Pittige prediking..... wat is dat?

2003-01-06
  • Jaargang 47
  • nummer 1
In Opbouw 24 van 13 december jl schrijft ds Fred Blokhuis hoe de ervaringswereld van jongeren niet maatgevend kan zijn voor de prediking.
Juist het Woord doorbreekt van bovenaf onze gesloten wereld vol (menselijke) ervaringen. Hij pleit daarbij voor pittige prediking.
Ikzelf, als ‘jeugdwerker’, zou eigenlijk de prediking als achterhaald beschouwen schreef Fred. En, zoals ik gezegd heb in verschillende media: ‘Ik zit vaak bij de one-man-show met gekromde tenen.’ Ds. F. Gerkema gaf een aantal weken eerder zelfs aan dat ik dan ook nog eens weinig ‘show’ zal ervaren. Beschouw ik de preek dan als achterhaald? Het geloof is toch uit het horen? En het woord dat gepredikt wordt is toch dé kracht tot behoud? Jezus is Zélf het Levende Woord… Pittige prediking… wat is dat? Omdat Fred graag schouder aan schouder met de jeugdwerkers wil staan, bied ik hierbij een bescheiden schouder aan.

Laat ik duidelijk zijn; Ik onderschrijf van harte de roep om pittige prediking.
Graag in heavy doses. Maar dan wel een preek die landt in een ontvankelijk hart.
Vandaan mijn pleidooi om ervaringen als uitgangspunt te nemen in de eredienst.
Graag zou dit, gezien het onderwerp, aan de hand van 3 punten willen doen

• Het ontvankelijke hart

• De vraaggerichte preek

• De behoefte te delen in het hier en nu

Het ontvankelijke hart
Mark van der Woude doet in Joel News (http://www.joelnews.org/news-nl/nl-109.htm regelmatig verslag van sociologisch onderzoek en toepaste resultaten.
Van hem de typologie ‘mozaïek generatie’.
Deze jongeren denken niet lineairlogisch (zoals wij…) maar veel meer cyclisch-mozaïstisch.
Uitgewerkt voor de verkondiging van het evangelie betekent dat onze generatie moet leren te denken en te praten in de taal van jongeren.
Hieronder een (door mij ingekort) schema waarin dit denken is weergegeven.
Wanneer de preker geen waarde hecht aan het gegeven dat deze generatie dus eerst wil ervaren, en dan pas uitleg wil, wordt er al een plank misgeslagen.
Als de stijl vervolgens formeel is slaan we als kerk opnieuw pijnlijk mis. Tot slot lijken we als gereformeerden een afkeur te hebben voor het organische, springerige en interactieve tijdens een kerkdienst. Ondanks de goed bedoelde preek is de jongere begonnen aan zijn of haar actieve niet-luisteren tijdens de preek.
Pittig preken kan wel degelijk. Met daarbij de ervaring als uitgangspunt.
Een prachtig voorbeeld hoe een (k)oude kerkbank (met excuus aan de meelezende koster die zijn kerk wel goed verwarmd) zich uitstekend leende voor ervaringsgericht onderwijs is te lezen in het boek ‘De wereld van Sofie’ door J. Gaarder.
De filosoof tracht aan een puber uit te leggen wat de middeleeuwen voor donkere tijden waren.
Hij nodigt de jonge meid uit om in een kerk te komen, ‘s morgens om 4 uur.
Het meisje treft een doodstille, koude, donkere kerk met alleen een als monnik geklede man die het meisje opwacht.
Dan zitten ze samen in een bankje.
Stil.
Luisterend.
De kou en hardheid voelend.
En dan legt de man na verloop van tijd iets uit.
Dat zo dus middeleeuwen ‘aanvoelen’ Als om 4 uur ‘s morgens in de geschiedenis de Middeleeuwen beginnen, dan is vanmiddag om 16 uur pas enige verlichting op komst….
De jonge meid gaat vol vragen in haar hoofd de kerk uit… geprikkeld, uitgedaagd.
Ze wil vervolgens meer weten van deze tijd… Ze is er de hele week mee bezig.
Onze kerkdienst moet, denk ik, veel meer afgestemd worden op het ontvankelijke hart. Nog voordat de preek begint.
Eind november 2002 vond op De Bron in Dalfsen de jaarlijkse conferentie ‘Muziek in de Gemeente' plaats. De aanwezigen konden horen en ervaren dat een verhaal, een preek, een getuigenis, hoe mooi en goed bedoeld, pas kans van slagen heeft als het hart ontvankelijk is. De muzikanten die een dienst begeleiden hebben daarin een meer dan dienende rol. Allereerst zouden zij een eigen open relatie met God moeten hebben en zich geleid weten door Zijn Geest. Ook zouden deze muzikanten het verdienen dat zij ten behoeve van het Woord een goede begeleiding en opleiding krijgen.
Daarnaast dienden zij spelend, kijkend en luisterend te ervaren hoe de Geest hen wil gebruiken om snaren te raken (letterlijk!) die mensen hun hart doen openen. Evident voor elke jeugdwerker is het gegeven dat muziek harten raakt.
En opent.
Helaas is het kerkorgel een klinkend symbool van die andere oude manier van denken en ervaren.
Een predikant die een paar prachtig passende tekstregels vindt in de oude schat van de Psalmen moet niet vreemd opkijken dat bij de tweede regel van couplet twee de jongere geheel op de automatische piloot de regels mee prevelt. Als hij al zingt.
Een tienerhart gaat hier helaas nauwelijks van open staan. (Ik durf zelfs een beetje te stellen dat bij menige jongere het
tegenovergestelde plaats vindt) Probeer dan nog maar eens een preek te laten landen…

De vraaggerichte preek
Ook de EO publiceerde net voor 2000 onder de titel ‘generatie search’ een verslag van een onderzoek naar (religieuze) jongeren en hun cultuur.
Ik noem enkele cijfers: (nu al weer sterk gedateerd!!) 90 % heeft een mobiele telefoon.
45% verstuurd dagelijks SMS (binnenkort: veel meer info/entertainment per SMS. mobiele telefoon = niet bellen. Dat is ‘24 hours connected with my friends’) 85% heeft toegang tot internet, 40% dagelijks 66% speelt computergames 98% heeft e-mail 46 % chat regelmatig tot dagelijks 50% van 16-17 jarige meisjes slikt de pil 1e seksuele ervaring hebben meisjes bij gemiddeld 14,4 jaar Bij jongens is dit gemiddeld op 15,2 jarige leeftijd.
54% van alle ouders vinden bij elkaar slapen geen probleem 50% van de jongeren ziet overspel niet als noodzakelijk breekpunt voor een relatie 1 op de 7 meisjes is seksueel misbruikt 1 op de 20 jongens is seksueel misbruikt 1 op de 3 jongeren rookt Het aantal jongeren dat 1-5 keer dronken is PER WEEK, is nu 22% 9% gebruikt cannabis er zijn 13.000 zelfmoordpogingen per jaar 35.000 jongeren krijgen te maken met echtscheiding 75.000 jongeren wordt thuis mishandeld 35.000 jongeren lopen weg van huis 385.000 worden zo gepest dat ze niet meer naar school willen De lezer van Opbouw zal hierboven een aantal zaken zien staan die ‘in deze tijd’ spelen, maar zich wellicht afvragen of dit nou ook voor de jongere in de kerk geldt.
Nog los van het antwoord op de vraag of de jongere dat aan eigen lijve ervaart,( mijn persoonlijke antwoord luidt: ‘Ja, natuurlijk geldt dit grotendeels ook voor kerkjeugd) wil ik stellen dat de dagelijkse realiteit om de jongere heen wel degelijk dit beeld geeft.
‘Maar waarom al deze bagger als uitgangspunt van de preek?’ zult u mij vragen.
Wel. Het moet geen uitgangspunt zijn van de preek. De verlossende redding door Jezus moet uitgangspunt zijn.
Maar startpunt moet wel degelijk de belevingswereld zijn. Anders is de jongere bij voorbaart afgehaakt.
Wanneer pas aan het eind van de preek de toepassing voor het dagelijks leven blijkt, zal de jonge luisteraar zich niet realiseren dat er ook tegen hem gesproken is.
Die jongere is bezig met zijn mobiele telefoon en vraagt zich af welke meiden er straks mee gaan koffiedrinken na kerktijd. (dit in het gunstigste geval, want je denkt dan net zo snel terug aan die meid die gisteravond zo leuk op de bar danste terwijl ze zo aangeschoten was…) Terwijl de predikant het rijke Woord verkondigt en al parafraserend de tekst nog eens doorloopt telt de volgende opgroeiende puber voor de 40ste keer dit jaar de lampen in het plafond en de hoeveelheid stenen in het schoon metselwerk.
Goede kennisoverdracht vindt namelijk plaats daar waar de (levens)vraag van de jongere beantwoord wordt.
Al 9 jaar geef ik catechisatie en als ik 1 ding geleerd heb, is het dat ik pas vragen moet beantwoorden wanneer ze gesteld worden. Niet eerder.
De uitdaging voor de catecheet is dat hij of zij jonge mensen prikkelt de juiste vragen (aan hem) laat stellen.
Pas dan is er een open en nieuwsgierige betrokkenheid bij de jongere.
Immers, zijn of haar eigen vraag staat nu centraal. Als de christelijke boodschap niets te maken lijkt te hebben met je eigen realiteit, gedogen veel jongeren het, in plaats dat ze zich er door laten voeden.
Dit geldt hetzelfde voor een preek.
Jonge mensen willen de prediking wel scherp hebben. Pittig. Heerlijk is het om duidelijk te horen wat je nodig hebt in het dagelijks leven. Hoe je geloof kracht geeft in de strijd op school.
Een boekje als ‘Christendom onwijs’ zou verplichte preekstof moeten zijn.
In dit boekje schrijven christen hoogleraren en professoren in begrijpelijke taal de antwoorden op de vragen van vandaag. Ieder in zijn eigen vakgebied.
Jonge mensen lezen er het antwoord op de vragen die hun leeftijdsgenoten stellen in de komende week. Bij biologie.
Bij natuurkunde en in de kroeg.
Wanneer predikanten hun eigen idee (een prekenserie over Filippus is wel origineel) als uitgangspunt houden) wordt er begrijpelijkerwijs niet altijd vòòr, maar vaak tègen de toehoorder gepreekt.
Probeer dan maar eens pittig te zijn (in hun oren, ogen en hart)

De behoefte te delen in het hier en nu.
Helaas weten veel predikanten de valkuil van de ‘grote woorden’ niet te vermijden.
En die grote woorden zijn een beetje uit… Wat gevraagd wordt is de menselijk maat. De ‘kleine grote’ woorden. De eigen ervaringen. En vooral jouw verhaal en mijn verhaal.
Jonge mensen zijn sterk gericht op echtheid.
En als jongeren iets van je aan moeten nemen willen ze toch wel eerst graag weten wie jij bent, waar jij voor staat en gaat. Hoe echt en waarheidsgetrouw ben jij?
Geen dogma wat bijbeltechnische helemaal klopt en goed onderbouwd is, maar juist eerst de waarheid van dat vertelde verhaal voor jou.
Waarom geldt het dan? Waarom is het echt? Wat kan ik er mee? Hoe voelt het?
En onze traditie van preken is daar, met alle respect, niet zo sterk in.
Wat zou het goed zijn om ‘preektijd’ in te ruimen voor getuigenissen en ervaringen van volwassenen en jongeren rondom het gestelde thema.
Ervaringsdeskundigen, die kunnen verklaren dat Gods Geest voelbaar was, dat het vertrouwen je erdoor sleepte enz enz. Dit doet het veel en veel beter dan de dominee die exact hetzelfde zegt over persoon x in situatie y te z. Laat die persoon zelf onderdeel zijn van de pittige preek.
Sterker nog: een beetje pittige preek laat zelfs ruimte over voor de bijdrage van de jongere.
Direct, interactief, na afloop, maar het liefst mee voorbereid door een jongere die (zie daar!) als hij mag en uitgedaagd wordt opeens ook heel veel weet van de situatie van Filippus.
Hij bleek namelijk op school ook iemand uitgelegd te hebben wat ‘kerst evangelie’ betekende.
En hij bleek de enige in zijn klas te zijn die het evangelie verkondigde tussen alle ‘moren in het land…’ De bemoedigende woorden van de gemeente leden (jong en oud) maakte deze prediking pittig.
Gekruid.
En bovenal zegenrijk.
Er waren jongeren die na afloop vroegen waar de preek de volgende week over zou gaan. Vervolgens boden ze spontaan hun hulp aan…

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief