Geïnspireerd en gevarieerd

2004-06-25
  • Jaargang 48
  • nummer 13
De doelstelling van de NBV is een vertaling te maken die in zoveel mogelijk kerken officiëel aanvaard wordt voor gebruik in de liturgie, dus als 'kanselbijbel'. Dat vereist een ruim draagvlak en daarvoor is, naast de kwaliteit van het werk, uiteraard inspraak en invloed vanuit die kerken noodzakelijk. Daar is dan ook van meetaf naar gestreefd, waarbij de Raad voor Contact en Overleg over de bijbel (RCOB) een belangrijke rol speelde.

Bovendien zijn in de verschillende commissies die het werk begeleiden en in de groep van supervisoren deskundigen benoemd, die uit zoveel mogelijk verschillende kerken en religieuze groeperingen afkomstig zijn.
Die opzet is m.i. succesvol geweest, al bleek het - zoals wel te verwachten was - niet mogelijk aan ieders wensen tegemoet te komen. De weergave van de Godsnaam bleek een (traditioneel) twistpunt, niet slechts tussen christenen en joden, maar ook met 'orthodoxen' en feministische theologen, die om heel verschillende redenen de weergave van JHWH (Jahwe of Jahu) met HEER niet konden accepteren.

Kerkelijk draagvlak
Het voor een kerkbijbel vereiste kerkelijke draagvlak is gezocht door inspraak van een groot aantal kerken via hun afgevaardigden in de genoemde Raad voor Contact en Overleg over de bijbel (RCOB). Helaas zijn onze kerken daarvan nog steeds geen lid, al hebben ze er wel twee waarnemers in. Vooral bij de start speelde de RCOB een belangrijke rol en op haar 'Alverna-conferentie' van 1989 werd het initiatief voor de nieuwe vertaling genomen en de eerste plannenen richtlijnen grondig besproken.1) Het eigenlijke vertaalwerk wordt uiteraard verricht door deskundigen, wier werk wordt getoetst en bijgesteld door diverse commissies. Daartussenin zitten ook ca. vijftig 'supervisoren', afkomstig uit twintig verschilllende kerkgenootschappen, die de vertalingen toetsen en commentaar of kritiek leveren.2) Met de voor kerken belangrijke liturgische aspecten houdt zich een aparte werkgroep bezig en brochure no. 15 van het NBV-project is daaraan gewijd.

Oude vertalingen
Die inspanningen nemen niet weg dat nu al duidelijk is dat invoering niet overal zal lukken. Er zijn altijd kerken en groepen zijn die deze vertaling bij voorbaat afwijzen, waarbij sommige orthodoxe gereformeerden en roomskatholieken een verassende overeenkomst vertonen. Beide geven prioriteit aan een van een officiëel kerkelijk waarmerk voorziene oude vertaling, die soms meer gezag lijkt te hebben dan de geïnspireerde grondtekst.
De eersten willen vasthouden aan de 'oudvaderlandse' Statenvertaling, destijds gemaakt in opdracht van een gereformeerde synode door gereformeerde vertalers. Maar helaas, die vertaling is verouderd, kent te veel fouten, en is voor moderne mensen onbegrijpelijk. De katholieken mogen van de bisschoppen, die gehouden zijn aan de richtlijnen van het Vaticaan, de NBV wel voor persoonlijk gebruik lezen, maar voor de liturgie blijft de kerkelijk geijkte Neo-Vulgaat (de officiële Latijnse vertaling, die teruggaat op de 4e eeuw v. Chr.) verplicht.
Andere kerken zullen de vertaling uiteindelijk wel accepteren, maar de Gereformeerde Bond staat afwijzend tegenover de NBV3) en acht haar ongeschikt om de Statenvertaling vervangen, al wordt wel erkend dat deze laatste ook niet meer voldoet.

Zuinig
Onze waarnemers bij de RCOB vinden de NBV geen 'moderne vertaling die brontekstgericht en als kerkbijbel te gebruiken is'. Maar zij denken dat aanvaarding wel een feit zal worden, omdat de 'Nieuwe Vertaling' (van 1951) verouderd is en haar voorleesbarheid onvoldoende, en omdat 'een aanzienlijke deel van de kerkleden afwijzing van de NBV voor gebruik in de kerkdienst niet zal begrijpen'.4) Dat is een zuinige en nogal negatieve opstelling en ik vind hun kritiek, bijvoorbeeld als zij spreken van een 'hoog parafrase-gehalte', overtrokken.
Kritiek is natuurlijk mogelijk en diverse waarnemeningen in de bijdragen van De Jong, Langbroek-Knoeff en Gerkema in het in een vorig artikel genoemde themanummer van Opbouw zijn terzake. Met zulke kritiek hebben de vertalers en commissies, binnen de grenzen van de overeengekomen 'vertaalprincipes', ook rekening gehouden, zoals blijkt uit het slothoofdstuk van 'Werk in uitvoering 2' en uit de verslagen van de activiteiten van de Begeleidingscommissie. De nu naar de drukker gestuurde eindtekst bewijst dat er van alles is bijgesteld, ook in de vertaling van Prediker, waarover mevr. Langbroek-Knoeff met veel waardering en ook kritiek schreef. Wijzigingen willen de vertaling meer brontekstgetrouw, mooier en ook soberder en krachtiger maken, o.a. door het weglaten van vulwoorden en verklarende toevoegingen, terwijl ook onnodige variatie is beperkt.
Daarmee is niet alle kritiek weerlegd of verwerkt, maar de kwaliteit is verbeterd.

Kijk op de bijbel
De kritiek op de vertaling heeft soms ook te maken met de visie op de bijbel als door de Geest geïnspireerde tekst, die het woord van God bevat.
Wie denkt in termen van woordelijke inspiratie geeft elk afzonderlijk woord veel gewicht en de brontekstgetrouwheid krijgt dan ook een religieuze lading. Soms let men daarbij ook meer op losse woorden en (bewijs) teksten, dan op wat de Geest met een woord of tekst in het kader van een hele pericoop of hoofdstuk eigenlijk wil zeggen. Ga je uit van de 'organische inspiratie', waarbij je de eigenheid van de menselijke auteur - inclusief zijn taalkundige talenten en culture achtergrond - serieus neemt, dan heb je als vertaler meer mogelijkheden, mits je aan wat de tekst uitdrukt volledig recht doet.

Variatie in stijl
De NBV heeft groot respect voor die menselijke auteurs, in al hun verscheidenheid.
Daarom wordt terdege rekening gehouden met stijl, 'register' (het taalniveau) en literaire vorm.
Klaagliederen, profetische toespraken, verhalen, wetten, spreuken en openbaringen hebben niet alleen een gedeeltelijk andere woordenschat, maar de vertaling moet ook hun stijlverschillen laten uitkomen. Er zijn theo-
logische beschouwingen èn felle discussies, gedichten èn lijsten. Als je die allemaal in hetzelfde plechtige register vertaalt doe je de brontekst geen recht en nivelleer je. Bij poëzie wordt, vaak met fraaie resultaten, aandacht besteed aan versregels en strofen, aan beeldende taal, en aan verschijnselen als parallelisme, chiasme en enjambement. Natuurlijk heb je, als je oude poëzie uit een andere taal en cultuur, met heel andere vormkenmerken (er is geen rijm, over het metrum is men het niet eens) mooi wil vertalen, meer vrijheid nodig. Al waardeert de kerk de bijbel niet primair als literair product, respect ervoor betekent ook respect voor haar schoonheid en vorm. De pogingen die zo goed en mooi mogelijk in onze taal weer te geven, om daardoor ook ontroering en emotie te wekken, verdienen alle waardering.
Zo vertalen getuigt van eerbied, omdat de bijbelse poëzie God wil loven, die op onze lofzangen troont.
De Landelijke Vergadering heeft inmiddels het gebruik van de NBV 'in de vrijheid van de kerken' gelaten. Ik hoop dat wij als kerken deze nieuwe vertaling positief tegemoet treden en invoeren, en dat scribenten haar niet als schietschijf voor allerlei detailkritiek gaan gebruiken, maar ook ingaan op de methodische vragen. Ik denk dat predikanten haar voorleesbaarheid en helderheid zullen waarderen, zonder te veel 'eigenlijk staat er's'.
Want het gaat om de vraag hoe Gods woord in onze taal zo eerlijk en duidelijk mogelijk vertaald kan worden om de harten èn hersens van mensen te raken.

1. Op basis van de nota van dr. E.W. Tuinstra, Een Vertaling 2000. Waarom een nieuwe bijbelvertallng? (maart 1990). De studiedag van 2001 was gewijd aan Liturgische aspecten van de NBV (NBV-Project brochure 15).
2. Schrijver dezes is daar (als tweede lid uit onze kerken, naast Drs. Veefkind) sinds sept. 2001 lid van, wat onze waarnemers bij de RCOB blijkbaar is ontgaan. Zie voor een overzicht van alle teams en commissies en hun leden, NBV-Project brochure 17, Het einde in zicht (mei 2003).
3. Vgl. de positiebepaling in het boekje Kanttekeningen bij de Nieuwe Bijbelvertaling (Heerenveen 2002), al is die iets minder negatief dan het oudere Staat en ziet toe uit 1998.
4. Dat is wel duidelijk uit de reacties in de rubriek "NBV aan tafel", in het boven genoemde Opbouwnummer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief