De dominee is alleen
2004-08-06
‘De kern van het probleem is altijd, dat een dominee alleen is. Zich alleen voelt. En daar komen veel dingen uit voort: wie is jóuw herder, zijn er mensen die voor je bidden, van wie krijg je feedback, hoe begeleid je een veranderproces in je gemeente? En: hoe maak je contact en durf je mensen te confronteren?’- Jaargang 48
- nummer 15
Supervisor Dick Mostert (47) uit Hattem is van vrijgemaakte huize en geeft les aan de Gereformeerde Universiteit aan de Broederweg in Kampen. ‘In Kampen werk ik supervisie-achtig; hoe functioneer ik, ben ik eerst dominee en daarna mens of andersom? Ik houd ze voor, dat niet iedereen in een gemeente blij hoeft te zijn met de dominee, dat er spanning kan zitten tussen de uitersten van “gewoon werknemer” en “van God gezondene”.
‘Een jaar of vijftien geleden had de universiteit me al eens gevraagd om één of twee dagdelen in te vullen.
Daarbij lag de nadruk op het bepalen of de student geschikt was. Maar dat vond ik niks. Zes jaar geleden vroegen ze me weer en nu voor zes dagdelen per leerjaar. Wat ik doe is opgenomen in het leerplan en moet ook tot uiting komen in de stages.
De studenten moeten op zichzelf reflecteren.
Want dat is het belangrijkst, omdat het leidt tot nieuw handelen. Een dominee moet normaal kunnen functioneren in relaties. Zich afvragen wat hij wel en niet inbrengt in relaties. En als er iets misgaat, moet hij niet direct de ander de schuld geven en daar zondag gelijk ook even een preek over houden. Het is ook heel bijbels: heb uw naaste lief als uzelf. Hoe lief heb je jezelf? Want wij dreigen vaak onze identiteit te zoeken in structuren en in de goedkeuring van de mensen om ons heen. ‘Te weinig aandacht voor deze praktijkkant van het werk is een ingebakken fout in theologische opleidingen, waar je toch al vaak te maken hebt met “hoofdmensen” in plaats van “hartmensen”.’
Broodprofeet
Supervisie gaat helemaal over de persoon en zijn werk. Mostert heeft ook therapiegroepen, maar die gaan meer over de pure persoonlijkheid, zijn minder werkgerelateerd. Maar in het grensgebied zijn er mensen, die door innerlijke littekens ook in hun werk niet uit de verf komen.
‘Elk seizoen heb ik vijftien tweewekelijkse zittingen met twee supervisiegroepen van maximaal vier mensen, onder wie gemiddeld twee dominees.
Niet alleen dominees, want ik meng bewust. Dus meestal zitten er bijvoorbeeld een manager, een leraar of een hulpverlener bij. Het is voor een dominee goed om in de realiteit van die beroepen te staan. En hij heeft zelf ook met al die facetten te maken.
Ze vinden het allemaal heerlijk om eens met een ander beroep te praten.’ Meer dan een ander loopt de dominee gevaar in een klempositie te raken. ‘Ik word betaald door de kerkenraad, maar soms ben ik het niet met ze eens. Is het zo, dat wie betaalt, bepaalt?
Ben je profeet of broodprofeet, omdat je ook aan je gezin en je sociale zekerheid moet denken? En je staat voor een klus, die vroeger aanzien had, maar nu gewoon keihard werken is. En in die kerkenraad zitten vaak hoger opgeleiden, voor wie bedrijfscursussen en ATV-dagen heel gewoon zijn, maar die dat van een dominee niet pikken. Ik geef daarom tussen de bedrijven door ook veel weerbaarheidstraining. Je moet soms onbeleefd worden, maar zondag op de kansel wel de boodschap brengen en een kanaal blijven. Een toegewijd herder is geneigd veel in te leveren, maar als zijn gemeente dat niet doet… Liefde heeft soms ook harde vuisten, leer ik ze.
‘Vaak neemt de domineesvrouw thuis de telefoon op. Fungeert als een sluis, dat hoor je aan haar toon. Misschien is dat bewust, maar ik denk dat ze ieder gemeentelid als een concurrent van zichzelf beschouwt. Wanneer ben je er nu eens voor mij? Ze heeft geen hekel aan de mensen, maar aan het appèl dat ze doen op haar man.’
Onbeleden zonden
Volgens Mostert kampen zijn cliënten ook met ‘onbeleden zonden’. ‘Als je alleen staat, kun je die niet of nauwelijks met anderen delen. Over zonden als verkeerd internetgebruik of seksuele begeerten praat je ook niet makkelijk met je vrouw. En dan merk je dat je geen gewoon gemeentelid bent.
Want als een dominee van zijn voetstuk valt, dan neemt hij twijfelaars met zich mee. Inderdaad, hij hoeft niet zelf op dat voetstuk te klimmen, daar wordt hij op gezet. Hij heeft een voorbeeldfunctie, maar dat heb ik als therapeut net zo goed.’ Mostert vindt dat kerken er goed aan doen enkele supervisoren aan te stellen.
‘Een figuur als een “bisschop”, waarover wel eens wordt gesproken is prachtig, maar brengt het gevaar van hiërarchie met zich mee. Beter is het, enkele supervisoren – nadrukkelijk geen dominees - in te huren en iedereen eens in de drie jaar vijftien sessies te laten volgen. Je kunt dat in de regio doen, zodat de groep redelijk vast is en onderling vertrouwen kan ontstaan.’
Werkgeversrol
En wat staat een kerkenraad als ‘werkgever’ te doen? ‘Een dominee moet regelmatig scholing hebben op het persoonlijke vlak. Denk aan supervisie en didactiek, het overbrengen van kennis. Hij moet studieverlof kunnen opnemen en eens in de week moet met of voor hem worden gebeden.
Eens in de drie tot vier weken zou hij bovendien een goed gesprek moeten hebben met een vertrouwde collega of een supervisor. Dat doe ik zelf ook.
Regelmatig een ochtend wandelen met een goede vriend, die mij onverbloemd zijn mening geeft en andersom. En vergeet ook de complimentjes niet.’
| De spanning van het nee verkopen Dominee G. van Dijk uit Dalfsen volgde onlangs voor de eerste keer in zijn achtjarige loopbaan een supervisiegroep bij Mostert. ‘Mijn confronterende kant was het belangrijkste leermoment. Ik wil graag een bruggenbouwer zijn, maar moet beseffen dat ik ook wel eens nee moet verkopen. Ik heb leren inzien, dat ik de spanning in zo’n situatie niet moet wegdrukken. “Dat is je hart”, zei Mostert dan. Ik heb geleerd, dat wat ik op mijn hart heb, onbehaaglijk kan voelen. Maar zodra ik het uit, kan het positief werken, juist omdat het uit mijn hart komt. Dat wil trouwens niet zeggen, dat ik in de gemeente nu door allerlei porseleinkasten ga lopen.’ Van Dijk heeft de supervisie zelf aangekaart in zijn kerkenraad. ‘Anders had er geen haan naar gekraaid. We kennen mentoraat in de regio, maar dat begon net bij mijn aantreden, dus daar viel ik tussen wal en schip. Op papier is het wel goed geregeld, maar hoe het in de praktijk werkt?’ |
| NGK-opleiding doet het nog zonder supervisie De Nederlands Gereformeerde opleiding heeft geen specifieke aandacht voor supervisie, bevestigt ds. J.C. Schaeffer, een van de drie theologische studiebegeleiders, desgevraagd. ‘Het zit officieel niet in de opleiding, maar stagelopers kunnen bijvoorbeeld wel het advies krijgen om supervisie te gaan volgen. Meestal werken we dan samen met de STAGG en tevens volgt ds. Alex Boshuizen uit Oegstgeest een studie supervisie. Daar wil hij trouwens heel graag “klanten” voor hebben.’ Wel heeft de Landelijke Vergadering volgens Schaeffer besloten het stagetraject van de opleiding uit te breiden tot de eerste drie jaar ‘in de pastorie’. ‘Dat is vooral bedoeld als werkbegeleiding, maar de vorm moeten we nog bekijken, dus daar zou best supervisie bij kunnen komen.’ Schaeffer vindt dat de Kamper opleiding er ‘behoorlijk goed mee bezig is’. ‘In Apeldoorn zie je de laatste tien jaar een duidelijke verandering, maar de universiteit vindt zichzelf eerst en vooral een theologische opleiding. Maar het is belangrijk een balans te vinden tussen studie en de voorbereiding op het beroep. Dat is een dilemma: een student moet inhoud hebben én die inhoud kunnen overdragen.’ |