Nederlands gereformeerd in Nijmegen
2004-06-25
In het Bourgondische Nijmegen wordt het beeld van het christendom het meest zichtbaar bepaald door het katholicisme. De katholieke universiteit, katholieke kerken en (oude) kloosterpanden ademen de geur uit van historisch Roomse cultuur. Maar ook het protestantisme leeft in deze stad. Zoals bijvoorbeeld de kleine, maar springlevende Nederlands Gereformeerde Kerk.- Jaargang 48
- nummer 13
Het is laat in de middag op een zondag in mei. Vanuit een zonovergoten, groene laan stappen de kerkleden de schemerige ruimte binnen die gedeeld wordt met de Servisch Orthodoxe kerk. ‘Byzantijnse kapel’ gaf de routebeschrijving aan, maar de kleine ruimte naast de grote katholieke kerk doet meer denken aan een intieme kloosterkapel.
Langs de wanden van alle vier de muren hangen iconen en afbeeldingen van heiligen.
Een van de bezoekers vertelt: ‘Die hangen in een heel speciale volgorde. Precies het juiste aantal centimeters van elkaar en precies op de juiste plaats. Als wij per ongeluk iets verschuiven, krijgen we dat direct te horen van de gemeente van wie we deze ruimte huren. Dat geeft je wel een andere kijk op al deze schilderijen.’ Behalve de iconen bevinden zich de typerende kaarsenhouders in de kleine zaal. En met gesloten ogen, is er bijna de geur van wierook te bespeuren…
Niet ideaal
Langzaam maar zeker druppelen al de gemeenteleden binnen. Als de dienst begint zitten er 25 á 30 bezoekers, volwassenen en kinderen samen, in de eikenhouten banken. Omdat er zo’n klein aantal toehoorders is, valt een nieuweling snel op.
Madeleen Meima, een vriendelijke grijzende dame, vertelt dat een ochtenddienst een beter beeld zou geven: ‘Dat komen er meer mensen en zitten we hier met zo’n veertig man. We hebben iedere zondag één dienst. Driemaal per maand is dat een ochtenddienst, eenmaal een avonddienst. Dan moeten we de ruimte ’s ochtends afstaan aan de Servisch Orthodoxe kerk.
Dat is voor ons niet ideaal, maar het is moeilijk om een andere ruimte te vinden in Nijmegen.’
Op eigen kracht
Niet alleen het vinden van een geschikte ruimte is een uitdaging, ook het zoeken van een predikant voor zo’n kleine gemeente was dat lange tijd. Diederick Eikelboom (één van de ‘kosters’ en ‘doet iets met muziek’): ‘Drie jaar geleden ging onze laatste predikant, dominee Van ’t Hof, weg. Daarna hebben we met een stuk of zes predikanten contact gehad waarvan we er drie officieel hebben beroepen voor een deeltijdfunctie.’ Geen van de predikanten voelde zich geroepen.
Eikelboom legt uit dat dit veel onzekerheid meebrengt voor een kleine gemeente.
‘Het is moeilijk om dan gewoon door te gaan. Je hebt de neiging om belangrijke beslissingen vooruit te schuiven en af te wachten tot er een predikant komt. Dat is niet erg opbouwend voor een gemeente. Daarom hebben we uiteindelijk besloten om geen predikanten meer te beroepen. We proberen het nu gewoon op eigen kracht.’
Niet herderloos
Dat betekent dat de Nederlands Gereformeerde Kerk in Nijmegen de helft van de tijd predikanten ‘van buiten’ de dienst laat leiden en dat de andere helft van de tijd opvangt met leden van de eigen gemeente. Tijdens de avonddienst in mei is dat Berno Koning. Hoewel de preek van Koning niet onderdoet voor de voordracht van een gemiddelde predikant, roept deze gang van zaken toch vragen op. Hoe moet dat bijvoorbeeld met sacramenten als het Heilig Avondmaal en de doop?
Eikelboom: ‘Eerlijk gezegd weet ik niet wat het AKS precies eist. Bij ons kan ook een ouderling het Avondmaal leiden. Het dopen van kinderen is tot nu toe nog altijd door een predikant uit het land gedaan.’ Vervolgens noemt Eikelboom nog meer zaken die in een normale gemeente de aanwezigheid van een predikant vereisen: ‘De eredienst, het pastoraat, communicatie naar buiten en gemeenteopbouw.
Allemaal zaken die je verantwoordelijkheden van een predikant kunt noemen.
Maar in ons geval vangen we ze op met ouderlingen, diakenen en gewone gemeenteleden.
Iedereen heeft (extra) taken gekregen en op het moment functioneert dit prima.’ Zelfs al zou een predikant zich uit zichzelf bij de Nijmeegse gemeente aanbieden, dan nog verkiest de kudde het om tijdelijk herderloos te zijn. ‘Pas als de noodzaak weer voordoet om over een predikant na te denken, doen we dat,’ zegt Eikelboom. ‘Nu is dit de meest duidelijke en rustige situatie voor onze gemeente.’
‘We missen volume’
Zoals eerder aangegeven, is de Nijmeegse gemeente erg klein. De gemeente telt ongeveer 55 belijdende leden en 20 doopleden. Maar er is veel verloop, vertelt Diederick Eikelboom. ‘Er komen hier geregeld studenten. Die studeren dan weer af en verhuizen vervolgens vaak.
Sommigen blijven hangen.
Onze gemeente bestaat nu vooral uit de leeftijd twintigers, dertigers en enkele zestigplussers. We missen de groep veertigers en vijftigers met kinderen in de tienerleeftijd.
Die zouden we graag erbij willen hebben, want als je ze mist, ben je ook niet aantrekkelijk voor deze groep.’ Een kleine gemeente heeft zijn voor- en nadelen.
Voordelen die Diederick Eikelboom noemt: ‘Je kent elkaar, de gemeente is flexibel; staat open voor veranderingen. De Evangelische liedbundel werd bijvoorbeeld in twee of drie weken ingevoerd. Oeverloze vergaderingen kennen wij niet. Iedereen blijft na de dienst met elkaar napraten, we eten geregeld met elkaar, drinken koffie samen.
Bovendien zijn alle gaven en talenten welkom bij ons.
Waar je ook goed in bent, we hebben er bijna altijd wel behoefte aan!’ Maar natuurlijk zijn er ook nadelen. Volgens Eikelboom mist de gemeente bijvoorbeeld ervaring, vooral door het gebrek aan veertigers en vijftigers. Een stukje wijsheid en wat vitaliteit die daarmee samenvalt. Bovendien kan een kleine omvang ook beperkend zijn voor een gemeente: ‘Ik zou het bijvoorbeeld geweldig vinden als we een muziekgroep in de kerk zouden hebben,’ legt Eikelboom uit. ‘Maar we hebben daarvoor niet genoeg muzikale mensen. Bovendien zouden er dan maar weinig meezingers overblijven. Dan gaan we natuurlijk ook volume missen bij het zingen tijdens de dienst en daardoor zijn we misschien weer niet zo toegankelijk voor tieners.’
Geweldige ingang
‘Twee jaar geleden heeft de hele gemeente het boek ‘Leven uit de Bron’ van ds. Marius Noorloos behandelt,’ vertelt Eikelboom. ‘We hebben toen onze gemeente gedefinieerd als een gemeenschap die wordt gekenmerkt door een hart voor de Heer, een hart voor elkaar als zijn volgelingen en een hart voor zijn werk en voor de wereld.
Na deze cursus hebben we opnieuw gemeentebreed bijbelstudiekringen opgezet, waarbij we in twee jaar de hele Bijbel willen door gaan.’ Behalve de actieve houding die een kleine kerk van haar eigen gemeenteleden vraagt, is de gemeente zelf ook actief in Nijmegen. Ze maakt ook deel uit van het Nijmeegs Evangelisatie Overleg, doet ze mee aan het organiseren van de kerstnachtdienst, het bezoeken van prostituees in de tippelzone, een koffiehuis voor daklozen en de voetenwassing bij de Nijmeegse Vierdaagse. ‘Die voetenwassing is een geweldige ingang,’ vertelt Eikelboom.
‘Je krijgt daarmee prachtige gesprekken. Het is prettig voor deelnemers van de avondvierdaagse, speciale aandacht voor je voeten na zo’n lange wandeltocht.
Maar het zorgt ook voor nieuwsgierigheid en je krijgt er interessante gesprekken door. Je toont dienstbaarheid aan deze mensen, zoals Jezus deed toen Hij de voeten van Zijn discipelen waste.’
Rustplaats
Al met al maakt het de kleine Nijmeegse gemeente aantrekkelijk, vindt Diederick Eikelboom. Zelf kwam hij vier jaar geleden in Nijmegen wonen, vanuit de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt uit ‘s-Hertogenbosch. In Nijmegen bezochten ze verschillende kerken maar bleven bij de Nederlands Gereformeerden hangen: ‘Deze kerk kwam op ons over als een plaats waar je rust kunt vinden. Dat is belangrijk, zeker voor dertigers met kinderen. Die moeten al zo veel; promoveren, kinderen opvoeden, allerlei maatschappelijke taken… Wij willen een rustplaats zijn voor mensen die hier binnen komen!’