Energie uit je ambt
2004-04-30
Gaat het nog lukken met het ambt?- Jaargang 48
- nummer 9
Als je de reacties leest op ‘Marcus Dijkstra’ blijkt het nogal eens zwaar te zijn een ambt te dragen en kleven er vele moeiten aan.
Kan het ook anders?
Veel van de moeiten hebben te maken met wat wel genoemd wordt ‘het klimaat’ in de gemeente en in dit geval met name in de kerkenraad.
Ook uit het onderzoek van Prof. H. de Roest naar afhakende ambtsdragers in de hervormde Kerk (met de titel: ‘Ik geloof het wel’), kwam het (slechte) klimaat als één van de belangrijkste factoren naar voren.
'Het klimaat is de gemiddelde weersgesteldheid gemeten over een langere periode,' zo leerde mijn zoon op school. Je kunt een klimaat dus niet taxeren als je een dagje langs komt.
Het kan zijn dat het dan juist een beetje kil is, terwijl het er normaal gesproken hartelijk en warm aan toegaat.
De definitie van klimaat laat ook zien, dat dat niet zomaar verandert. Een aantal trucs of tips volstaan niet om een klimaat ineens te verbeteren.
Daar is meer voor nodig. Het klimaat in een groep (een kerkenraad bijvoorbeeld) is door de jaren heen zo gegroeid. Het is gebaseerd op vaste gewoonten en procedures (‘zo doen wij dat hier’) en op de sfeer die in de loop der jaren is ontstaan. Dat houdt zichzelf in stand.
In dit artikel ga ik niet meer nader omschrijven wat daar allemaal mis kan gaan- dat is al voldoende aan bod geweest. Ik wil wel een aantal handreikingen geven, die kunnen helpen bij het bouwen aan een goed klimaat.
Wat bedoel ik met een goed klimaat?
Dat is een sfeer, waarin mensen kunnen gedijen met hun gaven en mogelijkheden.
Ze worden serieus genomen, er is ruimte voor vragen, er is onderlinge betrokkenheid en geen enkele mening is bij voorbaat ‘gek’.
Ideeën
Ik kom in mijn werk ook kerkenraden tegen, die met plezier hun werk doen.
De leden zien zelfs uit naar de kerkenraadsvergaderingen en vinden het jammer, als ze moeten aftreden, omdat hun termijn erop zit. Wat is het geheim?
Een aantal gedachten en ideeën hierover:
1. Zijn we met z’n allen bereid om te investeren in de onderlinge relaties?
Het leven is druk, zoveel is zeker. We willen op tijd thuis zijn, snel aan de slag en aanpakken. ‘houd het maar zakelijk’ verzucht een ouderling, die geen zin heeft in ‘gedoe’. Toch zou dat ‘gedoe’wel eens kunnen helpen om vervolgens efficiënter en met meer plezier en vrucht te vergaderen.
Je moet het wel willen. Als de bereidheid er niet is, kun je er beter niet aan beginnen. Als maar de helft van de kerkenraad bereid is naar een kerkenraadsdag te gaan (zie punt 2) kun je zo’n dag misschien maar beter aflasten.
| 'Ik kom in mijn werk ook kerkenraden tegen, die met plezier hun werk doen. De leden zien zelfs uit naar de kerkenraadsvergaderingen en vinden het jammer, als ze moeten aftreden, omdat hun termijn erop zit. Wat is het geheim?' Aldus de theologe Nynke Dijkstra-Algra, één van de medewerkers aan de ‘Opbouwdag’ 2002 in Utrecht. Van haar hand verscheen een groot aantal publicaties over opvoeding, pastoraat, relaties, omgang met jongeren. Haar meest recente boek heeft als titel: Een boekje open over de kerk (een gids om vrijwilligers en nieuwe ambtdragers op weg te helpen). |
2. In de praktijk blijkt dat het al heel verfrissend kan zijn om eens per jaar als kerkenraad ’de hei op’ te gaan.
Een dag of een vrijdagavond en zaterdag ergens in een oord buiten de eigen gemeente- de fysieke afstand maakt ook dat je geestelijk meer afstand kunt nemen- om elkaar te ontmoeten, thema’s te bespreken waar je normaal gesproken niet aan toe komt en liefst ook samen te bidden en te zingen. Tijdens zo’n kerkenraadsweekend vroeg ik de deelnemers allemaal hun lievelingslied mee te nemen. Op de vrijdagavond vertelde een ieder om de beurt welk lied hij/zij had gekozen en zongen we alle liederen samen. Tenslotte werden de liederen gebundeld en had een ieder zijn eigen ‘kerkenraadsbundel’ Voor aanvulling vatbaar! En wat leer je elkaar zo op een heel andere manier kennen.
