Kerkenraden sleutelen aan inhoud werkwijze
2004-04-30
‘Ik adviseer kerkenraden altijd: bezin je eerst op de vraag waartoe je op aarde bent, formuleer kerntaken en besluit welke activiteiten je elders legt. Je kunt delegeren naar een commissie bestuurlijke zaken of een bestuursraad. In de praktijk zie je dat reorganiserende kerkenraden beginnen met de structuur. Dat betekent, dat je op een gegeven moment wel een andere structuur, maar nog geen andersdenkende kerkenraadsleden hebt. Op zich niet erg, als je - Jaargang 48
- nummer 9
beide maar doet.’
Hayo Wijma (41) en Rien van Dongen (46) zijn respectievelijk opbouwwerker en directeur van het Steunpunt Gemeenteopbouw in Zwolle. Zo heet hun organisatie sinds 1 januari vorig jaar, dus iedereen noemt het nog gewoon GVI, ofwel het (vrijgemaakte) Gereformeerd Vormings Instituut.
Wijma is van huis uit ‘verandermanager’ en zijn aantreden bij het GVI viel zo’n beetje samen met een eerste kerkenradendag in 1999, die draaide om gemeenteopbouw en het besturen van een gemeente. ‘De conclusie was, dat velen niet toekwamen aan geestelijk leidinggeven. Er kwam zoveel respons op die dag, dat we het ook wilden afmaken. Zodoende werd in 2000 het “bestuursconcept” gepresenteerd en in onder meer Zuidlaren en Enschede-
Noord getest. In Zuidlaren zag je een wat voorzichtiger proces. In Enschede-
Noord, dat in diezelfde tijd te maken kreeg met de vuurwerkramp, liepen de zaken anders. Werd meer winst geboekt, denk ik. Maar belangrijkste voorwaarde bleek, dat een ambtsdrager moet leren dingen los te laten’, vertelt.
Wijma. ‘Let wel, het gaat om een concépt
‘Het is daarom goed om ergens in het proces eens rustig te evalueren en je af te vragen wat je met elkaar verstaat onder geestelijk leidinggeven. Volgens mij is dat richting geven, perspectief bieden. Christus’ perspectieven laten zien. Wandelen met God, zoals Henoch deed. Om dat over te brengen, moet je zelf leven in Christus, gedreven zijn door de Geest. Je moet op weg zijn naar de wederkomst en tegelijk ook het vermogen hebben los te laten en te vertrouwen op God. Je moet de gemeente kunnen vertellen hoe
je als geestelijk leider naar haar kijkt. Maar dat gaat dan direct ook over jezelf.’
Symptoombestrijding
Desgevraagd geeft Wijma toe, dat structuurverandering ook iets kan hebben van ‘symptoombestrijding’. Is er niet iets veel fundamentelers mis met kerk en gelovigen? ‘Je kunt misschien spreken van geestelijke verschraling. Er voor een nieuw bestuur, dus iedereen heeft de vrijheid zijn eigen wiel uit te vinden.’ ‘En vanwege de regelmatige wisselingen in een kerkenraad moet je de omwenteling een paar jaar voortzetten’, voegt Van Dongen eraan toe. Hij schat dat vijfentwinig tot dertig procent van de Vrijgemaakte kerken bezig is met enige vorm van bestuurlijke vernieuwing.
Datzelfde percentage geldt waarschijnlijk voor de Nederlands Gereformeerde kerken.
Angst voor zinvol
Kijkend naar Enschede na drie jaar werken met het concept, schetst Wijma de volgende ontwikkeling. ‘De kerkenraad vindt dat zij meer geestelijk leiding moet geven. Maar daarvoor is de agenda te vol, dus die moet leger. Zodra die machine gaat werken, ontstaat meer tijd, maar rijst de vraag: hoe vul je die tijd zinvol? Je ziet soms angst voor die zinvolle besteding; mijn voorstellen over spiritualiteit worden minder makkelijk opgevolgd dan die over de structuur.
En je moet bedenken: wat niet in een kerkenraad zit, komt er ook niet uit.
zijn veel zoekers. Wellicht zeggen we na vijf jaar bestuursconcept dat het beter is de zaak eerst helemaal af te pellen. Helemaal terug naar de kern.
Want in de loop der tijd zijn pastoraal werkers vaak “beambten” geworden.
Het bestuursconcept stond aanvankelijk centraal in ons werk, maar is nu meer een instrument.’ Van Dongen: ‘Abraham Kuyper heeft daar na de Doleantie hard over nagedacht, want voor die tijd hadden de notabelen de leiding in de kerk en lag er weinig nadruk op het geestelijk leidinggeven.
Calvijn liet de zwakgelovigen voor het avondmaal bezoeken. Wij doen nu alle gezinnen in de wijk elk jaar. Op enige afstand de maatschappij volgend, zitten wij nu in het bureaucratisch denken. De omvang van een kerkenraad heeft bijvoorbeeld meer te maken met de grootte van de gemeente dan met de gaven in die gemeente.
In Efeze 4 wordt de taak omschreven als “toerusten tot dienstbetoon”, maar in onze praktijk ligt meer nadruk op “opzicht en tucht”.
Wijma: ‘De vraag is waar de kern zit.
Vier jaar geleden waren we erg tevreden met het concept en ik geloof nog steeds dat het een goed begin is, maar het is niet de kern. Wat dat betreft verwacht ik meer van iets als een cursus ter voorbereiding op het ambt. Samen bijbellezen, studeren, mediteren. Zoeken naar je spiritualiteit. En zoeken naar de lacunes in je integriteit. Waarin ben je hypocriet als persoon en als kerkenraad?
Waar zitten je angsten en onzekerheden?
Doe je wat je zegt?’ ‘Of gaat de volgende generatie die lacunes vullen?’, voegt Van Dongen eraan toe.
Een lichte last?
En in welke mate hebben ambtsdragers te maken met een gezagscrisis, lopen ze zich te pletter op zeer mondige gemeenteleden?
‘Er is niks mis met mondigheid in de gemeente, maar je moet wel samen zoeken naar de basis. Je moet durven spitten in vaststaande gewoonten en vraagtekens durven zetten’, vindt Van Dongen.
‘Als je Jezus hoort zeggen, dat zijn juk zacht is en zijn last licht, hoe zijn we dan zover gekomen?’, vraagt Wijma zich af. ‘In situaties waarin gezag ter discussie lijkt te staan, moet je elkaar vragen welke beelden een tekst of een situatie oproept. Een oudste mag een gemeentelid bevragen, ergens op aanspreken.
Maar uiteindelijk is die oudste niet verantwoordelijk voor andermans keuzes.
‘En welk geestelijk beeld heb je zelf van een ambtsdrager? Denk je iemands twijfel te kunnen wegpraten? Iemands onzekerheden te kunnen wegnemen?
Het is beter op God te vertrouwen en dingen op hun tijd los te laten. Zoals een vroegere paus bad: “Vader, het is uw kerk, ik ga slapen.” Ofwel: wat is van jou, wat van mij en wat van de Here?
Dus vraag ik wel eens aan een kerkenraad: Bidden jullie voor elkaar? Praten jullie over de dingen, waarbij jullie het klamme zweet uitbreekt; de zenuwen voor een bezoek of voor een vergadering?
Als jonge hulpouderling moest ik een stel dat wilde gaan trouwen vragen of ze heilig hadden geleefd. Mijn mentor zei: Als je de vraag stelt, dan krijg je ook een antwoord. Wat doe je met dat antwoord? Als je dat niet weet, dan kun je de vraag beter niet stellen.
‘In zowel onze contacten met medeambtsdragers als met gemeenteleden is het van groot belang achtergronden te kennen: hoe zit die ander “erin”? Ik kom het vaak tegen: het permanente gevoel dat je faalt. Dus moet je elkaar bemoedigen. Je kunt niet genoeg complimentjes uitdelen.’ ‘Ik merk dat een groeiende groep kerkenraden terugkomt. Dat ze geld uitgeven voor een passender vergaderomgeving,
steeds spiritueler worden. En ik
kom ook steeds meer los van concepten, ga op zoek naar bijbelse noties. Zo kom je bijvoorbeeld op zelfstandige teams in miniwijken.’ Van Dongen: ‘Onze kerkenraad begint met een uitgebreide bijbelstudie, dat zet de toon. Soms doen we ook een kringgebed.’
Levenswijsheid
En wat te doen met de levenswijsheid van ouderen in de gemeente?
‘In het eerste concept van het bestuursconcept hadden we iets meegenomen van een geschillencommissie, waarin “grijsaards” zouden kunnen zitten. Het is in feite niet goed, dat je nu tegen een kerkenraadsbesluit in beroep moet bij diezelfde kerkenraad. Maar dat heeft het niet gehaald, al weet ik uit mijn ervaring met een 82-jarige diaken met dertig jaar ervaring als ouderling, dat je er veel aan kunt hebben. Maar in deze tijd is het wel een beetje zoals Godfried Bomans zei: Ooit was het “de bejaarde die er bijna was”, nu
is het “de bejaarde die er bijna geweest is”.’
Nog niet failliet
Beiden willen niet zover gaan als ds. Menko Biewenga, die vorig jaar in Opbouw sprak van ‘het failliet van de
klassiek-gereformeerde ambtsopvatting’.
‘Door de werkdruk moet je keuzes maken en dat leidt al snel tot een herbezinning op het ambt. Nu werken we met Calvijns trio – dominee, ouderling, diaken – maar wat zegt de Schrift? De nood dwingt ons soms het ambt – eerst voor de gemeente en daarna voor de ambtsdragers – in het juiste perspectief te zetten. Bij ons Vrijgemaakten is lange tijd gesomberd over de ambten van predikant en ouderling, maar die golf is gelukkig voorbij. Het is nu de tijd er gericht over na te denken en daaraan conclusies te verbinden. Moet een kerkenraad domweg meegroeien met een gemeente?
Welke zaken kunnen je ook goed in de gemeente zelf laten regelen?’, zegt Van Dongen.
Wijma vult aan: ‘In het Nieuwe Testament vind je tientallen teksten, die oproepen tot dienstbetoon. In de gemeente is er een structuur van gaven en daarin is ook plaats voor ambten.
En twijfel aan jezelf is voor mij een kenmerk van een geestelijk leider. Zelfs Jezus twijfelde voor zijn lijden. Er is niks mis met die houding van: in mijn zwakheid toont God zijn kracht.’