Een verandering organiseer je niet

2004-04-30
  • Jaargang 48
  • nummer 9
Op de eerste toerustingsavond verschenen veertien van de 45 leden van de kerkenraad van Bunschoten-
Spakenburg. ‘We waren teleurgesteld en besloten die avond niet verder te gaan, want we wilden de hele club mee hebben. Iedereen vond het “belangrijk”, maar vonden ze het wel echt belangrijk? De tweede keer waren er 25 en nu
komen er 25 tot dertig per keer.’

Gerard Bijkerk en Piet Busstra kijken na twee, drie jaar terug op een vernieuwende aanpak in hun 1678 zielen en zeventien wijken tellende gemeente.
Die begon niet met een aanpassing van de kerkenraad door bijvoorbeeld specialisatie en uitbesteding van taken, maar met de vraag: ‘Wie is God voor jou?’ ‘Zo’n drie jaar geleden vroegen sommigen in onze gemeente zich af: als we zo doorgaan, gaat het dan goed? Er verdween jeugd, het catechesebezoek nam af.’ Slechte signalen in een volkskerk als Bunschoten-Spakenburg, waar lidmaatschap van een kerk een goede gewoonte is. En waar ‘toepassing van de tucht’ een voor de hand liggende reflex leek.
‘De ongerustheid kwam vanuit de kerkenraad en met een groep van vier – de dominees Busstra en Fijan en Richard Wagenaar en ik – zijn we daarover gaan praten. We vroegen ons af waarvoor we eigenlijk ons best deden. Voor mij was het ook iets persoonlijks. Toen ik voor het eerst in de kerkenraad kwam, viel mij op dat relatief weinig werd gepraat over het geloof en het ambtswerk. Het ging vaak niet over het wezen van de dingen. Na die eerste periode was ik teleurgesteld, afgeknapt.
Toen ik aan een tweede periode begon, wilde ik een nieuw begin maken’, vertelt Bijkerk, die sinds een half jaar geen preses meer is, maar nu de stuurgroep voor de visie-ontwikkeling voorzit.

Maar… bidden
‘Relaties zijn verschrikkelijk belangrijk’, meldt Busstra. ‘Het moet plezierig zijn samen te werken; er moet een brug zijn, waarover je woorden naar de ander kunnen wandelen.’ Volgens Bijkerk voelde een deel van de gemeente hetzelfde. ‘Als het anders moest, dan begon dat bij onszelf. We hielden als kerkenraad een avond met kleine groepjes en stelden elkaar de vraag: wie is God voor jou? Mensen zaten doodstil naar elkaar te luisteren, je voelde warmte en respect.’ Het stond de initiatiefnemers echter ook scherp voor ogen, dat je een gemeente ‘niet uit de grond stampt’.
Busstra: ‘Hij moet het doen, je moet groeien in je relatie met de Here, maar als kerkenraad kun je daarin wel vooroplopen.
Op een conferentie van Willow Creek werd een keer gevraagd hoe je dat concept kon neerzetten in meer traditionele kerken. Bidden, was het antwoord.
Okay, maar daarna?
Bidden.
Goed, maar….
Blijven bidden.
Het is het werk van de Geest.’

Tijd rijp
De vier haalden opbouwwerker Hayo Wijma van het Steunpunt Gemeenteopbouw in Zwolle erbij. ‘We vroegen hem niet om een gebruiksaanwijzing of een bestuursmodel, maar gingen met hem in gesprek. We wilden iets doen met onze ideeën, dachten aan toerusting. Bijvoorbeeld voor huisbezoek, want van gemeenteleden hoorden we dat de huisbezoeken niet altijd geweldig waren. Tegelijk kwam vanuit de gemeente de vraag om een Alphacursus, dus de tijd was er rijp voor. We konden onze zorgen delen.’ In de kerkenraad leidde die beweging tot nadenken over het werk. ‘Om in de kerk pastoraal, diaconaal en bestuurlijk te werken, heb je een persoonlijk geloof nodig, dus besloten we meer tijd in geloofsgroei te steken. Ons af te vragen wie God voor ons is, wat God en het lijden met elkaar te maken hebben.
‘Alle kerkenraadsleden kochten een bijbels dagboek en met een tekst daaruit beginnen we ook de kerkenraadsvergadering, soms gevolgd door een korte meditatie. Dan trekken we ongeveer een uur uit voor het zakelijke deel en daarna een uur, anderhalf uur voor bijbelstudie, gericht op het werk.
Daarvoor gebruiken we materiaal van Emmaüs (www.Emmaüscursus.nl). En zo kwam gaandeweg ook de vraag naar een visie op
tafel; wat voor gemeente willen we zijn?’

Mondig en herkenbaar
De zoektocht naar een visie mondde in september vorig jaar uit in de folder Bouw Werk. Daarin zei de kerkenraad: ‘Wij willen naar de Here luisteren.
Daarom willen we ons er voor inzetten dat wij samen een gemeente zijn waarin broeders en zusters elkaar helpen in de groei van een levende relatie met de Here, zodat wij als mondige kinderen, als herkenbare christenen in deze wereld functioneren.’ De raad was zich bewust van mogelijke scepsis. ‘Wil de kerkenraad niet teveel?
Is dat hele Bouw-Werk-gedoe niet één groot luchtkasteel? Dat zou het zeker zijn, als Christus er niet was. Maar Hij is er, onze Heer die de dood heeft overwonnen.
Hij kan het. Hij wil het ook.
Hij wil onder ons werken door zijn Geest. Op die manier heeft Hij, op het gebed van mensen die dat vroegen, al veel vaker gemeenten doen groeien en bloeien. De vraag is: wat wilt u? Wilt u zich geven als een levende steen? Bidt u mee en bouwt u mee?’ Het initiatief leidde tot wijkavonden om de gemeente bij de visie te betrekken.
Elke wijk werd voor twee avonden uitgenodigd en op de tweede avond werd een bijbelstudie gehouden over ‘het elkaar leren en opbouwen in het geloof’. Aan het eind van die avond werd gevraagd, wie verder wilde in te vormen bijbelkringen. ‘Dit seizoen zijn er zes ontstaan en we verwachten dat er nog drie of vier bij komen.’ De benadering van geloofsopbouw en meer spiritualiteit heeft ook als voordeel, dat ouderen gemakkelijker meekomen.
‘In de kerkenraad hebben we een oudere broeder, die een rol speelt richting zijn mede-ouderen. We hebben niet al te spectaculaire dingen gedaan en zodoende kon hij dat steunen op de mannenvereniging. Geloof en spiritualiteit slaan meer aan dan het zoeken
naar andere vormen.’

Niet alles eredivisie
Inclusief de kringen schatten beiden, dat de gemeente zo’n 200 ‘actieven’ telt. In een gemeente van ruim 1600 zielen. Busstra: ‘De ouderling kan op huisbezoek navragen of iemand deelneemt of wil gaan deelnemen. De mensen die nog niet actief zijn, spreken we wel een keer. Het is net als trainen in sport. Niet iedereen wil op het hoogste niveau voetballen. Daar moet je ook respect voor hebben. Ik kan niet in de harten kijken en er bestaan geen vaste meetpunten. Ik zie in mijn werk veel verschillen; voor de één is God ver weg, voor de ander heel dichtbij. Hoe het ook zij, je moet jezelf niet beter voelen dan anderen.’ Niet iedereen is dus even enthousiast.
‘Het gaat met vallen en opstaan. Maar je krijgt reacties als: ik heb er wat aan.
Een oudere broeder zei tegen me: vroeger was het een zakelijke kerkenraad, nu een geestelijke. De meesten hebben er meer plezier in.’ En sfeer is erg belangrijk. Busstra: ‘We eten samen, gaan een avond uit, drinken een borrel na de vergadering. Als je praat over liefde, dan moet dat ook te voelen zijn.
‘Maar we zitten nog in een heel vroeg stadium, zijn heel voorzichtig bezig. En het is zeker nog geen succesverhaal met allerlei geweldige ontwikkelingen.
We hopen echter wel, dat de Geest steeds meer ruimte krijgt.’

Gavenbank
Na invoering van het dagboek, toerustingavonden voor kerkenraadsleden (hoe doe je huisbezoek?) en bijbelstudies op de kerkenraad gebruikt de raad voortaan een van de twee vergaderingen voor bijbelstudie volgens de methode-
Emmaüs. ‘In 2003 spraken we over God en het lijden, gebed en hoe lees je de Bijbel? Dit jaar doen we bijbelstudies, die bruikbaar zijn voor het praktische kerkenraadswerk’, legt Bijkerk uit. Ook wordt vaker gewerkt met kleine groepjes in de kerkenraad.
Busstra springt bij: ‘Nadat we ons de vraag stelden wat voor gemeente we wilden zijn, kwam er de visie. Naar aanleiding daarvan kozen we voor domeinen.
Zoals steun voor ouders bij de geloofsopvoeding/jeugdwerk, bijbelkringen, het kerkenraadswerk zelf, gemeenteleven/gemeenschap der heiligen en de eredienst. De visie op het jeugdwerk hebben we zo’n beetje klaar.’ Een groepje rond gemeentelid Yvanka Wagenaar, studente communicatie, heeft een communicatieplan gemaakt.
‘Ze doet dat samen met nietchristelijke medestudenten. Het mes snijdt aan twee kanten: ze verdienen er studiepunten mee en er zijn weer enkele jongeren in aanraking gebracht met de kerk.’ Volgens Bijkerk is de kerkenraad nu aangekomen bij de ‘bestuurlijke vraag’. ‘We hebben een commissie van beheer, maar veel dingen gebeuren nog dubbelop. Er is ook een domein benoemd voor diaconaat en pastoraat. Zo valt huisbezoek onder pastoraat en kun je voorstellen dat je eens experimenteert met een groot huisbezoek. De diakenen zijn ondertussen bezig met een inventarisering voor een “gavenbank”. Aardse dingen als een haal- en brengservice en een klussendienst zijn óók een invulling van een christelijke relatie.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief