De Jong zegt: onze vrijgemaakte kring!) reeds te berde is gebracht.
Op waarderende toon wordt vermeld welke vorderingen daar zijn gemaakt; tegelijk wordt op kundige wijze bijbelstudie gepleegd naar de centrale woorden / woordgroepen in de Bijbel rond het thema verkiezing.
Een gang door de Schriften in dit hoofdstuk brengt heel veel gedetailleerd materiaal op tafel: het is een overvloed aan illustraties van de rode draden. Je raakt zo gefascineerd door deze rondgang dat het heel moeilijk wordt om te zeggen: De Jong stopt er eerst in wat hij later er weer uithaalt.
De vraag of het boek uiteindelijk overtuigt, kan dus nog niet beantwoord worden. Wel wil ik er een aantal opmerkingen over maken. Dat de auteur zeer overtuigd is, leest prettig.
Bovendien schrijft hij meer dan eens heel voorzichtig: 'althans mijn indruk bevestigt' en dergelijke uitdrukkingen.
Heel wat bijbelplaatsen die de revue passeren worden door degenen die niet zomaar met de visie van De Jong kunnen meegaan, niet of nauwelijks uitgelegd.
Met andere woorden: de ander is er vaak sneller mee klaar dan De Jong, die de Schrift tot in detail tot haar recht wil laten komen.
De volgende opmerking is deze: wie kritisch stelt, dat De Jong de Schriften aan zijn model onderwerpt, moet bedenken dat ieder bewust of onbewust de Bijbel op een bepaalde manier leest; bij De Jong is positief te duiden dat hij zich ervan bewust is, en zich er publiekelijk over verantwoordt.
Menigeen die 'de Schriften alleen laat spreken' is onbedoeld gevaarlijker bezig!
Overigens wil ik van mijn kant een vraag stellen bij het boek. Met name de middelste hoofdstukken benadrukken dat de HERE Zijn gang gaat door de geschiedenis, en dat Hij daarin doelgericht te werk gaat. De overgang van de Richterentijd naar David wordt uitvoerig beschreven. Terecht … maar hoe zit het met de figuur van Saul?
Deze vraagt klemt temeer wanneer je met De Jong (zie zijn boek De Twee Messiassen, 31 preken over het 1e boek Samuël, uit 1978) gelooft dat deze eerste koning van Israël van de HERE een eerlijke kans kreeg. Juist deze geschiedenis kan toch niet kort besproken worden, wanneer er - ook in 'onze' vrijgemaakte kring – veel aandacht voor is gevraagd. Vragen bij het berouw van God m.n. rond de figuur van Saul, en de leer van de verkiezing en verwerping zoals die traditioneel verstaan wordt in de Dordtse Leerregels … je zou er graag meer over lezen in dit boek, omdat het een behoorlijke testcase zou kunnen zijn voor het leesmodel.
Een verwerking van wat De Jong zelf eerder schreef … over Saul, over het berouw van God … ik kom daar ook op omdat in dit boek veel, heel veel verwerkt zit van wat eerder door de auteur gepubliceerd werd. TSB-lezingen, boekbesprekingen, lezingen voor l ' Abri, preekbundels, en de onafzienbare rij Opbouw-artikelen. Ik herkende veel, met bewondering, omdat het meer dan vijftig jaar de Schriften lezen zeer diverse bouwstenen heeft opgeleverd.
Het blijkt een prachtig geheel te zijn met onverwachte perspectieven.
Wie dit boek ter hand neemt, heeft dus in zekere zin het levenswerk van drs. H. de Jong in handen. Het geeft in ieder geval ook een goed beeld van De Jong als studiebegeleider in de bijbelse vakken in TSB-verband.
Dit boek lezend, kun je opnieuw nadenken over de vragen rond de opleiding van predikanten. Het eerste hoofdstuk geeft daar in ieder geval een aanzet voor. De middelste hoofdstukken (en in 't bijzonder de passages over voorwaardelijk en onvoorwaardelijk) bieden een originele bijdrage vanuit de Schriften over het thema van de toeëigening des heils, dat in de contacten tussen de christelijke gereformeerden enerzijds, en de vrijgemaakte en nederlands gereformeerden anderzijds aan de orde is.
Het hoofdstuk over het boek Hooglied is bijzonder: het was altijd al zo dat alleen de doorgaande lijn van het OT naar het NT bepalend was voor de wijze waarop dit bijbelboek gelezen mocht worden. Toch vinden we hier nog weer andere gezichtspunten, die van verstrekkende betekenis zijn voor o.a. de plaats die seksualiteit in het christelijke leven zou mogen hebben. In dit deel van het boek lezen we overigens ook iets over de verhouding overheid en huwelijk, wat tot nadenken stemt.
Ten slotte: ook wie niet kan instemmen met de hoofdlijn van dit boek, vindt heel wat bijbeluitleg die ook los van het centrale thema heel vruchtbaar kan zijn. In de talrijke kleine stukjes exegese, en in de excursen (is dat eigenlijk wel goed Nederlands?) verspreid door het boek (o.a. over de verbondsformule, Amos 9: 11-12, Jakob en Esau). Uit de uitweiding over Psalm 2 knippen we nog twee stukjes. Psalm 1 en 2 gaan over respectievelijk de wet en de profetie – daar zit heel wat aan vast!!
En de uitleg van het woord 'heden' in Psalm 2: deze sluit goed aan bij de be tekenis van het dikwijls veronachtzaamde maar juist uiterst belangrijke woordje 'eeuwige' in de Heidelbergse Catechismus zondag 9 ('de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus'). Verspreid door het boek vinden we ook een groot aantal eigen vertalingen van bijbelplaatsen, waardoor soms onverwacht nieuw licht valt op een oud woord.
Op het omslag staat aan de voorzijde een schilderij van Rembrandt (Het loflied van Simeon) en de titel van het boek met ondertitel afgedrukt. Van schilderij en tekst geldt: wie langer kijkt, ziet meer. Een compliment aan de uitgever!

Drs H. de Jong, Van oud naar nieuw – De ontwikkelingsgang van het Oude naar het Nieuwe Testament Kok Kampen, 2002 397 pag., ISBN 90 435 0607 9, Euro 27.90

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief