Schip
2003-03-14
Toen kwamen zij en maakten Hem wakker en zeiden: Meester, Meester, wij vergaan (Lucas 8:24)- Jaargang 47
- nummer 6
Deze week sprak ik met een jongere die belijdenis gaat doen. Ik vroeg: ‘wat betekent dat voor je.’ Hij zei: ‘Jezus is mijn schip. Zonder Hem zou ik moeten zwemmen en dan zou ik verdrinken.’ Bedoelt Jezus dat ook niet? Je zit in het schip en menselijkerwijs ga je eraan, maar Ik ben toch bij je. Jouw lot is niet je ziekte. Jouw lot is niet je alleen staan. Jouw lot is niet je dementie. Jouw lot is niet je kelderende beurs. Ik ben bij je. De Heidelberger zegt dat zo goed: ‘Wat is uw enige troost dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe heiland Jezus Christus.’ Ik ben van Hem. Ik ben niet van mijn ziekte. Ik ben niet van de beurs. Ik ben niet van mijn ongehuwd zijn. Ik ben niet van mijn dementie. Ik ben van Christus. En Hij is machtig! Zelfs de golven en de wind geeft Hij zijn bevelen en zij gehoorzamen Hem. Hij redt ons van het natuurgeweld en van de duivels en van het oordeel van God.
Het is een scheepke onder Jezus hoede.
Zonder Jezus zou je moeten zwemmen en dan zou je verdrinken, maar met Jezus zit je in een schip en haal je de overkant.
Gerard de Lange, Ede