Pierlala

2003-01-31
  • Jaargang 47
  • nummer 3
Als ik het crematorium inloop hoor ik de verwarrende en onsamenhangende klanken van een raar nummer van Stevie Wonder.
Voor me, naast me en achter me lopen dertien leerlingen. Sommigen hebben hun jas nog aan. We schuifelen het zaaltje in en een vreemd eerbiedig gevoel is zichtbaar op de gespannen gezichten.
We zijn hier, omdat we steun willen geven aan een klasgenoot.
Haar verwarde moeder verhing zichzelf vier dagen geleden in haar eigen huis.

De sfeer is bijna bizar. In doodse stilte luisteren we naar het chaotische muziekstuk in afwachting wat gaat komen.
Dan volgt er plots een stilte.
Eerbiedige bewegingen, nu zal de 'dominee' wel met de genodigden binnen komen. Na drie minuten is de stilte voelbaar pijnlijk, maar er is nog geen beweging uit de bijzaal waar te nemen.
Als de familie eindelijk komt ontspant de zaal zich en lijken we klaar voor een afscheidsritueel waarvan de leerlingen al op school gehoord hadden dat het niet een christelijke plechtigheid zou zijn.
Er wordt gekeken, reikhalzend. In het busje naar de crematie toe werd er druk gesproken, zij het in bedekte bewoordingen.
De zus van onze klasgenoot bleek een bekende Nederlandse artieste in wording en zelfs op de voorpagina van een landelijk ochtendblad was er melding gedaan van de zelfdoding van haar moeder. De verschijning van blootfoto’s van de dochter zou moeder teveel geworden zijn.
Onze klas weet inmiddels beter.
Moeder was manisch depressief en leed aan het leven. Was blij als ze verdrietig was en voelde verdriet in haar blijdschappen.

De pastor die voorgaat stelt zich voor als vriend van de familie en zal als vriend spreken, niet als pastor. Hij introduceert de beroemde zus.
Zus leest een brief aan haar moeder voor. Half richting moeder, half richting publiek.
Zus beheerst zich, houdt zich in en toont verwoede emoties. Schreeuwt haar pijn uit. Een heel licht gevoel van theatraal gedrag bekruipt mij, maar verdriet om twee zusjes, halfwezen, overheerst bij me.
Dan komt er een tweede stukje.
Er wordt een nieuw nummer van Stevie Wonder gedraaid. Free. En als vader en de twee dochters meezingen, elkaar omarmend in de eerste rij, dan bekruipt mij weer een unheimisch gevoel van exhibitionisme. Een zaal met driehonderd toeschouwers kijkt toe en lijkt niet deel te nemen.
Als de zusjes dan samen een liedje gaan zingen over een vlinder slaat de kramp om mijn hart. Mijn leerling is een kwetsbare, maar sterke meid.
Ow… je moeder zo moeten missen… Maar dan slaat de stemming om.
Tranen drogen in mijn hart, komen niet meer opwellen. Ik voel me raar.
Slechts op het moment dat mijn leerling vol wanhopig verdriet haar gemis uitspreekt ben ik even geraakt.
De plechtigheid gaat verder en mijn mond zakt open.
Het wordt een soort van optreden van zus.
Ze doet stukjes. Bijvoorbeeld met viool naast en rondom de kist.
Sfeervol. Tja,… dat wel. Maar de slotakkoorden vallen zo mooi dat het publiek applaudisseert. Zus neemt met gepast eerbiedig knikje het applaus in ontvangst.
De ceremoniemeester kondigt direct haar volgende optreden aan. Met een vriendin wordt er nu een stevige zelfgemaakte rockballad ingezet.
Ook dit nummer oogst applaus en de zangeressen omarmen elkaar voor het publiek.

In de koffiekamer kijken leerlingen bevreemd.
'Waar halen deze mensen hun troost nou precies vandaan?' zegt een gereformeerd meisje uit mijn klas.
'Jezus werd niet genoemd zelfs God niet.'

In het busje op de terugweg zegt een leerling zachtjes door de stilte heen: 'Het was geen afscheid. Het was een optreden van zus.' Niemand spreekt haar tegen.
We besluiten op de voorbank dat we voor onze klasgenoot zullen bidden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief