Stemmen uit de wereldkerk
2009-09-11
Het vorige artikel schetste het besluit van de NGK Utrecht om de ambten van ouderling en diaken open te stellen voor gemeenteleden in een homoseksuele relatie. In vervolg daarop verwoord ik nu mijn moeite met dit besluit.- Jaargang 53
- nummer 18
Met de uitspraak dat ook samenlevende homo’s ambtsdrager kunnen zijn, verwijdert de NGK Utrecht zich van wat in de wereldwijde evangelikale beweging1), waar onze kerken deel van uitmaken, als bijbelse lijn wordt gezien. In de evangelikale wereldkerk is het openstellen van de ambten voor samenlevende homo’s een sjibbolet: niet omdat het over seks gaat of omdat (homo)seksuele zonden als een soort topzonden worden gezien, maar omdat over vrijwel de volle breedte van de evangelikale beweging in de wereld de overtuiging leeft, dat Gods Woord geen ruimte geeft om samenlevende homo’s ambtsdrager te laten zijn.
Wat mij treft is dat blanke en gekleurde kerken, behoudende en vernieuwingsgerichte kerken wereldwijd daarin één lijn trekken. Ze verschillen soms van mening over de uitleg en toepasbaarheid van de diverse ‘homoteksten’ in de bijbel, maar zijn praktisch unaniem in de overtuiging dat in de bijbel de seksuele gemeenschap is ingebed in de huwelijksrelatie van man en vrouw. En dat daarom elke seksuele omgang, dus ook die van mannen met mannen en van vrouwen met vrouwen, buiten die beschermde ruimte in strijd is met Gods wil voor het mensenleven.
Tom Wright
Ik noem hier twee stemmen uit deze wereldwijde evangelikale beweging. Allereerst die van Tom Wright, Anglicaans bisschop en gerenommeerd hoogleraar Nieuwe Testament. Recent hekelde hij in The Times het besluit van de Amerikaanse Anglicanen om de ambten open te stellen voor samenlevende homo’s. ‘De brede christelijke traditie is altijd tegendraads geweest, zowel tegen de cultuur als tegen ons gevoel. Onze zelfgerichte genen hunkeren naar allerlei seksuele mogelijkheden. Maar joodse, christelijke en moslimleiders hebben altijd geleerd dat een levenslange man-vrouw-verbintenis de juiste bedding is voor seksuele gemeenschap’, aldus Wright. ‘Oud en modern heidendom hebben dit geloof en deze ethiek altijd belachelijk en ongeloofwaardig gevonden. Maar het bijbels getuigenis op dit punt is niet beperkt tot een paar verzen van Paulus. In Jezus’ strenge afwijzing van seksuele zedeloosheid hebben zijn hoorders zonder twijfel een duidelijke afwijzing gehoord van alle seksueel gedrag buiten het huwelijk. Dat is ook geen kwestie van ieders 'persoonlijke antwoord op de Schrift', maar de uniforme leer van de Bijbel als geheel, van Jezus zelf en van de hele christelijke traditie’. Naar het oordeel van Wright betekent de weg die de Amerikaanse Anglicanen gaan, een breuk met de rest van de Anglicaanse kerkgemeenschap.
In een interview met een katholiek tijdschrift (National Catholic Reporter, mei 2004) zet Wright het scherp neer: ‘Een christelijke ethiek die trouw wil zijn aan de Schrift, kan homoseksueel gedrag niet goedkeuren’. Zowel de Grieken als de Romeinen in Paulus’ tijd kenden volgens Wright wat men vandaag beschouwt als een langdurige stabiele relatie van twee mensen van hetzelfde geslacht. ‘Dat is geen moderne uitvinding. Ze wisten in de eerste eeuwen net zoveel van de homoseksuele praxis als we vandaag weten’. Hij verwijst de gedachte dat in Paulus’ dagen homoseksuele relaties altijd een kwestie waren van exploitatie van jonge jongens door oudere mannen of van tempelprostitutie, naar het rijk der fabelen. Elders beroept hij zich daarvoor op de diepgravende studie van de vrijzinnige theoloog Robert Gagnon, The Bible and Homosexual Practice: Texts and Hermeneutics. ‘Je kunt niet zeggen: Paulus wist niet wat wij wel weten. Je kunt alleen zeggen: Paulus vond dit of dat, en daar ben ik het niet mee eens. Maar dan hebben we het dáárover: over hoe de kerk omgaat met het gezag van de Schrift’.
Met een beroep op Romeinen 14 om homoseksuele relaties te accepteren heeft Wright grote moeite. Van Paulus’ pleidooi om elkaar temidden van grote verschillen in de gemeente als broeders en zusters te aanvaarden, kun je geen tolerantieprincipe maken, dat over de hele linie toepasbaar is. ‘Dat doet Paulus zelf ook niet. Er zijn veel onderwerpen waarvan Paulus zegt: Hier kun je geen twee meningen over hebben. Zó is het en niet anders. Als mensen een andere weg kiezen, vervreemden ze zich van de gemeenschap van de kerk’.
Nieuwe schatten
Wie is Tom Wright? Een conservatief theoloog die bijbelteksten bij voorkeur gebruikt om traditionele opvattingen te bevestigen? Totaal niet. Wright is een open en beweeglijke theoloog, voortdurend gespitst op de vraag: wat zegt de bijbel echt? Altijd in de weer met nieuwe bijbelexegeses die regelmatig een bom leggen onder lang gekoesterde opvattingen. Een Schriftgeleerde naar het woord van Jezus die voortdurend nieuwe schatten uit zijn voorraadkamer te voorschijn haalt. De laatste jaren zijn Wright’s bijbelcommentaren in Nederland populair geworden: niet in behoudende kerken, maar juist daar waar men graag het traditiestof van de bijbel afblaast. Met zijn nieuwe exegese van de Nieuwtestamentische teksten over de man/vrouw-verhouding heeft hij de afgelopen jaren dynamiet gelegd onder het nee tegen de vrouw in het ambt.
First CRC Toronto
Het tweede voorbeeld komt uit de Christian Reformed Church in North America, een zusterkerk van de NGK. Ook in deze kerkgemeenschap zoeken plaatselijke gemeenten hun weg om homoseksuele christenen in hun midden een plek te geven. Ze hebben daarbij veel aan de adviezen die de CRC-synode in 2002 heeft verstrekt in het rapport Pastorale zorg voor homoseksuele gemeenteleden. Het bevat handenvol handreikingen over hoe de gemeente van Christus moet omgaan met haar homoseksuele gemeenteleden om een warme, omarmende en liefdevolle gemeenschap te zijn. Het rapport is op de Landelijke Vergadering van Amersfoort door David Engelhardt, toenmalig algemeen secretaris van de CRC, aangeboden aan alle afgevaardigden. Het gaat over het pastoraat, maar wel op basis van stevige bijbelstudie, waarin alle relevante teksten op hun betekenis voor vandaag worden beklopt. Met als heldere conclusie: de bijbel laat geen ruimte voor homoseksuele relaties. Op de vraag wat dat betekent voor homoseksueel samenlevende gemeenteleden in de gemeente, bijvoorbeeld voor hun plek aan de Tafel van de Heer, geven CRC-gemeenten net als in de NGK een verschillend antwoord. Maar de kerken zijn één in hun overtuiging dat het openstellen van de ambten een principiële brug te ver is.
Dat bleek in 2003, toen de First CRC van Toronto een soortgelijk besluit nam als de NGK Utrecht en uitsprak geen principieel bezwaar te hebben tegen het benoemen van gemeenteleden die in een monogame homorelatie leven, tot ambtsdrager. Dat besluit leidde tot een kerkbrede storm van protest in de CRC en uiteindelijk werd Toronto door synode en classis gedwongen zijn besluit te herroepen. De kerkordelijke regels en mores in het CRC-kerkverband zijn anders dan de onze. En de manier waarop Toronto in het gareel werd gedwongen, is de onze niet. Maar daar gaat het me nu niet om. Onder het kerkbrede verzet tegen het besluit van Toronto lag de overtuiging dat daarmee een principiële grens werd overschreden en de gehoorzaamheid aan het Woord van God in geding was.
Niet behoudend
Is de CRC een behoudende, fundamentalistische kerk die het liefst alles bij het oude laat? Bepaald niet. In veel CRC-gemeenten bruist het van de vernieuwingen: in de liturgie, in liederen, in openheid voor het werk van de Geest. Wereldwijd en in eigen land wemelt het van de missionaire en diaconale projecten waarin men met een eigentijdse aanpak mensen die Jezus niet kennen, met het evangelie probeert te bereiken. De macro-ethiek staat er niet zoals in veel andere kerken in de schaduw van de micro-ethiek. De multi-etnische CRC heeft een open oog voor maatschappelijke vragen en thema’s als seksueel misbruik, zorg voor de schepping, gerechtigheid, racisme, armoede, oorlog en vrede. De vervloekte paapse mis werd uit de Heidelberger geschrapt en met zijn keus voor de vrouw in het ambt op basis van doortimmerde studierapporten was de CRC onze kerken vele jaren vooruit.
Beide voorbeelden – Tom Wright en de CRC - laten trouwens ook zien dat de veel gehoorde redenering ‘wie de vrouw in het ambt heeft aanvaard, zit op een hellend vlak waar de aanvaarding van homo’s in het ambt de volgende horde is die wordt genomen’ door de praktijk wordt gelogenstraft.
Ambten
Als het gaat om de vraag, wie in de kerk een ambt kunnen bekleden, luistert het extra nauw. Niet voor niets hebben de Nederlands Gereformeerde Kerken er indertijd voor gekozen om de studie naar wat de bijbel zegt over de vrouw in het ambt gezamenlijk te maken; al waren sommige kerken (waaronder Utrecht) daarin al eerder hun eigen weg gegaan. Als dat al geldt voor de vrouw in het ambt, hoeveel te meer dan bij de vragen rond homo’s en het ambt. Dat heeft niets te maken met eerste en tweederangs gemeenteleden – die woorden vallen in de stukken van Utrecht -, maar met het verschil tussen herders en schapen. Tussen de vraag hoe de schapen worden geweid en voorkomen wordt dat ze van de weg raken én de vraag hoe de herders de schapen voorgaan in het volgen van Jezus. Daarom stelt de bijbel aan hen extra eisen: in bijvoorbeeld 1 Timoteüs 5 en 1 Petrus 5. Het gaat over de leiders van de gemeente die stáán voor de leer van Christus die in de kerk wordt verkondigd en zich daaraan binden. Tot die leer behoort in onze kerken ook dat het huwelijk een instelling van God is en niet relaties van samenwonende (homo- of hetero-)stellen. Hoe kan iemand die een homorelatie heeft, die leer geloofwaardig uitdragen?
Eigen weg
Behalve met de principiële wissel die het besluit omzet, heb ik ook moeite met de (eigen) weg die Utrecht ermee is gegaan. De eigen gemeente is intensief in het proces van overwegen en besluiten betrokken, maar de zusterkerken zijn er buiten gebleven. De NGK Utrecht heeft zijn besluit in eigen kring genomen zonder dat geprofiteerd is van de wijsheid en het oordeel van de zusterkerken: regionaal of landelijk. Zonder dat de kerken samen met Utrecht de Schrift gespeld hebben. In een zo principiële zaak – van totaal andere orde dan bijvoorbeeld de liederenkeus in de dienst of de organisatie van het gemeentelijk pastoraat – die bovendien wereldwijd vrijwel overal tot splijting en scheuring leidt, vind ik dat niet te begrijpen. Ik weet het: de kerken in de regio Utrecht hebben na het ontslag van dr. Ruard Ganzevoort in 2004 geprobeerd een gezamenlijke studie rond homoseksualiteit op te zetten, maar het is niet gelukt daarvoor een commissie te bemensen. Dat onvermogen van de regio is spijtig en ook Utrecht betreurt het tot op de dag van vandaag dat die gezamenlijke exercitie niet van de grond is gekomen. Na die mislukking is afgesproken dat in elke regiovergadering een van de regiokerken zou vertellen, hoe er in hun gemeente met homo’s wordt omgegaan. In de regiovergadering van maart 2009 was Utrecht aan de beurt en heeft men zich tegenover de andere kerken verantwoord voor het ambtenbesluit van 2008. In de loop van juni heeft de NGK Utrecht de tekst van het besluit en de onderbouwing ervan aan de regiokerken gestuurd. Utrecht zegt: we hebben ons tegenover de regiokerken verantwoord; die konden hun eventuele vragen en moeiten rond ons besluit bij ons kwijt. Maar dat is toch echt wat anders dan samen studerenof dan je voornemen of je besluit ter toetsing aan de kerken in regionaal of landelijk verband voorleggen. Het eerste – samen studeren - heeft Utrecht regionaal (overigens niet landelijk!) geprobeerd; initiatief tot het laatste – het voornemen of besluit aan het oordeel van de zusterkerken onderwerpen - heeft Utrecht niet genomen. Uiteindelijk is men zijn eigen weg gegaan. Daarmee is de kans verspeeld om als gemeenten van Christus samen Gods stem in de Schrift te verstaan. Juist rond een onderwerp waarbij in onze tijd (ook) christenen zich steeds meer een mening buiten de Schrift om vormen, vind ik dat onbegrijpelijk.
| Website homoseksualiteit De Landelijke Vergadering van Zwolle 2007 behandelde enkele verzoeken uit de kerken om tot een pastorale handreiking te komen inzakede omgang met homoseksuele gemeenteleden. Na een intensieve bespreking zijn die verzoeken gehonoreerd door het besluit om een website met informatie over homoseksualiteit en christelijk geloof te gaan opzetten. De LV koos ervoor om aan CGK en GKV te vragen mee te doen, in de overtuiging dat we elkaar in deze vragen nodig hebben. De CGK hebben inmiddels nee gezegd. Deputaten Ondersteuning Ontwikkeling Gemeenten van de GKV, daartoe gemachtigd door de Generale Synode, hebben kortgeleden besloten dat ze wel aan de website homoseksualiteit gaan meedoen. Daarmee is de weg vrij om op korte termijn met de ontwikkeling van de site te starten. |
AKS
Een argument voor de NGK Utrecht om zijn eigen plan te trekken is, in de woorden van kerkenraadsvoorzitter Van Beusekom ‘dat Utrecht het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven (AKS) niet heeft ondertekend’ en zich dus niet gebonden acht aan de daarin door de kerken gemaakte afspraken. Los van het feit dat geen van de kerken het AKS heeft ‘ondertekend’ is dat een slecht argument. Utrecht heeft zich inderdaad vanaf het ontstaan van de NGK verzet tegen een bindende kerkorde voor de NGK. Aan de discussie over een nieuwe kerkorde heeft Utrecht een actieve bijdrage geleverd door een eigen concept kerkorde in te dienen zonder getrapte afvaardiging naar een LV; met adviezen in plaats van besluiten van meerdere vergaderingen en in het algemeen meer ruimte voor plaatselijke kerken. Maar de kerken hebben in 1982 in grote meerderheid anders gekozen en Utrecht heeft toen duidelijk gemaakt zich niet aan het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven (AKS) gebonden te achten. Dat heeft overigens niet verhinderd dat Utrecht in de afgelopen decennia in tal van opzichten (tot op de LV en in LV-commissies toe) een actieve rol in het kerkverband heeft gespeeld.
Door zich voor het genomen ambtenbesluit op het ‘niet ondertekenen’ van het AKS te beroepen rekt Utrecht zijn zelf gekozen ‘status aparte’ op tot ver buiten de grenzen van waar het in de discussies rond de totstandkoming van het AKS over ging. Toen ging het – behalve om de zorg over een kerkverband als transportband van problemen - vooral om de angst voor een kerkverband dat plaatselijke gemeenten in praktische zaken (liederenkeus, formulieren, aantal diensten etc.) in een heilloos keurslijf zou dwingen. En echt niet over dit soort zaken waarin naar het oordeel van velen een principiële grens wordt overschreden.
Preambule
Daar komt nog wat bij. Voordat het AKS totstandkwam hebben onze kerken gezegd: er is iets dat ons aan elkaar bindt, dat veel wezenlijker is dan de binding aan een kerkorde, namelijk de band aan Jezus Christus, aan Zijn Woord, Zijn leer. De kerken hebben dat verklaard in de Preambule die aan het AKS vooraf gaat en waaraan ook de NGK Utrecht zich heeft gebonden. Dat gebeurde in 1973 op de LV in (jawel) de Utrechtse Jeruzalemkerk onder leiding van (jawel) de Utrechtse predikant W.G. Visser met (jawel) de stem van Utrecht vóór. In die Preambule spraken de kerken uit dat de eenheid van de kerken allereerst en ten diepste bestaat in hetzelfde geloof, in de gehoorzaamheid aan het Woord van God en in de gemeenschappelijke belijdenis en beloofden ze daarom ‘zich aan het Woord van God en aan de belijdenis van de kerk van alle eeuwen te houden’. Verder beloofden de kerken ‘elkaar bij te staan in de strijd voor de Naam en de eer van de Here’ en in de inrichting van het kerkelijk leven ‘de wegen van het verbond van de Here te houden, niet in tirannieke eenheidsdwang, maar in de vrijheid van Christus, in de eenheid van de Geest van God, die samenbindt in gehoorzaamheid aan Zijn gebod, in liefde tot God en de naaste. Zij begeren zo ook in deze dingen als één in Christus naar buiten op te treden’.
Aan die beloften heeft ook de NGK Utrecht zich gebonden. Het anno 2009 gaan van een geheel eigen weg zonder de wijsheid en het oordeel van de zusterkerken te zoeken en voluit te gaan voor gezamenlijke overweging en besluitvorming verdraagt zich daarmee volgens mij niet. Zeker niet rond een thema waarbij voor het besef van velen de aard van het Schriftgezag en de binding aan het Woord van God in geding is.
1) Ik gebruik het begrip ‘evangelikaal’ (een wat lelijke vertaling van ‘evangelical’) in de brede betekenis van het woord: alle kerken en christenen die het leven uit een persoonlijk geloof in Jezus Christus centraal stellen, de Bijbel aanvaarden als Gods Woord, bron en norm voor hun leven en de opdracht zien om het evangelie te verkondigen aan hen die Jezus Christus niet kennen. Het omvat dus niet alleen evangelische, maar ook reformatorische kerken en christenen.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw.