Hoe vrij is een mens?

2004-08-06
  • Jaargang 48
  • nummer 15
Binnenkort verschijnt een nieuw deel in de brochurereeks van de Willem de Zwijgerstichting. Het is geschreven door prof.dr. W. Janse en is getiteld ‘Vrij of gedwongen’ - Erasmus, Luther en Augustinus over de vrije wilskeuze.

Een belangrijk thema uit de kerkgeschiedenis.
Wie iets heeft geleerd over de Reformatie kent de namen van Luther en Erasmus en ook van Augustinus en Pelagius, die weer leken te herleven in de discussies van die tijd. We hebben een beeld van hen; over het algemeen beoordelen we Luther en Augustinus positief, maar Erasmus en Pelagius negatief. Kloppen die beelden wel, of ligt het genuanceerder? Het is zeker de moeite waard dit oordeel eens tegen het licht te houden.
Maar het thema is niet minder belangrijk voor de christelijke denkwereld vandaag. Is de mens vrij om te doen wat hij wil? Kies je zelf, zoals velen in de evangelische beweging hun ‘eigen keuze’ voor God benadrukken? Dan moet je wel nadenken over de vraag of het behouden worden dan ten diepste niet aan jezelf ligt? Of ben je in wezen niet vrij, zoals in reformatorische kringen wordt benadrukt?
Maar hoe zit het dan met de menselijke verantwoordelijkheid, waarom zou iemand zich dan nog inspannen overeenkomstig Gods geboden te leven?
Janse laat in zijn helder geschreven boekje zien, hoe belangrijk het gesprek tussen Erasmus en Luther over de vrije wil, begin zestiende eeuw gevoerd, ook voor vandaag is en hij laat ons kennismaken met Augustinus, die elf eeuwen eerder leefde en op wie zowel Erasmus als Luther zich beriepen.
In het eerste hoofdstuk wordt Erasmus’ boekje Gesprek of onderhoud over de vrije wil uit 1524 in historische context geplaatst en de door Erasmus verdedigde opvatting wordt duidelijk uiteengezet.
Hoewel hij ver kon meegaan met Luther, wil hij de leer van een (verzwakte) vrije wil niet loslaten.
Door de wijze waarop Janse dit beschrijft, maken we kennis met Erasmus’ denken. Dankzij de vele aanhalingen gaat Erasmus meer leven; het lijkt nog niet zo vreemd wat hij zegt en hij beroept zich uitvoerig op de bijbel.
In het tweede hoofdstuk komt Maarten Luther uitvoerig aan het woord. Een heel ander mens dan Erasmus. Luthers antwoord uit 1525 was fel, getiteld De slaafse wil. Janse constateert, dat Erasmus en Luther een verschillende insteek hadden en daardoor deels langs elkaar heen hebben geschreven. Dit is voor het begrijpen van en nadenken over de vrijheid van de mens bijzonder belangrijk. Luther ontkende helemaal niet, zo laat Janse zien, dat de mens een vrije wil heeft. Dat is een verrassende opmerking, die ook verder in dit hoofdstuk aan de hand van Luthers eigen woorden wordt uitgelegd.
Omdat zowel Erasmus als Luther meenden in de lijn van Augustinus te schrijven, krijgt deze kerkvader in hoofdstuk 3 aandacht. Augustinus heeft in zijn lange, veelbewogen leven veel geschreven en ook een ontwikkeling doorgemaakt in zijn denken over de vrije wil. Het laat ook zien hoe wezenlijk deze zaak is voor gelovigen van alle tijden. Er is altijd weer over deze zaken gesproken en gedacht. Het is duidelijk in welke richting het denken van Augustinus zich ontwikkelde. Hij begon tegen de Manicheeën en kreeg later met Pelagius te maken. Tenslotte maakt de schrijver de balans op, waarna een beknopte bibliografie en een selectie van de geraadpleegde literatuur zowel laten zien hoeveel denkwerk deze brochure als vrucht heeft, als welke mogelijkheden de geïnteresseerd geraakte lezer heeft om zich verder in dit belangrijke onderwerp te verdiepen.

N.a.v. W. Janse Vrij of gedwongen?
- Erasmus, Luther en Augustinus over de vrije wilskeuze Uitgave van de Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn 2004. Te bestellen via Postbus 40082, 7504 RB Enschede of via de erkende boekhandel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief