Formuliritis

2009-09-11
  • Jaargang 53
  • nummer 18
Nee, grijp niet naar uw woordenboek, want daar staat dit woord niet in. Het is een vondst van de Gereformeerd Vrijgemaakte dominee Sieds de Jong. In De Reformatie van 15 augustus schrijft hij over ‘het virus van de formuliritis’. Dat is: ‘de neiging om het kerkelijk leven redelijk gestandaardiseerd te laten verlopen aan de hand van voorgeschreven formulieren’.
Hij geeft een uitgebreide opsomming van alle formulieren die in de GKV behoren gebruikt te worden; en zo op een rij gezet lijkt er voor haast alles wel een formulier te zijn. Nu weet hij zelf ook wel dat hij op deze manier wat aan het overdrijven is. Maar, zegt hij:

Ik heb het met opzet allemaal eens achter elkaar gezet om te laten zien hóeveel er eigenlijk wel niet vastligt en voorgeschreven is in onze kerken. Bij deze praktijk zijn m.i. best een paar kanttekeningen te plaatsen. Ik noem er een paar:

1. Het gebruik van formulieren vormt een rem op de spontaniteit.
Als steeds formulieren gebruikt worden, blokkeert dat de eigen inbreng en gaat dat ten koste van een stuk spontaniteit. Dopen gaat steeds met dezelfde bewoordingen en in hetzelfde stramien. Sommige loopjes kunnen mensen al dromen.
Vandaag de dag leven we in een cultuur die gevoel en spontaniteit erg hoog in het vaandel heeft staan. () Dat betekent niet dat we als kerk en theologie alles uit de kast moeten halen om iets te stellen tegenover de gretige vraag van de mens in een belevingscultuur. Het betekent wel dat we aansluiting moeten zoeken bij een tijd en een cultuur waar gevoel en spontaniteit erg belangrijk worden gevonden. Als we dat nalaten, zal dat in een kerk voor steeds meer vervreemding zorgen.

2. Het gebruik van formulieren belemmert eigen nadenken.
Het steeds aanhoren van dezelfde betooglijn en woorden gaat ten koste van het eigen denken. Hoeveel mensen kom je niet tegen die als antwoord op de vraag waarom kleine kinderen gedoopt moeten worden, meteen reageren met: ‘onze kinderen horen evenals de volwassenen tot het genadeverbond en moeten daarom gedoopt worden’. Om in het eerste beste gesprek met volwassendopers zomaar om te gaan.

3. Het gebruik van formulieren stompt af.
Als je het doop- of avondmaalformulier voor de zoveelste keer hoort worden voorgelezen dan dwalen je gedachten zomaar af. Je geest registreert ‘O ja, nu komt dit’ en je zit zomaar ergens anders met je gedachten. Bepaalde formuleringen kun je bijna uit het hoofd zeggen of als je het begin hoort uit het hoofd afmaken.

4. Het gebruik van formulieren nivelleert verschillen tussen kerken en situaties.
De ene kerk is de andere niet. Gelukkig niet. God geeft variatie. Dat mag ook best te horen zijn in het dopen of avondmaal vieren. De ene kerk is de andere niet. De ene doop is de andere niet. Het ene tuchtgeval is anders dan het andere. Niet iedere avondmaalsviering hoeft gelijk te zijn.

5. De in de formulieren gebruikte taal is anders dan in de rest van de kerkdienst.
Een predikant houdt in zijn dienst, als het goed is, er een eigentijds taalgebruik op na. Zijn preek staat in de modus van de ‘aanspraak’ en niet in die van een ‘college’ of ‘redevoering’. Een geformaliseerd betoog voorlezen staat hier haaks op. In plaats van ‘aanspraak’ krijgen de mensen een didactiek van het avondmaal gepresenteerd, of bewijzen voor de kinderdoop voorgehouden. In de regel wordt dat al gauw als kunstmatig ervaren.

6. De formulieren houden weinig of geen rekening met gasten van buiten.
Juist doop- en belijdenisdiensten zijn kerkdiensten met in de regel veel gasten. Vrienden, buren, collega’s leven mee met ouders of met hen die belijdenis van hun geloof afleggen. Prachtig is dat! Het is ook een kans om iets van het evangelie te laten horen. Het lezen van een formulier werkt hier m.i. niet bevorderlijk. Wat dr. Stefan Paas over de prediking zegt, geldt mutatis mutandis en misschien nog wel sterker voor de formulieren: ‘Het is normaal om allerlei uitspraken te doen die overtuigend lijken voor ons, maar ze zijn gebaseerd op tal van premissen die de seculiere mens niet deelt. Het is normaal om allerlei verwijzingen te doen, daarbij termen en frasen gebruikend die niets betekenen buiten onze christelijke subgroep.’ Wie met deze ogen naar de formulieren kijkt, zat hier veel van herkennen.

Zo zijn er wat mij betreft wel vraagtekens te zetten achter het veelvuldig gebruik maken van formulieren. Moeten ze dan maar afgeschaft worden? Nee, dat zou jammer zijn. Er zit veel goeds en prachtig bijbels onderwijs in.
Bovendien moet onze weerstand tegen een al te geformaliseerd kerkelijk leven ook gerelativeerd worden. Niet alleen historisch maar ook antropologisch: onze westerse cultuur is met haar hang naar individuele authenticiteit, spontaniteit en creativiteit op wereldschaal en op tijdschaal ook weer erg betrekkelijk. ()
Maar dit in rekening brengend, zou ik () toch willen zeggen: geef elkaar wel wat ruimte om op een ontspannen, verantwoorde manier met onze formulieren om te gaan.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief