Muziek en lied
2004-05-14
De Gereformeerde Kerkbode (het blad van de Vrijg. Geref. kerken in de drie noordelijke provincies) heeft vier nummers gewijd aan het thema: Muzikale waarden en normen in de kerkdienst. Ds. Jaap Ophoff uit Roden geeft ter afsluiting (23 april) een reeks aanbevelingen aan gemeenten en kerkenraden. Een aantal daarvan zou in een recent verleden binnen de GKV niet zo geformuleerd zijn: - Jaargang 48
- nummer 10
1. God troont op de lofzangen van zijn volk (ps. 22). Ga vanuit die verbazingwekkende boodschap in de gemeente met elkaar in gesprek over de lof op God. Daarbij komt uiteraard het loven en prijzen van de Here in de kerkdiensten aan de orde, maar ook de vraag hoe de lofzangen in het leven van elke dag een plaats hebben. Deze gesprekken moeten verder komen en dieper gaan dan de allerindividueelste emotie: open de bijbel en durf met elkaar de bijbelse boodschap over lied en muziek tot eer van God en als middel voor onderlinge verkondiging te ontdekken, te formuleren, en in praktijk te brengen. ()
3. In tegenstelling tot wat u eerder deze maand hebt kunnen lezen doe ik de aanbeveling niet tot een principieel onderscheid te komen tussen kerkdiensten en allerlei andere samenkomsten en tussen wat in het ene geval niet en het andere geval wel kan. Dat bevordert een toch al merkwaardige visie op de kerkdiensten. () Het onderwerp van een samenkomst (kerkdiensten en andere bijeenkomsten), de sfeer, de context, de inhoud van de liederen: die bepalen of een lied past of niet. Elke psalm past ook niet in elke dienst. Dat vraagt om visie en bewust nadenken over de liedkeuze in de kerkdienst, maar net zo goed in een sing-in. Alsof daar geen psalmen passen.
4. Spreek daarom uit en onderwijs de gemeente daarin, dat er geen principieel onderscheid is tussen psalmen, gezangen en andere geestelijke liederen waarin God geëerd wordt, zijn daden geprezen en de Here gezocht in aanbidding, schuldbelijdenis of lofprijzing.
5. Laat gemeenteleden participeren in de vormgeving van de kerkdiensten.
Een vaste groep gemeenteleden kan de voorganger daarin ondersteunen, ontlasten en blij maken! Uiteraard kunnen ook verschillende groepen om de beurt betrokken worden bij de keuze van liederen en muziekinstrumenten.
Het gaat niet om hoe je dit doet, maar dat het gebeurt. Te veel is de kerkdienst qua invulling het monopolie van de voorganger waarbij zijn persoonlijke voorkeur ongetwijfeld een rol gaat mee spelen. Als God troont op de lofzangen van zijn volk doet elke kerkenraad er goed aan dat volk te betrekken bij de keuze van liederen en muziek.
6. Zorg voor goede instrumenten. Dat geldt van orgels, maar ook van de andere instrumenten die gebruikt (gaan) worden. Zeker een orgel en piano vragen om regelmatig onderhoud: zuiverheid is een eigenschap van God en zal voor ons dus een muzikaal doel moeten zijn.
7. Goede instrumenten vragen om goede musici. Daar ontbreekt het soms aan en dan lijkt het wel alsof je toch blij moet zijn met die organist, maar dan is dat niet zo. Ik pleit er voor, dat kerkenraden of een daarvoor benoemde commissie er op toe zien, dat musici niet alleen noten kunnen spelen, maar ook verstand hebben van begeleiden. Dat wil concreet zeggen, dat het een voorwaarde is, dat musici bij de begeleiding het juiste tempo en ritme hanteren. Die hebben o.a. te maken met de ruimte waar je als gemeente in zit, maar uiteraard ook met wat de muziek van het lied van tactusteken tot slotnoot voorschrijft. Als de psalmen in een goed tempo worden begeleid en de gemeente geleerd wordt om in het juiste ritme te zingen komt dat het zangplezier ten goede. Een organist (want daar gaat het tot nu toe meestal om) die bij elke regel wacht tot de gemeente er ook weer bij is, leert de gemeente niet zingen, maar bevordert juist een slechte samenzang. Het is opvallend om te horen hoe goed het gaat zodra een band of ensemble de samenzang begeleidt. Hoe komt dat? Heel simpel: zodra je met meer mensen tegelijk muziek maakt moet het recht boven elkaar staan en kun je niet wachten op een aanzwellende gemeente die wat achterop komt. En dat zingt een stuk prettiger en mooier dan als je bij elke regel weer uit je ritme wordt getrokken n.b. door degene die de samenzang juist moet begeleiden. ()
9. Richt een koor of cantorij op dat een dienende rol heeft in de kerkdiensten: tegenstem, ondersteuning, verkondiging. Ook van dit koor geldt, dat er naar gaven gekeken moet worden.
Waarom zou díe bijbelse boodschap uit verschillende hoofdstukken in de brieven niet van toepassing zijn als het gaat om lied en muziek in de dienst?!
10. Stimuleer in de gemeente het ontwikkelen van muzikale gaven en biedt musici financiële ondersteuning, vergoeding en stimulans. Dat geldt niet alleen organisten, maar het is goed wel bij deze groep te beginnen. Als de lof op Gods naam ons echt wat waard is, als we die troon van God willen verfraaien: investeer daar dan in.
11. Leer de gemeenteleden dat je voor God best mag klappen.