“Zingen klinkt bij ons een beetje raar”

2004-05-14
  • Jaargang 48
  • nummer 10
Hoewel alle Nederlands Gereformeerde gemeenten ongetwijfeld hun unieke karaktereigenschappen hebben, geldt dat zeker voor de ‘Open Hof’ in Dordrecht. Niet alleen het sterk Evangelische karakter van de gemeente en de kerkdienst, maar ook zeker het uitgebreide werk onder doven en slechthorenden valt op. Ruim twintig doven hebben hun plaats gevonden in de Dordtse geloofsgemeenschap. En dat laat zijn sporen na in een kerk.

Het is geen unicum meer als er in kerken iemand aan de deur staat om alle bezoekers welkom te heten. Maar deze zondag is het Natasja Kempe, een jonge vrouw die – bij nader contact – doof blijkt te zijn. Een eerste kennismaking met deze karakteristieke groep binnen de Dordtse Open Hof kerk.

Eerste stappen
De Open Hof heeft ruim twintig leden die doof of (zeer) slechthorend zijn. Alle kerkdiensten, gemeentea vonden, jeugdavonden, gemeenteweekenden en zelfs het kinderwerk worden getolkt voor de gelovigen met een hoordefect. En dat, terwijl de kerkdiensten pas vanaf januari 2001 toegankelijk gemaakt zijn voor deze groep mensen.
Het is allemaal begonnen bij Sharon Veerbeek, een meisje van inmiddels dertien jaar.
Toen zij twee jaar was, kreeg zij een ontsteking in de kleine hersenen en raakte daardoor doof. Enkele gemeenteleden van de Open Hof besloten een cursus gebarentaal te gaan doen, zodat ze met het meisje konden communiceren.
En toen de ouders van Sharon in contact kwamen met de IC (Interkerkelijke Commissie voor Dovenpastoraat), werden ongemerkt de eerste stappen gezet naar een bredere taak van de Nederlands Gereformeerde Kerk in het Dordtsche Dovenpastoraat.

Heel blij
Het IC organiseerde interkerkelijke diensten voor auditief gehandicapten in Dordrecht.
Toen de ruimte waarin zij hun diensten hielden niet langer beschikbaar bleef, zochten ze contact met de Open Hof. Er waren immers al contacten met enkele leden van deze kerk. Al snel kregen zij een onderkomen in ‘zaal vier’ van het voormalige schoolpand. Vanaf 1997 werden hier wekelijks, tijdens de reguliere kerkdienst van de Nederlands Gereformeerde Kerk, diensten voor doven gehouden.
Margot Bakker, een van de dove gemeenteleden, vertelt dat zij steeds vaker de neiging kreeg om aan de gewone dienst deel te nemen. “Ik miste de muziek tijdens onze diensten. Tijdens de dienst voor de horenden werd er tenminste gezongen, muziek gemaakt. Daar wilde ik liever bij zijn.” Ook een dove oudere heer sluit hier enthousiast bij aan: “Sommigen onder ons kunnen nog wel iets van muziek verstaan. Ik ook. De muziek in de dienst vind ik
prachtig, ik wordt er altijd heel blij van.”

Rooster
In 2001 besloot de kerkraad van de Open Hof de diensten aan te passen, zodat het toegankelijker werd voor de doven. Nelly Faber heeft, samen met haar man een dove zoon en is verantwoordelijk voor het dovenwerk in deze kerk: “Zowel de doven als de horenden wilden de diensten integreren. Daar was wel het een en ander voor nodig: alle liederen worden via sheets op de muur geprojecteerd en er wordt tijdens het zingen voortdurend aangewezen bij welke lettergreep de gemeente met zingen is gebleven.
Ook wordt ‘Het Boek’ als Bijbelvertaling gebruikt. Die vertaling is eenvoudiger te vertalen voor doventolken.
En natuurlijk is er een rooster waarin vier tolken rouleren. Iedere kerkdienst wordt er getolkt. We hebben twee professionele tolken en twee ‘amateurs’, waaronder ikzelf.”

Onmisbaar
Inmiddels beschikt de kerkzaal over een ‘ringleiding’.
Dit is een magnetisch veld waardoor doven en slechthorenden via een oortje toch nog veel van het geluid in de dienst kunnen ‘opvangen’.
Maar de tolk blijft onmisbaar, vindt Lilly de Carpentier (een van de dove gemeenteleden): “We kunnen liplezen, we horen vaak nog wat via de ringleiding en kunnen de sheets en de bijbel in principe meelezen. Maar het is heel vermoeiend om dat twee uur lang vol te houden.
Onze taal is doventaal; Nederlands is een tweede taal. Bruikbaar voor korte gesprekken, maar niet voor het geconcentreerd volgen en meemaken van een kerkdienst.” Corry Bakker sluit daar helemaal bij aan: “Stel dat er geen tolk zou zijn, dan kun je nooit met je ogen knipperen of op je kinderen letten.
Want dan mis je gelijk allerlei belangrijke onderdelen van bijvoorbeeld een preek.”

Dertig uur
Doven krijgen van de overheid een vergoeding waarmee ze dertig uur per jaar over een professionele doventolk kunnen beschikken.
Die kunnen ze ‘inhuren’ voor bijvoorbeeld begrafenissen, een toneelstuk of kerkbezoek.
Maar dertig uur is zo voorbij als je een trouwe kerkbezoeker bent. Nelly Faber: “Bij ons in de kerk is dat dus handiger geregeld, want hier komt een professionele doventolk voor twintig mensen tolken. Die tolk wordt ‘betaald’ met de uren van de doven in de kerkdienst; iedereen levert een aantal uren in.” Maar daarmee zijn ze er nog niet. Want er zijn niet genoeg uren voor iedere kerkdienst en voor alle andere kerkelijke activiteiten. Die worden dus opgevangen door de zeer betrokken vrijwilligers.
De doven uit de kerk benadrukken dan ook, dat het dovenwerk in de Open Hof niet zou bestaan zonder deze vrijwilligers.

‘Christelijk taalgebruik’
Bovendien is het inhuren van een professionele tolk voor een kerkdienst niet altijd makkelijk. Het ‘christelijk taalgebruik’ is niet voor iedereen goed hanteerbaar.
Minka van Spijk is professioneel tolk met een kerkelijke achtergrond: “Dat is ook de reden waarom ze mij hebben gevraagd. Via via werd mij verteld dat hier een tolk nodig was voor de kerkdienst.
Als je zelf een kerkelijke achtergrond hebt, snap je beter wat een dominee bedoelt. Dan kun je het dus veel beter en doorleefder vertalen. Voor niet-christelijke tolken is dat nog wel eens moeilijk. Natuurlijk zijn ze professioneel, maar vaak vinden doven de vertaling minder levendig of mist het
belangrijke nuances.”

Dovenkoor
De aanwezigheid van doven heeft de kerkdienst veranderd.
Bezoekers van de gemeente kunnen niet om de opvallende aanwezigheid heen. Allereerst is de doventolk zichtbaar voor de hele gemeente en dwalen de blikken tijdens de dienst ongemerkt naar een van deze dames af. Maar ook beleven de doven lofprijzing tijdens de dienst op hun eigen manier. Van achter uit de zaal gezien, valt het op dat er druk wordt gebaard tijdens het zingen.
Natasja Kempe: “Wat ik altijd zo gek vind, is dat horenden niet altijd doen wat ze zingen.
Dan zingen ze: ‘wij heffen onze handen op’ terwijl ze hun armen langs hun lichaam laten hangen. Dat is voor ons onbegrijpelijk. Wij heffen onze handen dus gewoon op.” Natasja maakt, met in totaal zo’n tien dove gemeenteleden, deel uit van een zogenaamd dovenkoor. Af en toe ‘zingen’ zij tijdens een dienst.
Door middel van het gezamenlijk gebruik van gebarentaal, de mimiek en het knielen of opheffen van handen, laten zij hun lied zien aan de gemeente. Natasja: “We treden ook wel eens op in andere kerken. Altijd samen met een ander koor, of we treden op terwijl de gemeente zingt. Want als wij zouden zingen, dan klinkt dat bij ons een beetje raar. Maar we merken wel dat luisteraars soms erg geraakt worden door ons optreden. Het komt regelmatig voor dat mensen tranen in hun ogen krijgen omdat ze door ons een lied op een nieuwe manier beleven.”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief