Jezus in Beeld

2003-03-14
  • Jaargang 47
  • nummer 6
‘Welke rol speelt Jezus in je geloofsleven?’ Dat vraag ik wel eens in catechese- en preekvoorbereidingsgroepen.
Vaak geeft dat een verwarrende stilte.
‘Nooit zo over nagedacht’ is doorgaans de strekking van de aarzelende antwoorden.
Is dat eigenlijk niet vreemd voor mensen die Zijn Naam dragen, denk je dan.
Hoe ‘christelijk’ is onze geloofsbeleving eigenlijk? Wat mij betreft is het thema ‘Jezus uit beeld’ een schot in de roos.

Fuik
Als het gesprek dan nog wat doorloopt gaat het heel gauw over kruis, verzoening en vergeving. Blijkbaar wordt Jezus daarmee als vanzelfsprekend geassocieerd. Zo is het ons immers ook geleerd.
Maar het is nu juist deze vanzelfsprekende gelijkstelling die voor mij tot een fuik is geworden. Want vergeving is heel complex. Het veronderstelt immers besef van schuld en vraagt om belijdenis van schuld. En het heeft te maken met een oprechte bereidheid om je leven te beteren en naar Gods wil te leven. Beide dingen nu waren (en zijn) voor mij niet gemakkelijk.
Allereerst: mijn schuldbesef is niet zo groot. Maar het zou – gehoord de kerkelijke verkondiging – wel groot moéten zijn.
Wil de vergeving dus niet alleen een beleden, maar ook een beleefde werkelijkheid in mijn leven zijn, dan zou ik op zoek moeten gaan naar schuld-elementen in mijn leven. Maar wie wil dat en hoe gezond is dat?
In de tweede plaats: hoe oprecht is mijn bereidheid om naar Gods wil te leven? Soms (vaak) wil ik eigenlijk helemaal niet naar Gods wil leven. Of ik wil het wel, maar weet van tevoren al, dat het toch niet zal lukken. Ziedaar de fuik, waarin ik terecht gekomen ben door ‘Jezus’ gelijk te stellen met ‘vergeving’ of ‘verzoening’.
Het Jezus-beeld van mijn jeugd (en dat staat heel scherp gegrift in mijn hart) is in feite het beeld van de Jezus die Petrus met tranen in de ogen aankijkt, nadat hij Hem verloochend heeft.
Jezus, die niet boos is, maar verdrietig….
Het is een Jezus die mijn schuldgevoel niet vermindert, maar eerder vergroot en in wiens nabijheid ik mij ongemakkelijk voel. Want met iemand die je een schuldgevoel bezorgt kun nu eenmaal geen hartelijke relatie opbouwen.

Versmald
Twee ontwikkelingen hebben mijn houding ten opzichte van Jezus veranderd.
Allereerst heb ik meer inzicht gekregen in de wijze waarop mijn eigen psychologische problematiek de kijk op Jezus beïnvloedde. Ten tweede is de opkomst van de evangelische en charismatische geloofsbeleving van belang geweest. Daarin staat Jezus als persoon veel meer in het centrum van de geloofsbeleving (‘Jezus toelaten in je hart’ en ‘een relatie hebben met Jezus’).
Beide ontwikkelingen brachten mij tot de overtuiging dat wij in onze kerkelijke Jezus-traditie lijden aan een versmalde kijk op Jezus. We focussen bijna uitsluitend op zijn offer aan het kruis.
Maar een mens is méér dan zijn werk.
Zo is ook Jezus méér dan zijn werk.
Sterker nog, wie Hem niet kent als ‘persoon’, zal ook de kracht van zijn werk niet ervaren. Dit besef is bij de reformatoren (Calvijn)1 en vele - vooral bevindelijke - gereformeerden wel te vinden, maar is in de praktijk van ons kerkelijk geloofsbeleven door de jaren (eeuwen?) heen sterk verschrompeld.

Jezus persoonlijk
Opnieuw lezend in het Nieuwe Testament ontdekte ik, dat dáár het geloofsleven veel sterker gestempeld wordt door de persoon van Jezus dan in de gereformeerde spiritualiteit, waarin ik ben opgegroeid. Een korte blik op de evangeliën kan ons dat al leren. Jezus vraagt niet een geloof in zijn kruis, maar geloof in Hemzelf als de Zoon van God.
Wij worden opgeroepen in Hem te Geloven, zoals we in God geloven. (‘Gij gelooft in God? Geloof ook in Mij’).
We worden opgeroepen om met Hem een relatie aan te gaan, zoals we een relatie met God aangaan. We worden opgeroepen Hem gehoorzaam te zijn, zoals we God zelf gehoorzaam zijn.
We worden opgeroepen Hem na te volgen, zoals we God navolgen.
Christelijke spiritualiteit kan niet anders zijn dan ‘Christus-spiritualiteit’. Een spiritualiteit waarbij Hijzelf in het centrum staat.
In het vervolg van mijn verhaal wil ik laten zien hoe Jezus voor mij meer en rijker in beeld is gekomen. Ten eerste vanuit de breedte van het evangelie, vervolgens gelet op de betekenis van zijn dood voor ons en ten derde omdat Hij als de Opgestane Heer met ons is.

Onder de indruk
Ik ben de evangeliën gaan lezen en onder de indruk gekomen van het optreden van Jezus op aarde en de indruk die Hij op de mensen maakte.
Het heeft de God van Israël behaagd om in deze aardse Jezus naar ons toe te komen. Hij is de Zoon van God.
God in het menselijke vlees. Ziet hoe ‘Het woord van alzo hoge, hier menselijk aan ons geschiedt’. (LvK 160:1) Van dit geheimenis vormen de vier (!) evangeliën het getuigenis. Ik ontdek daarin niet alleen ‘dat’, maar vooral ook ‘hoé’ Hij Immanuël is (God met ons).
In al zijn rijkdom en verscheidenheid.
In zijn omgang met ons mensen, leiders, instituten, in zijn leven, zijn vernedering en verhoging.
Zó de evangeliën lezen – vanuit het besef dat we in Hem God ontmoeten - is voor mij een bron van vreugde en inspiratie. Ik ontdek nu dingen, die mij door mijn aanvankelijke focus op de verzoening en vergeving ontgingen en die toch van grote betekenis zijn voor mijn geloofsleven.2 Eerherstel voor het lezen en overwegen van de evangeliën in deze zin, zou ik zeggen.
Zij hebben in onze kerkelijke traditie (zowel geloofsmatig, theologisch als kerkelijk) te lang een te geringe rol gespeeld.

Lam Gods
En dan zijn dood. Volgens evangelisten en apostelen is Jezus’ dood is een offerdood. Daarom heet Hij het ‘Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt’. Als je dan met de catechismus zegt ‘o ja, verzoening door voldoening’ zeg je toch te weinig. Want alleen al de aanduiding ‘Lam Gods’ heeft veel verschillende facetten, die ieder voor zich op eigen wijze raken aan ons geleefde leven.
Jezus is het schuldoffer (Leviticus 5) dat onze schuldige daden jegens de Heilige en het heilige bedekt en ons zo aangrijpt in onze schuld. Maar Hij is evenzeer het zondoffer dat ons reinigt van al het kwaad dat ons als vuil ‘aankleeft’. Een evangelie dat ons aangrijpt in onze gevoelens van onwaardigheid.
Hij is het geslachte Paaslam, dat de verderfengel van Gods toorn doet voorbijgaan en een nieuwe tijd inluidt. Grond voor de oproep aan mensen om ook daadwerkelijk het nieuwe bestaan te aanvaarden (1Corinthe 5:6-
8). Hij is het verbondsoffer (‘het nieuwe verbond in mijn bloed’), waardoor Hij de brokken, die wij maken in onze relaties, opvangt en draagt.

Bliksemafleider, Vriend É
Maar daarmee is de betekenis van Jezus’ dood nog niet uitgeput. Er zijn behalve het offerbeeld nog zoveel andere beelden die de dood van Jezus belichten.
Hij is de bliksemafleider op het dak van de wereld (Van Ruler) die de toorn van God opvangt en afleidt, vóór ons (Galoven, laten 3:13). Dat is evangelie voor mensen, die niet loskomen van de gedachte dat er een doem over hun bestaan ligt en continu leven in de angst dat de bliksem van Gods toorn je zomaar kan treffen.
In Zijn kruisdood is Jezus ook onze Vriend. Een Vriend die zijn leven inzet en opoffert voor de zijnen (Johannes 10:15). Een Vriend die voor ons het door het vuur gaat ‘terwijl wij zondaren waren‘ (Romeinen 5:6-8). Het is evangelie voor mensen, die zich afvragen of er wel Iemand is, die om hen geeft!
In zijn kruisdood is Jezus ook de Weldoener die met zijn leven de losprijs betaalt waardoor de slaven worden vrijgekocht uit hun frustrerende slavenbestaan (Markus 10:45; 1 Petrus 1:18). Dat is evangelie voor mensen die zich afvragen of er wel een rechtsgrond is voor hun vrijheid: de prijs is betaald!
Hij is in zijn kruisdood de Martelaar.
Hij is de waarachtige Rechtvaardige die de wil volbrengt tot de dood, ja tot de dood aan het kruis. Tot het uiterste heeft Hij de thora, de weg van God in liefde, dienst en offerbereidheid vervuld. Dáárom is Hij uitermate verhoogd (Filippenzen 2:9). Wie zich aan Hem optrekt zal delen in zijn heerlijkheid. Zo is Hij voor ons voorbeeld in trouw en vertrouwen op God (1Petrus 2:21; Johannes 13:1-15). Het is evangelie voor mensen, die zich afvragen of er ooit wel een echte rechtvaardige is geweest ter wille van wie God de wereld zou willen laten voortbestaan.
In zijn kruisdood is Hij de Held, de Overwinnaar. Hij is de Held, die het ‘hol van de leeuw’ - het dodenrijk – is binnen gegaan, om de duivel die daar resideert te onttronen (Hebreeën 2: 14,15). Om vervolgens als overwinnaar terug te keren: ‘Ik ben dood geweest, en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van het dood en het dodenrijk’ (Openbaring 1:18). Hij is degene die in zijn dood de machten, de duivel heeft ontwapend en te kijk gezet. Hij nam hem door zijn dood alle argumenten uit handen om ons aan te klagen bij God (Colossenzen 1:15). Zo is Hij de kleine David die de grote Goliath verschalkt heeft met een slinger en een steen.
Evangelie voor mensen, die zich bezorgd afvragen of niet toch de ‘heer van beneden’ aan de touwtjes trekt in deze wereld.
Tenslotte is Hij de Erflater, door wiens dood de erfenis van de Heilige Geest en het eeuwige leven aan ons wordt uitgekeerd (vgl. Hebreeën 9:15-17).

In alles: v..r ons
Een rijke hoeveelheid beelden, die even zovele bruggen vormen naar ons leven.
Het is deze rijkdom die ik opnieuw heb ontdekt in zijn sprekende kracht.
Gemeenschappelijk aan al deze beelden is dat Jezus’ kruisdood een dood ‘voor ons’ is. Ons ten goede. En omdat Jezus Gods Zoon is betekent dat weer dat God vóór ons is, ons ten goede. En: ‘Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?’ Dat is de diepte-dimensie van al wat Hij heeft gedaan en van al wat over Hem geschreven staat. Het is de gloed die ligt over alle woorden van en over Hem in het heel het Oude en Nieuwe Testament. Christus vóór ons en God vóór ons!
In prediking, pastoraat en catechese probeer ik die gouddraad, die door de hele bijbel heen geweven is, te vinden en te tonen. Opdat wij die gouddraad niet alleen in de geschiedenis van het volk Israël en van de apostelen, maar ook in ons eigen leven ontdekken.

Catherine Keyl
De pogingen om Catherine Keyl ‘het evangelie’ - verstaan als het ‘kruisevangelie’ - uit te leggen, lijken mij dan ook bij voorbaat tot mislukken gedoemd. De dood van Jezus voor ons ter verzoening is een groot geheimenis, dat niet valt uit te leggen, maar alleen in de context van je eigen leven en van de liturgie als geheim te ontdekken, te ontvangen, te delen en zó te beleven.
De verwijzingen naar de dood van Christus in mijn preken en pastoraat zijn daarom dan ook vaak kort en soms zelfs op het formule-matige (beter: belijdenis-matige) af. Zoals onze avondmaalsformulieren er vol mee staan. Maar juist zó – in een passende context gesproken - ontwikkelen ze hun heilzame om niet te zeggen reddende kracht.

De Levende
Als derde weg waarlangs Jezus opnieuw ons geloofsleven binnen kan komen zie ik de weg van de mystiek, die ik voor het gemak maar even gelijkstel met de weg van het gebed.
Jezus is niet alleen een figuur uit het verleden, maar krachtens zijn opstanding ‘de Levende’ met wie je in het hier en nu geestelijk kunt ‘omgaan’.
Talrijk zijn de bijbelse uitdrukkingen die duiden op dié realiteit: ‘in Christus zijn’.
‘Hij in ons en wij in Hem’, ‘mét Hem sterven en opstaan’, ‘gemeenschap hebben aan zijn lijden én aan zijn verheerlijking’.
Allemaal uitdrukkingen die slaan op één en dezelfde realiteit.
Namelijk dat je in het gebed een band met Jezus zélf hebt (vgl. Handelingen 7:59). Dát was juist het specifiek christelijke van de eerste christenen: dat ze Jezus aanriepen op dezelfde wijze als God aanriepen (Johannes 20:28 en bijv. de brief van Plinius de jongere 110 na Christus, die van de christenen schrijft dat ze ‘s ochtends vroeg Christus bezongen ‘als God’).
Krachtens onze verbondenheid met Hem, uitgedrukt door de doop, zal ons leven Zijn stempel dragen. Dat is het stempel van zijn dood en opstanding.
Daar waar mensen leven in verbondenheid met Christus gaan ze met Hem dood en staan ze met Hem op (Romeinen 6).

Voor anderen en voor mij
Het is déze kant van Jezus die een voorname rol speelt in mijn pastoraat. Hij gaat de weg die wij gaan en wij gaan de weg die Hij gaat. Hij gaat met ons en wij gaan met Hem. In een onverbrekelijke gemeenschap. En dat is een weg de dood in én de dood uit! ‘Ons staat een sterke Held terzij’ (Lutherlied).
Een boodschap van ongekende pastorale kracht.
Deze ‘mystieke verbondenheid’ in de Geest, met Jezus zal evenwel niet kunnen bestaan zonder intensieve kennisname van en inspiratie door het áárdse leven van Jezus. Want de aardse en de hemelse Christus is één en dezelfde, zoals met name de apostel Johannes ons in zijn brieven bezweert. En daarmee is de cirkel rond en begin ik opnieuw de evangeliën te lezen.
Jezus vanuit de breedte van het getuigenis, Jezus als de gekruisigde en Opgestane Heer. Deze Jezus is in mijn leven steeds meer en rijker in beeld gekomen. Zodat ik Hem - meer dan voorheen - niet alleen kan belijden, maar ook kan beléven als de Weg, de Waarheid en het Leven.

Noten
1. Institutie III,1 “En in de eerste plaats moeten wij weten, dat al wat Christus tot zaligheid van het menselijke geslacht geleden en gedaan heeft, voor ons zonder nut en van geen gewicht is, zo lang Christus buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn.
Dus moet Hij, om ons te kunnen meedelen wat Hij van de Vader ontvangen heeft, de onze worden en in ons wonen.” (vertaling Sizoo) 2. Voor een indruk van de rijke hoeveelheid beelden van Jezus, die ons door de evangeliën verschaft worden, zie: Anselm Grün, Beelden van Jezus, Tielt, 2002.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief