‘Ik ervaar haar meer dan dat ik haar begrijp’

2009-09-11
  • Jaargang 53
  • nummer 18
Jim Schilder, voormalig journalist bij HP/De Tijd en van Vrijgemaakte komaf, is Rooms-katholiek geworden. In het Nederlands Dagblad van 20 juni vertelt hij over het geestelijk proces dat hij heeft doorgemaakt. Ik licht er enkele citaten uit.

‘Als ik een open kerk tegenkwam, moest ik er even naar binnen. … Daarbij richtte ik me onwillekeurig op God. Want ja, het was wel zijn plek. De kerk is zijn huis en ik werd steeds gevraagd binnen te komen. … Het waren bijna uitsluitend katholieke kerken die ik binnenliep. Ik had geen enkele aandrang naar een protestantse kerk te gaan. Die vind ik leeg. Daar is niemand thuis. Het is een soort verenigingsgebouw. Maar in een katholieke kerk had ik het gevoel dat er iemand woonde. En dat terwijl ik nauwelijks bekend was met het fenomeen van de transsubstantiatie. … De Nicolaaskerk in Amsterdam was bij mij in de buurt en toen moest ik wel eigenlijk. Alles viel op zijn plek. Ik zag het altaar en ik dacht: ja, daar gebeurt het. “Doe dit tot mijn gedachtenis”. Daar is Hij. Daar is Christus. Een overdonderende ervaring. Hij is tegenwoordig en je kunt je letterlijk aan hem vastgrijpen. “Hier ben ik. Kom naar mij toe, neem Mij en verbind je met Mij.” Dat is de eucharistie. Iedere keer weer.’

Mysterie
Jim Schilder is niet de enige (ex-)gereformeerde, die aantrekt op het Rooms-katholicisme. De eucharistieviering, waarin het mysterie beleefd wordt van Christus’ aanwezigheid, oefent aantrekkingskracht uit op die protestantse christenen die hun eigen traditie te praterig vinden. Omgekeerd zijn er veel gereformeerden die zo weinig hebben met het avondmaal, dat ze liever een goede preek horen. Zo lijken de kaarten eens en voorgoed geschud: het Rooms-katholicisme met zijn sacramentele benadering van Gods heil staat tegenover de protestantse overtuiging dat God zich laat vinden in het Woord. Het boeiende is nu, dat deze beeldvorming niet teruggaat op Calvijn. In dit artikel wil ik de stelling uitwerken, dat Calvijns theologie reden geeft om véél van Christus aanwezigheid in het avondmaal te verwachten. Juist als het over het avondmaal gaat staat hij dichter bij de Rooms-katholieke traditie dan vaak wordt gedacht. Geen misverstand: hij rustte niet voordat het altaar uit de kerk verdreven was en van de transsubstantiatieleer liet hij niets heel. Dat wil zeggen: hij vond het een verfoeilijke dwaling om te denken, dat het avondmaalsbrood verandert in het lichaam van Christus op het moment dat de priester de instellingswoorden uitspreekt. Maar dat Christus zelf in het avondmaal aanwezig is, staat voor hem vast. Calvijn noemt dat een ’heilige verborgenheid’ en zegt daarover veelbetekenend: ‘Ik ervaar haar meer dan dat ik haar begrijp.’ Even zo goed heeft hij veel over dat geheim nagedacht. Daarbij ging het hem er niet om het in zijn greep te krijgen, maar om misvattingen te bestrijden die het dreigden aan te tasten. Hij heeft daarbij dingen opgemerkt gezien die het waard zijn om hier voor het voetlicht te halen.

Het werk van de Heilige Geest
Daartoe knoop ik aan bij de woorden die Jim Schilder wijdt aan het moment dat hij in de Nicolaaskerk het altaar zag: ‘Ik dacht: ja, daar gebeurt het. ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’. Daar is Hij. Daar is Christus.’ De Zwitserse reformator Zwingli heeft met die gedachte korte metten gemaakt. Zijn argument: Christus troont in de hemel, waar Hij zit aan Gods rechterhand. Dat Hij alle dagen met ons is (Matteüs 28:20) moet geestelijk worden opgevat: net als zijn hemelse Vader (Psalm 139!) is Christus in zijn goddelijkheid alomtegenwoordig. Maar in zijn menselijke ’grijpbaarheid’ is onze Heer Jezus slechts op één plaats: in de hemel. Daarom kan er geen sprake van zijn dat Hij op een geheimzinnige manier aanwezig is in het avondmaalsbrood. Naar Zwingli’s opvatting is de avondmaalsviering een menselijke actie: de gelovigen denken vol dankbaarheid aan de dood van Christus, geholpen door de symbolen van brood en wijn. In de praktijk van het gereformeerde leven heeft deze nuchtere benadering zich veelal doorgezet. Maar Calvijn vindt dat Zwingli te kort door de bocht gaat. Dat heeft voor hem te maken met het werk van de Heilige Geest. Dat Christus in zijn menselijke ‘grijpbaarheid’ in de hemel is en nergens anders, geeft hij grif toe. Maar dat is niet het hele verhaal. Immers, volgens Johannes 14:17, 18 zet de Heilige Geest Christus’ aanwezigheid op aarde voort. Het is de Heer zélf, die na zijn hemelvaart tot zijn discipelen terugkeert in zoverre de Geest in hen woont. Die aanwezigheid kan volgens Calvijn niet concreet genoeg worden voorgesteld. Want als er één ding typerend voor de Heer is, dan is het zijn concrete inzet voor ons mensen: Hij heeft zijn leven voor ons gegeven, zijn lichaam en bloed. Dat Christus door de Geest nog steeds bij ons is, stelt daarom alleen iets voor als die concrete inzet van liefde telkens opnieuw werkelijkheid voor ons wordt. En dat is nu precies wat aan het avondmaal gebeurt! Dat leest Calvijn in Johannes 6: God voedt ons daar met het lichaam en bloed van Christus (vers 53, 54). Calvijn weet best dat Jezus hierbij spreekt over het ‘geloven in Hem’: Hem ‘opeten’ = geloven in Hem, vergelijk vers 35, 40, 47 met vers 51, 53, 54 en 57. Maar bij de avondmaalsviering wordt wel op een bijzondere wijze uitgebeeld, dat de gelovige die tot Christus komt het brood ontvangt dat leven geeft. Zeker, ook bij het eten van het brood en het drinken van de wijn komt het op geloof aan. Het avondmaal ‘werkt’ niet automatisch. Het heilswerk van Christus zit niet om zo te zeggen ‘opgesloten’ in brood en wijn. Juist bij het avondmaal spoort Calvijn er dan ook toe aan, om op te zien naar de hemel, waar Christus is. Sursum corda – de harten omhoog! En toch: als je érgens ‘contact’ kunt maken met de genadige liefde van de Heer in de hemel, dan bij brood en wijn. Dat is het geheim van de Geest. De Geest benut die heel concrete substantie ‘brood’, om een mens in contact te brengen met Christus, die het brood is dat leven geeft. Daarom zal Calvijn niet ontkennen wat Jim Schilder zegt: ‘”Doe dit tot mijn gedachtenis”. Daar is Hij. Daar is Christus.’

Proeven en genieten
Maar hoe zit het dan met die gereformeerde, die niet zo veel ‘heeft’ met het avondmaal en veel eerder geraakt wordt door de liefde van de Heer bij het beluisteren van een goede en indringende preek? Wel, laat eerst gezegd worden dat het tot de grote ontdekkingen van de Reformatie behoort, dat God in contact met ons wil treden door middel van de prediking van het evangelie. Een preek is veel meer dan een menselijke beschouwing over een Bijbelgedeelte; als er gepreekt wordt wil God zelf het woord nemen en ons hart aanspreken. Als de Bijbel echt open gaat, horen wij de stem van de Goede Herder! Daar bidden we dan om in de kerkdienst, voordat de dominee begint te preken: ‘Heer, uw boodschap staat geschreven, ons ten leven, maak uw schrift het levend woord.’ (Gezang 329:2). Wie altijd dacht dat Calvijn dit de kerk op het hart heeft willen drukken, heeft groot gelijk. Er is dan ook veel discussie geweest over de vraag, of het avondmaal volgens Calvijn nog wat toevoegt aan de prediking van het evangelie. Nu zijn er aanwijzingen dat dat inderdaad het geval is. Dat heeft ermee te maken dat hij zoveel belang hecht aan het concrete van Christus’ inzet voor ons. Calvijn was er vast van overtuigd, dat wij de geweldige liefde van God vóór alles gewaar worden wanneer wij onder de indruk komen van dat zo tastbare offer van Christus aan het kruis. In de ontmoeting met de goede God zit niets zweverigs. Integendeel: wij worden daarvoor met beide voeten stevig op de grond gezet. God haalt ons voor het eeuwige leven niet naar een plek ver boven de wolken, maar zaait het uit op aarde, schrijft Calvijn naar aanleiding van Johannes 6:51. Anders dan de populaire beeldvorming suggereert, weerhield zijn oriëntatie op het eeuwige leven hem er niet van om het aardse leven serieus te nemen. Zo schrijft hij in de inleiding op zijn commentaar op het boek Genesis: ‘Voor onze ogen ligt heel de schepping uitgespreid. Onze voeten staan op Gods aarde, onze handen betasten zijn werken, wij ademen de zoete lucht in van kruiden en lieflijke bloemen, wij hebben plezier in het genot van de mooiste dingen. Maar onzichtbaar rust in deze waarneembare dingen de oneindige wijsheid, macht en goedheid van God.’ Alle zintuigen doen dus mee, als het erom gaat God in deze wereld te ontmoeten. Daarom klopt er iets niet, als je in de kerk enkel en alleen je oren nodig hebt! Daarom ook voegt het avondmaal wel degelijk iets toe aan de verbale verkondiging van het evangelie. Want aan de tafel van de Heer heb je behalve het gehoor ook het zintuig van de smaak nodig: daar kun je Gods goedheid letterlijk ‘proeven en genieten’ (vgl. Psalm 34:9). Dat is voor Calvijn belangrijk geweest; hij geloofde dat de Heilige Geest van die zintuiglijke gewaarwordingen gebruik wil maken om ons hart te treffen met het evangelie. Dat verklaart waarom sommige christenen bij het avondmaal meer worden aangesproken dan andere. De ene mens is nu eenmaal gevoeliger voor beeldtaal dan de andere.

God houdt bij ons zijn hof
Toch zullen aanleg en culturele vorming niet het laatste woord mogen spreken als het gaat om de waardering van het avondmaal. Calvijn verschilde niet van mening met Zwingli op psychologische gronden. Het ging hem om de essentie van het avondmaal: is dat inderdaad ten diepste een uiting van menselijke dankbaarheid, of komt de Heer zelf daarin met zijn genade naar ons toe? De argumenten van Calvijn overwegend, houd ik het erop dat dat laatste geval is. Maar dan is er reden om kritisch naar onze eigen gereformeerde omgang met het avondmaal te kijken, al helemaal als we horen hoe mensen als Jim Schilder voor het geheim van Christus’ aanwezigheid aantrekken op het Rooms-katholicisme. Als ik hem de protestantse kerk hoor typeren als een ‘verenigingsgebouw’, voel ik mij aangesproken. Ik weet wel: het zit ‘m niet in het gebouw. Maar ik herken wat hij zegt in die zin, dat in veel kerkdiensten de mensen zo buitengewoon nadrukkelijk aanwezig zijn. Wat mij betreft mag het besef wel wat sterker worden, dat God Zélf ons in de kerk wil opnemen in zijn heilige aanwezigheid. Jan Willem Schulte-Nordholt drukt het prachtig uit in Gezang 319:4:
In woord en doop en avondmaal
houdt Hij bij ons zijn hof.


Daarop volgt dan de ontroerende strofe die bij uitstek past bij het moment, dat Christus’ gemeente wordt uitgenodigd om de maaltijd van de Heer te vieren:
Looft God, die ons aan tafel vraagt,
loof bruid, uw Bruidegom.
Ik loof U die mijn leven draagt,
o lieve God, ik kom.


Het is aan mede Calvijn te danken dat de protestantse kerk zo is gaan zingen. Laat het ons aansporen het avondmaal te vieren in eerbiedige verwondering over een geheimenis, dat zich meer laat ervaren dan begrijpen.

Dr. Ad van der Dussen is kerndocent systematische theologie bij de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant van de NGK van Eindhoven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief