Ontwikkelingen in ledentallen sinds 1970
2004-08-06
Kerkelijk leven omvat veel meer dan een kerkelijke statistiek. Soms biedt een kleine levende gemeente in geloofsopzicht veel meer aan de leden dan een indrukwekkend grote gemeente.- Jaargang 48
- nummer 15
Ook zegt groei of daling van het ledental lang niet alles. Toch zijn cijfers niet onbelangrijk. Om te kunnen voortbestaan heeft een kerkelijke gemeente leden nodig.
In het overzicht in Opbouw hebben we drie jaartallen naast elkaar gezet, met daarbij de ledentallen van de afzonderlijke gemeenten. In 1970 werd – op initiatief van Utrecht-Centrum en in samenwerking met uitgeverij Buijten & Schipperheijn - een losbladige adressenlijst samengesteld. Het was de periode kort na de scheuring, waarin gemakshalve onderscheid werd gemaakt tussen ‘binnenverbanders’ en ‘buitenverbanders’. Het landelijke kerkelijk leven was nog grotendeels ontwricht.
Het losbladige boekje stond min of meer symbool voor die situatie.
Daarna hebben we in het overzicht de sprong gemaakt naar nú: het jaar 2004.
Tussenin is het jaar 1987 geplaatst: precies tussen 1970 en 2004 in. Die tussenstap geeft een beeld van wanneer groei of daling in ledental plaatshad: over een lange reeks van jaren of in de periode voor 1987 of na 1987?
Kleine kerken
Opvallend was in 1970 het aantal kleine gemeenten. Van de 94 kerken telden er achttien minder dan honderd leden.
Kleine kerken zijn kwetsbaar en acht van die kerken zijn dan ook opgeheven.
Daar staat tegenover dat enkele andere kleine kerken ‘van toen’ een forse groei hebben doorgemaakt of die – ondanks het geringe aantal - toch een levende gemeente zijn gebleven.
Natuurlijk spelen daarbij ook geografische omstandigheden mee. Sommige plaatsen waar de Nederlands Gereformeerde Kerk sterk is gegroeid, kennen een orthodox-kerkelijke traditie en andere plaatsen zijn groeikern geweest.
Omgekeerd kan een orthodox-kerkelijke omgeving of een ‘genabuurde rechtzinnige gemeente – zeker voor kleinere kerken - ook tot ledenverlies leiden. De jeugd trekt dan gemakkelijk naar een kerk waar meer onderlinge contacten mogelijk zijn. Daarnaast zien we in plaatsen die in de jaren tachtig een groeikern waren, nu weer een terugloop van het ledental: de groei is er uit en de jongste gezinnen trekken vaak naar andere nieuwbouwwijken, zoals Vinex-locaties.
‘De ouderen willen graag naar hun vertrouwde kerkgebouw blijven komen. Ze wonen ook vaak in de buurt en willen die gemeente niet missen. De jongere leden zouden zich wel willen aansluiten bij een kerkelijke gemeente in de buurt.
Daar is voor de kinderen en de jeugd meer te doen. Het is een moeilijke keus waar we als gemeente voor staan…..’
Grote gemeenten
In 1970 telden de gemeenten in Kampen, Bunschoten, Wezep en Zwolle meer dan 1000 leden. Bunschoten-Spakenburg is in ledental aanzienlijk gegroeid (van 1150 naar 1641 leden). De grootste Nederlands Gereformeerde kerk (Kampen) verloor in diezelfde periode meer dan 650 leden.
In 1970 had Zwolle één ‘buitenverbandse’ gemeente. Ook de leden uit Dalfsen hoorden bij deze kerk. Het gezamenlijke ledental van de huidige drie kerken (twee in Zwolle, één in Dalfsen) is aanzienlijk lager dan in de jaren zeventig (een verlies van bijna 400 leden). De kerk van Wezep laat een stabiel ledental zien.
Een aantal middelgrote gemeenten uit de jaren zeventig is de afgelopen 35 jaar duidelijk gegroeid. Dat geldt onder meer voor Apeldoorn (+ 370), Langerak ( + 217) en Eindhoven (+ 165).
Daar staat een flinke daling van ledental in Schiedam (- 355), Steenwijk (- 142) en Wapenveld (- 122) tegenover.
Noord-Holland
In Noord-Holland was de scheuring van de jaren ‘67/’68 het sterkst voelbaar.
Hier kwamen de meeste kerken buiten het verband te staan. Het aantal plaatselijke kerken daalde sinds 1970 met vijf: Aalsmeer, Amsterdam-Noord, Beverwijk en Haarlem werden opgeheven en de kerken in het westen van Amsterdam werden één gemeente.
Een aantal gemeenten is sterk in ledental gedaald, soms zelfs ruim gehalveerd.
Het ledental in de westelijke wijken van Amsterdam daalde van ruim 600 naar ongeveer honderd. Ook de achteruitgang in ledental in Zaandam en Zaanstreek-Centrum was zeer ingrijpend. In Noord-Holland zijn sinds 1970 slechts drie kerken in ledental gegroeid: Alkmaar, Hoorn (allebei groeikern in de jaren tachtig) en Oostzaan.
‘We zijn een kleine gemeente in een grote stad. Toch merk je steeds weer dat mensen zich in onze gemeente thuisvoelen.
Hoewel er veel ouderen zijn, komen er ook weer jonge gezinnen bij.
Ook studenten bezoeken de diensten.
We zien dat als een zegen. Je moet er toch niet aan denken dat in onze stad de christelijke kerk helemaal zou verdwijnen?
Het jeugdwerk en de catechisaties doen we trouwens samen met een andere gemeente.’
Gemeenten 1970 1987 2004
Aalten/W’wijk 90 50 -- in 1970 samengevoegd : Winterswijk
(47) en Aalten (43); in 1993 opgeheven
Aalsmeer 119 -- -- opgeheven in 1975 en opgenomen
in de gemeente van H’meer-OZ
A'dam-Noord 113 -- -- in 1970: Nieuwendam-Amsterdam Noord. Vanaf 1994 een nieuwe gemeente: De Hoeksteen, in 2003 opgeheven
A'dam-Centrum 327 247 229
A'dam-TZW 627 201 103 * in 1970 Amsterdam Zuid (351) en
Amsterdam-West (276), sinds 1977 gecombineerd
Alkmaar 59 133 122 *
Almere -- 81 200 * zelfstandige gemeente sinds 1983; zie ook bij Zeewolde
Almkerk-W’dam 91 129 91
Alphen a/d Rijn -- 165 157 in 1976 geïnstitueerd, daarvoor
onder Oegstgeest
Amersfoort -- 221 726 in 1972 geïnstitueerd. Thans gesplitst
in Amersfoort-Noord (359) en Amersfoort-Zuid (367)
Amstelveen 282 222 126
Apeldoorn 521 595 891
Arnhem 300 310 339 * zie ook bij: Oosterbeek-Wolfheze
Assen 98 226 452
Baarn 336 231 143
Barendrecht 272 343 333
Beverwijk 96 -- -- in 1985 opgeheven
Bilthoven 200 128 61
Breda 200 74 -- in 1997 opgeheven (bij Rijsbergen)
Breukelen 198 225 279
Bunschoten/S 1150 1543 1641
Creil 51 --- -- opgeheven in 1973 (bij Emmeloord)
Culemborg 122 178 140 zie ook bij Vianen
Dalfsen -- 281 239 deze gemeente viel in 1970 onder
Zwolle
Den Haag 561 287 174 in 1970: ’s Gravenhage Loosduinen
(320) en Zuid-West (241)
Den Helder 228 193 174
Deventer 171 139 175
Doetinchem/Velp 211 173 184 in 1970 Doesburg (55 leden) en
Velp (156 leden)
Doorn 152 253 270
Dordrecht 75 253 425 leden uit Zwijndrecht hebben zich
bij deze gemeente gevoegd
Dronten -- 445 543 in 1970 Oostelijk Flevoland (Dronten
en Lelystad samen: 405 leden)
Eck en Wiel -- 51 -- in 1993 opgeheven
Ede 308 522 1132 Veenendaal werd in 1995 een
zelfstandige gemeente
Eindhoven 432 479 597
Emmeloord 291 478 510 zie ook bij: Creil
Enschede 1020 1014 775 in 1970: Enschede Noord (569) en
Enschede Zuid (451), sinds 2003 gezamenlijk
Ermelo-H’wijk-P. 146 263 269
Gameren -- 43 -- in 1991 opgeheven
Gorkum 165 125 95
Groningen 301 292 329
Haarl.meer OZ 338 382 287 zie ook bij Aalsmeer
Haarlem 361 153 -- nu gemeente Heemstede-Haarlem, zie onder Heemstede
Hard.veld-G’dam 186 262 238
Haren 217 133 100 *
Hattem 152 262 414
Heemstede/H. 190 156 254 zie bij Haarlem
Heerde 96 208 358
Heerenveen 143 299 301
Hengelo 120 171 96 *
Hoogeveen 102 172 139
Hoorn 46 128 197
Houten -- -- 843 * oorspronkelijk bij Utrecht; in 1988
geïnstitueerd
Kampen 2965 2534 2308
Katwijk 191 117 115
Krommenie 374 391 307
Langerak 450 553 667
Langeslag 163 149 141
Leerdam 756 714 659 zie ook bij Zaltbommel
Lelystad -- 286 271 * in 1970: Oostelijk Flevoland, sinds
1972 Lelystad (zie bij Dronten)
Lisse -- 103 50 *
Loosdrecht 138 210 140
Maassluis -- 283 340 sinds 1976 bij het Nederlands Gereformeerde kerkverband
Maastricht 75 72 64
Marknesse 172 157 109
Molenaarsgraaf 65 -- -- sinds 1979 bij Sliedrecht
Middelburg -- 69 -- in 1972 geïnstitueerd; in 1999 opgeheven
Neede 110 117 116
Nieuwegein -- 311 168 * in 1987 totaal aantal NGK/CGKleden,
in 1984 geïnstitueerd
Nijmegen 120 42 70
Nijverdal 199 263 297
Nunspeet 129 185 444
Oegstgeest 244 435 433 Alphen aan den Rijn werd zelfstandig
Oosterbeek/Wh 68 -- -- in 1985 opgeheven
Oostzaan 99 111 115
Rotterdam-Ov 476 590 735 * Sinds 2002 zijn er in Rotterdam
twee NGK-kerken. Rotterdam-Overschie telt nu 417 leden en
Rotterdam-Alexanderpolder 318 leden
Rijsbergen 166 137 176 leden uit Breda hebben zich bij
deze gemeente gevoegd
Rijswijk 319 313 284
Schiedam 731 520 376
Sliedrecht 294 434 396 zie ook bij Molenaarsgraaf
Steenwijk 384 283 222
Ten Post 127 72 12 sinds 1988 buiten het NGK-kerkverband
Urk 321 406 414
Utrecht 579 691 571 Houten en Nieuwegein werden zelfstandig
Veenendaal -- -- 270 sinds 1997 een zelfstandige gemeente, voortgekomen uit Ede
Vianen 50 -- -- in 1973 opgeheven en gevoegd bij Culemborg
Vlaardingen 237 232 102
Voorthuizen 221 312 616
Wageningen 68 82 262
Wapenveld 701 691 579
Westbroek -- -- 218 in 2003 overgekomen naar het NGK-kerkverband
Wezep 1212 1298 1298
Wieringermeer 130 71 92
Wolvega -- -- 118 vrije gereformeerde kerk
Wormer 460 392 359
IJsselmuiden 415 486 478
Zaandam 258 219 99
Zaanstreek-C 201 155 100
Zalk 276 248 279
Zaltbommel 27 -- --- in 1975 gevoegd bij de kerk van Leerdam
Zeewolde -- -- 277 in 1994 geïnstitueerd, daarvoor onder Almere
Zeist 160 198 132
Zoetermeer 91 336 277
Zwartsluis 138 185 93
Zwijndrecht 73 95 --
Zwolle 1494 1057 882 In 1983 had een scheuring plaats. De gemeente in de Zuiderkerk telt nu 363 leden; de gemeente in het Agnietencollege heeft 519 leden
Totaal 27284 29298 31590
Samenstelling: Henk Algra, Alkmaar Met medewerking van Ab Hartkamp, Zwolle
Bronnen:
- Adressenboekje Gereformeerde Kerken (Buijten & Schipperheijn, losbladige uitgave, maart 1971)
- Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 1987 (Buijten & Schipperheijn)
- Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 2004 (Buijten & Schipperheijn)
Een * bij het ledental in 2004 betekent het aantal Nederlands Gereformeerde gemeenteleden in een samenwerkingsgemeente met de Christelijke Gereformeerde kerk. Het gezamenlijke ledental van plaatselijke kerken ligt dus hoger.
Overigens zien we dezelfde tendens van achteruitgang in ledental in Noord-Holland ook bij de Christelijke Gereformeerde kerken en bij de vrijgemaakt-
Gereformeerde kerken. In een aantal plaatsen in Noord-Holland is intensieve samenwerking binnen de ‘kleine oecumene’ ontstaan.
Grote steden
Van de grote steden noemden we Amsterdam al. De kerken in ’s-Gravenhage laten eenzelfde ontwikkeling zien: samenvoeging van gemeenten en een sterk dalend ledental (van ruim 550 naar ongeveer 175). Rijswijk laat een vrij stabiel beeld zien. De ontwikkelingen in de Nederlands Gereformeerde kerken wijken overigens opnieuw niet af van die in de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken en van de Christelijke Gereformeerde kerken.
Voor een deel zijn de jongere kerkelijke gezinnen verhuisd naar steden als Almere, Alphen aan den Rijn en Zoetermeer.
Toch strookt het beeld van Amsterdam en Den Haag niet met de ontwikkelingen, die we in Rotterdam en Utrecht zien. In Rotterdam groeide het ledental van 476 naar 735 leden. Wel laat de agglomeratie Rijnmond een groot ledenverlies zien in de kerken van Schiedam en Vlaardingen. Daar staat weer tegenover, dat Barendrecht en Maassluis groeiden.
De Jeruzalemkerk in Utrecht laat een stabiel ledental zien, maar in de directe nabijheid zijn de kerken van Nieuwegein en Houten ontstaan. Deze laatste gemeente telt nu meer dan 1000 leden. Tegenover deze groei staat een achteruitgang van de kerken aan de oostgrens van de stad Utrecht: Bilthoven en Zeist. Het is onder meer het gebrek aan betaalbare huizen voor jongeren dat deze gemeenten parten speelt. Er zijn weinig doopleden en veel ouderen.
Negatieve factoren
Daarmee zijn we bij één van de geografische factoren beland, die van invloed is op de mogelijkheden van een gemeente. Een aantal kerken vergrijst sterk, mede doordat er nauwelijks betaalbare woningen voor jonge gezinnen zijn. Soms is de werkgelegenheid in een bepaalde plaats teruggelopen of trekken studerende jongeren collectief weg. Omgekeerd vertrekken veel autochtone gezinnen uit de grote steden. Daar komen vaak allochtone gezinnen voor terug. Landelijk gezien is de demografische tendens, dat de randen van het land ‘leeglopen’, dat de Randstad vol raakt en dat de groei vooral zit in de ring van steden en dorpen rond de grote steden.
Maar ook gebeurtenissen in een gemeente kunnen leiden tot ledenverlies.
Interne kerkelijke conflicten kunnen diepe sporen nalaten en de kerk veel leden kosten. In enkele gevallen werd een oorspronkelijk qua ledental zeer levensvatbare gemeente na ernstige spanningen zelfs opgeheven. In een aantal plaatsen trekken jonge gezinnen naar een genabuurde grotere gemeente (‘perforatie van kerkgrenzen’).
We hebben hier nog niet de vraag aan de orde gesteld in hoeverre een gemeente ook werkelijk een levende gemeente is. Gaat er iets van de gemeente uit? Vinden jongeren er hun plek? Krijgen ouderen voldoende aandacht en zorg? Zijn gasten welkom?
Groeigemeenten
In de binnensteden en in plaatsen waar geen nieuwbouw is, kijkt men soms jaloers naar de groeigemeenten met veel jonge gezinnen. Aan de andere kant mogen we dankbaar zijn dat mensen in nieuwbouwwijken nog een kerkelijk onderdak weten te vinden.
De grootste groei zien we in de Nederlands Gereformeerde kerken in Utrecht, Gelderland en Flevoland. Meest opvallende groeiers zijn Houten (in 1988 gesticht en medio 2004 meer dan 1000 leden) en Ede (van ruim 300 leden in 1970 naar 1400 leden in 2004: Ede en Veenendaal samen). Ook Amersfoort (inmiddels twee gemeenten) is zeer sterk gegroeid (in 1970 nog niet vermeld, nu ruim 700 leden). Assen, Dordrecht, Heerde en Wageningen groeiden sinds 1970 van minder dan honderd leden naar 250 à 500 leden.
Het aantal Nederlands Gereformeerden in Flevoland is sinds 1970 verdubbeld (nu ongeveer 2400). Ook de in 1970 reeds bestaande kerken van Alkmaar, Doorn, Ermelo, Hattem, Heerenveen, Hoorn, Nunspeet, Voorthuizen, Wageningen en Zoetermeer zagen hun ledental sinds dat jaar ongeveer tot zelfs ruimschoots verdubbelen.
Wel kreeg een aantal van deze kerken de afgelopen jaren weer te maken met ledenverlies. Er zijn nog meer kerkelijke gemeenten die een duidelijke groei doormaakten, maar we beperken ons tot Flevoland en de meest opvallende plaatselijke cijfers.
Tegenover de groeiers staan de krimpers.
Buiten Amsterdam en ’s-Gravenhage om is het ledental van de kerken van Amstelveen, Baarn, Bilthoven, Haren, Lisse, Schiedam, Vlaardingen, Zaandam en Zaanstreek-Centrum sinds 1970 gehalveerd. Kortom: de ontwikkelingen geven een zeer wisselend beeld te zien, waarbij overigens wel geografische verschillen bestaan. Groei zien we vooral in bepaalde delen van het land, terwijl in andere gebieden veel gemeenten te maken hebben met een teruglopend ledental.
Kerken van Jabes
We hebben het in dit artikel over cijfers.
Aantallen vormen de buitenkant.
De binnenkant is een ander verhaal.
Wie lid is (geweest) van een sterk in ledental teruglopende gemeente voelt aan wat dat kan betekenen. Al snel ontstaat een gevoel van berusting.
Het is ook een gemis als gezinnen en individuele leden vertrekken. De mogelijkheden lopen terug. En toch….
het ledental zegt lang niet alles. Er zijn gemeenten die – net als Jabes in 1 Kronieken 4 - tegen de stroom in roeien en een levend getuigenis blijven in een ontkerkelijkende wereld. Soms kan teruggang zelfs een nieuw begin betekenen, waarin gemeenteleden opnieuw ervaren hoe afhankelijk zij zijn van God. Kleine kerken in stadswijken waar moslims veruit de grootste religieuze groepering vormen en waar ouderen en jongeren kunnen ‘schuilen’.
Gemeenten met veel ouderen die elkaar – ondanks hun beperkingentot een hand en een voet kunnen zijn.
Het past bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het kerkverband, dat de gemeenten die worden gezegend met ledengroei zich ook verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de kleinere kerken, waarvan het voortbestaan minder vanzelfsprekend lijkt.
| ‘Alwéér een gezin dat vertrekt, alwéér een ouderling minder, alwéér minder mogelijkheden voor de jeugd. Lege plekken in de kerk: ze doen mij pijn tijdens de kerkdiensten. Maar dan denk je ook weer: God kan toch ook veranderingen geven? Er zijn toch ook kerken die vanuit het dal weer aan het groeien zijn? Als je daaraan denkt, ontdek je ook dat je de moed niet op moet geven. Je moet als gemeente niet indutten. We zijn nog steeds als gemeente bij elkaar, we bidden voor elkaar en hebben onderling goede contacten.’ |