Eerst maar eens integreren
2004-07-16
Onlangs was ik aanwezig bij zo’n trendy samenkomst in onze kerk, gewijd aan het Ministry-gebed. De religieuze wind blaast stevig uit het westen en er komt van alles overwaaien uit de Angelsaksische wereld.- Jaargang 48
- nummer 14
We praisen in het Engels, we prayen in ministry-style. Soms heb ik het idee dat we een real new age zijn binnengegaan en dat ik me haastiglijk heb te bekeren.
Ik voel me altijd een hark bij zo’n happening. Een beetje een ouwe vent intussen, die het allemaal niet meer zo goed kan bijbenen. Ik loop trouwens altijd al een stuk achter bij de mode. Mijn kinderen vonden vroeger al dat ik er middeleeuwse ideeën op na hield en dat ik kleren droeg uit het jaar nul - en dat was allebei ook toen al even geleden. Dus!
Ik ging daarom ook op een veilig plekje achterin zitten, daar viel ik niet zo op. Raar eigenlijk hè? Ik zat van allen hier aanwezig zowat het langst in de kerk, maar ik hoorde er eigenlijk niet meer bij. Je zou je eenzaam gaan voelen in je eigen gemeente. Dat gevoel hebben vandaag de dag natuurlijk velen van mijn leeftijd en ze blijven daarom maar liever weg. En dat mag natuurlijk. Vrijheid blijheid. Je kan komen praisen en prayen, prima, maar dan moet je verder niet liggen zaniken - óf je blijft gezellig thuis, toch? Lekker ouderwets psalmen zingen of zo. Ook prima! Ouwetjes en andere dwarsliggers kunnen ze heel goed missen.
We begonnen met een hele stetter opwekkingsliederen. Die werden op een groot scherm geprojecteerd, makkelijk zat. Twee schatten van meiden in spijkerbroek zongen ons voor. Ze hielden bijna professioneel hun microfoons in de hand en het was verbluffend hoe goed ze alle maniertjes hadden afgekeken. De amateurs van het begeleidende bandje deden lekker stevig hun best. Ik hou zelf meer van echte muziek, maar goed, smaken verschillen. Smaken verschillen ook in wát je zingt. Vaak hou ik mijn mond, omdat ik taal en melodie van veel liederen al te armzalig vind om er mijn God mee te prijzen, niet meer eigenlijk dan religieuze deunen en daar kun je, denk ik dan, niet mee aankomen.
Bij mij luistert het nogal nauw bij wat ik Hem aanbied. Niet dat ik principieel iets tegen opwekkingsliederen heb, helemaal niet, er zijn beslist ook juweeltjes bij. De bundels zijn me alleen te veel vergaarbakken: een slordige mix van kunst en kitsch, van rijp en groen, geloof en sekte.
Maar de Heer een nieuw lied te zingen, daar ben ik altijd voor. In wezen heb ik een even grote hekel aan gereformeerde behoudzucht als aan evangelisch gedram.
Het is voor iemand die er eigenlijk niet bij hoort altijd weer vreemd, zelfs een beetje vermakelijk, te zien hoe mensen zich ritueel gedragen, bijvoorbeeld hoe eendrachtig moslimmannen zich neerwerpen op een mat, of, zoals hier, mensen hun handen heffen.
Sommigen doen dat nog een beetje onwennig, een beetje stiekem zelfs.
Dat zijn dan beginners. Die gluren rond en die tíllen nog aan hun handen.
Die handjes komen soms nauwelijks boven de gordel uit. Anderen doen het vrijmoedig en met zwier. Er zijn schitterende bewegingen bij, heel symmetrisch en met beide handen, als een soort omgekeerde schoolslag. Ze zwemmen als het ware ten hemel.
Dat zijn de geoefenden. Het gebeurt allemaal vanuit dezelfde reflex die ook reformatorische kindertjes na huns vaders uitgezuchte ‘amen’ aanzet tot het ‘here-zege-dees-spijs-ameeetze’, een soort Pavlov-effect.
Ik deed niet mee, ik zal het zelfs niet proberen. Maar goed, ik hoefde ook niet. Iedereen was daar volkomen vrij in. Nog wel tenminste. Er is natuurlijk ook een tijd geweest dat het een zonde was wanneer je als gereformeerd kind bij het bidden je handen niet vouwde en je ogen niet sloot en er was altijd wel een moeder of een meester die je controleerde. Het blijft dus oppassen.
Na de praise was er een gastspreker die me griezelig dicht op de huid kwam. Duidelijke taal. Was geen woord Engels bij. Functionele en doorleefde beeldspraak. Indringend en klip en klaar Jezus. Gelukkig toch maar dat ik hier aangeschoven was.
Ik merkte trouwens dat ook de meer ingewijden met grote aandacht luisterden en opeens voelde ik bijna fysiek de eenheid in het geloof. ‘U maakt ons één’, zongen later de meisjes, zich niet bewust van de ironie in de tegenspraak van het moment.
Stom eigenlijk dat we telkens maar weer zaken toelaten die ons van elkaar scheiden En jammer eigenlijk dat alle andere ouwetjes en verdere dwarsliggers er nou niet gewoon bij konden zijn. Waar lag dat toch aan?
Alleen maar aan hun ouderdom en aan hun dwarsheid?
Het laatste deel van de avond was voor het ministry-gebed. Er gingen een stuk of vijf tweetallen op het podium staan, telkens een man en een vrouw. Als je wilde kon je een keus maken en zo naar ze toe gaan, je problemen of je vreugden vertellen en zij baden met je - één hand op jouw schouder, de andere open naar boven. Gave symboliek.
Ik heb maar niet meegedaan. Niet dat ik geen problemen heb of geen hand op mijn schouder verdraag en niet bidden wil. Maar niet op zo’n podium, met al die ogen in mijn rug. ‘Kijk, daar gaat de ouwe Ter Andere, wat zou-d-ie hebben?’ Het gaat alleen mijn hemelse Vader aan. Ik zoek liever de stilte van de binnenkamer, ook als ik voorbede vraag. Dit is gewoon niet mijn stijl. Dit is gewoon niet van mijn cultuur!
‘Hé’, dacht ik. ‘Dat is het precies. Het hoort niet bij onze cultuur! Het is komen aanwaaien! Het is die opdringerige westenwind!’ Niet de ouwetjes en andere bezwaarden zitten fout. Het is het onaangepaste allochtone gedrag dat ons stoort.
Zoek je een plek in onze kerk? Stel je dan asjeblieft eens wat bescheidener op. Ministry en Praise? Een Engels potjeslatijn en dat na Pinksteren? Ga eerst maar eens fatsoenlijk Nederlands spreken. Wij hebben daar zelf best heel mooie woorden voor: (de dienst van de) persoonlijke voorbeden en lofprijzing. Eerst maar eens een beetje integreren. Wie weet kan je dan onze kerkelijke cultuur inderdaad met goede ideeën verrijken, maar doe niet zo agressief en dring je niet op.
Terwijl ik naar huis fietste was ik al met een mooie oplossing bezig. Een blij en eerbiedig loflied in eenvoudige maar diepe taal en op een aanstekelijke melodie, in een feestelijke zondagse eredienst uit volle borst door heel de Gemeente, één in het geloof, gezongen. Na afloop is er gelegenheid voor een nagesprek en persoonlijke voorbede in een paar kerkelijke binnenkamers, samen met een daartoe benoemd koppel naar keuze.