Samen eten, samen een borrel drinken: het zijn allemaal manieren om elkaar eens anders dan anders te ontmoeten. Als je iets hoort van elkaars achtergrond en levensverhaal, begrijp je elkaar ook beter tijdens de vergaderingen. Het voorkomt allerlei misverstanden en vooroordelen.
3. Veel kerkenraadsvergaderingen worden geopend met een schriftlezing en gebed. Als iemand daarna binnenkomt wordt wel eens gekscherend gezegd: ‘we hebben alleen nog maar geopend, je hebt niets gemist’. Het is wel tekenend, zo’n grapje. Zou het mogelijk zijn dat anders te doen? Om te beginnen kan het goed zijn om de beurt de vergadering te openen. Stel eens een vraag bij een schriftgedeelte en praat er even een paar minuten over in groepjes van 3 ( ‘zoemen’).
4. Stel een duidelijke agenda op en geef bij ieder punt aan wat de bedoeling is (iets besluiten, iets overwegen, bespreken, informatie verstrekken) en hoeveel tijd er ter bespreking is. Laat vergaderingen beslist niet langer duren dan tot een uur of 22.00. Ik ken een kerkenraad, die deze discipline heeft ingeoefend door de wekker te zetten. Klaar of niet klaar, we stoppen!
Het gaf aanvankelijk reden tot hilariteit, maar langzaamaan werden de vergaderingen er beter van.
5. Zorg goed voor elkaar. Dat betekent dat je niet tevreden bent zodra een vacature is vervuld, je blijft naar elkaar informeren. ‘Hoe is het nu met je, lukt het allemaal? Heb je hulp nodig? ‘Sommige gemeenten kennen een mentor voor ieder nieuw kerkenraadslid, vaak zijn het zittende of
ex-ambtsdragers. Ze kunnen bij hen terecht voor vragen. Is er toerusting voor de ambtsdrager? Is er een goede taakomschrijving, zodat iedereen weet wat de bedoeling is?
Tenslotte kennen sommige kerkenraden het verschijnsel
‘exit-gesprek’: een ambtsdrager die aftreedt wordt gevraagd om zijn ervaringen te vertellen en ook tips te geven over hoe het beter kan. Zo blijf je leren.
6. Visie. Visie inspireert mensen en houdt hen gaande. Waar doen we het allemaal voor? Waar ligt onze inspiratie en motivatie? Een kerkenraad zonder duidelijke vsie op gemeente-zijn ,zonder inspirerende ideeën over pastoraat, diaconaat en missionair gemeente-zijn, verzandt al gauw in uitsluitend ‘op de winkel passen’. Het hoogste doel is dan: de rust bewaren, kritiek sussen, iedereen een beetje z’n zin geven. Nu moet er zeker op de winkel worden gepast (we hebben al van Rozemarijntje geleerd dat dat geen geringe taak is), maar op termijn volstaat het niet. En ambtsdragers met visie zullen zeker afhaken.
7. Rekening houden met verschillen in gaven en mogelijkheden. Mensen zijn verschillend, kerkenraadsleden ook.
Dat kan botsen. Het kan elkaar ook aanvullen. De één heeft behoefte aan een duidelijke visie en hamert steeds op het belang daarvan, de ander heeft daar niet zoveel mee en wil gewoon zijn werk doen. De één vindt het belangrijk om regelmatig te informeren naar het wel en wee van de ander, de ander heeft dat veel minder op de korrel en vergeet gewoon ernaar te vragen. Het betekent niet dat de mens die voor de visie gaat een ‘drammer’ is, die altijd moeilijk doet en dat degene die daar niet zoveel mee heeft ‘visieloos’genoemd moet worden. De ene mens is ook meer pastoraal ingesteld dan de ander. Dat verander je niet zomaar. Je kunt het wel benoemen en bespreken en op grond daarvan elkaar leren aanvaarden. Ík moet ook altijd aandacht vragen voor visie/gebed/de mensen die ziek zijn….vul maar in’.
Dat kan een verzuchting zijn die verwijtend is (‘waarom doet een ander dat niet?’) Je kunt ook denken: kennelijk is dat mijn rol in deze groep, mijn roeping misschien, mijn verantwoordelijkheid.
Dat ontslaat anderen niet van hun verantwoordelijkheid in dezen.
Zolang we elkaars bijdrage kunnen waarderen (wederkerig!), is het mogelijk om met de verschillen in gaven en mogelijkheden goed om te gaan. Een mooi thema voor een kerkenraadsdag!
Drs. Nynke Dijkstra-Algra is gemeenteadviseur in de Protestantse Kerk in Nederland, provincie Utrecht