Matroesjka universum?

2009-09-11
  • Jaargang 53
  • nummer 18
U kent ze waarschijnlijk wel, die prachtig beschilderde, Russische popjes die je kunt openmaken en dan blijkt er weer een popje in te zitten, soms wel tien in elkaar. Matroesjka’s worden ze genoemd. Daaraan moest ik denken bij het boek van prof. Jacob Klapwijk over emergente evolutie waarmee hij wil laten zien hoe evolutie en Bijbels scheppingsgeloof te integreren zijn. Een boeiend en diepgravend boek.

Gelaagde werkelijkheid

Centraal staat de ervaring dat de werkelijkheid als het ware gelaagd is en bestaat uit allerlei ‘werelden’. Om te ontdekken wat Klapwijk bedoelt, kijken we naar onszelf. Als enige soort heeft de mens het vermogen om logisch te denken, om goed en kwaad te onderscheiden, en dergelijke. Bij al deze mentale vermogens gebruiken wij onze hersenen, maar toch is bijvoorbeeld de inhoud van een gedachte niet af te lezen uit de toestand van onze hersenen. Meer nog, de wetmatigheden voor het (logische) denken en de morele wetten, zijn niet te herleiden tot fysiologische wetmatigheden die gelden voor hersenneuronen. Deze neuronen zijn cellen die opgebouwd zijn uit macromoleculen. Opnieuw leert de ervaring dat de wetten die gelden voor neuronen niet volledig af te leiden zijn uit de biochemische wetten die gelden voor moleculen. Bijvoorbeeld de wetten voor celdeling, de stofwisseling en de DNA-code zijn niet volledig te herleiden tot de biochemie van de moleculen.
Het plaatje dat Klapwijk met zijn filosofie van emergente evolutie voor ogen roept is dit: steeds weer zijn er nieuwe zijnsniveaus (of organisatieniveaus) opgekomen – geëmergeerd – uit andere. Uit de elementaire deeltjes zijn atomen geëmergeerd, daaruit moleculen en vervolgens macromoleculen. Deze drie samen noemt hij het fysisch-chemische zijnsniveau of domein. Met een ‘domein’ bedoelt hij een deel van de werkelijkheid waar eigensoortige wetmatigheden gelden, die niet te herleiden zijn tot de wetmatigheden van het onderliggende niveau of domein, hoewel ze wel daarop gebaseerd zijn.1) Dit onherleidbaar zijn van wetmatigheden is de kern van de emergentie gedachte en daarmee keert Klapwijk zich tegen de gangbare evolutionistische filosofie dat alles uiteindelijk te herleiden, te reduceren zou zijn tot fysisch-chemische verschijnselen. Emergente evolutie stelt dat dit onjuist is en strijdig met de ervaring.
Klapwijk onderscheidt naast het fysisch-chemische domein: het biotische van de eencellige organismen; het vegetatieve van de meercellige algen, planten en dergelijke; het sensitieve domein van dieren met neuronen en zintuigen; en tenslotte het mentale domein van zelfbewustzijn, redelijk denken en moreel besef. Die verschillende domeinen omhullen elkaar als het ware als de schillen van een ui, of zoals de poppetjes van een Matroesjka. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat het ‘buitenste’ mentale domein gebaseerd is op alle ingesloten domeinen – en dus ook op het fysisch-chemische – maar ook dat elk domein een eigen ‘wereld’ vertegenwoordigd met eigensoortige wetmatigheden. Bovendien brengt het emergentie-model tot uitdrukking dat het functioneren van bijvoorbeeld een cel van invloed is op de chemie van de moleculen in de cel.

Emergente evolutie

Dit Matroesjka-model gebruikt Klapwijk om de evolutie een plaats te geven binnen het Bijbelse spreken over schepping. De verschillende domeinen zijn in de loop van de geschiedenis geëmergeerd – uit onderliggende domeinen voortgekomen – langs de weg van de evolutie. Maar welke krachten hebben die nieuwe domeinen doen emergeren? In navolging van Augustinus beschouwt Klapwijk de tijd als een geschapen grootheid. Daarom ziet hij de tijd als een proces van ontsluiting van al het potentieel dat God in zijn schepping gelegd heeft. Gods scheppingswerk ziet hij dan ook uitsluitend aan het begin van het universum. In de loop van de geschiedenis van het heelal en de aarde werden de verschillende domeinen werkelijkheid in concrete dingen, zoals bijvoorbeeld bacteriën die tot het biotische domein behoren. Maar net zoals de poppetjes van de Matroesjka niet in willekeurige volgorde in elkaar passen, zo kunnen de zijnsniveaus alleen in bepaalde volgorde emergeren en dus is er een ontsluitingsvolgorde. Daarom is de evolutie niet op een willekeurige manier verlopen, maar in grote lijnen volgens de bedoeling van onze Schepper. Vandaar de titel: Heeft de evolutie een doel? Ja dus. En toch is speelruimte in de evolutie, omdat niet de biologische structuren zelf vastliggen, maar de niveaus van emergentie.

Evaluatie

Prof. Klapwijk heeft een boeiend boek geschreven, dat echter wel wat moeilijk is om te lezen. Niet omdat hij slecht schrijft, in tegendeel, maar de materie is nogal ingewikkeld en vraagt wel een redelijke voorkennis. Hij heeft mijns inziens een krachtige en veelomvattende filosofie ontwikkeld tegenover het naturalistische denken, dat beweert dat het leven en de menselijke geest ‘niet anders’ zijn dan deeltjes en energie. Klapwijk heeft zijn inzichten biologisch goed gefundeerd mede door de samenwerking met een bevriend bioloog. Theologisch gezien vind ik zijn ideeën over de schepping niet zo stevig onderbouwd. Voor hen die niet terugdeinzen voor een stukje goed geschreven filosofie is dit boek zeer aan te bevelen.

Klapwijk, G. (2009). Heeft de evolutie een doel? Over schepping en emergente evolutie. Uitgeverij Kok, 313 pag., € 24,95.

1) Hiermee sluit Klapwijk aan bij de filosofie van Herman Dooyeweerd. Vergelijk Uko Zylstra, Beweging 2005-4, Een alternatief voor Intelligent Design en evolutiebiologie.

Dr. ing. Rolie Barth is sinds 2004 predikant na een loopbaan van ruim dertig jaar in het kernfusieonderzoek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief