Regen
2003-03-28
Ik sta met de telefoon in mijn hand en hoor mijn collega staccato vertellen dat B dood is. Gevonden aan het bosstrand. Een zelfgekozen dood.- Jaargang 47
- nummer 7
Het dringt langzaam tot me door.
Ik realiseer me dat zoiets boekentaal is: “langzaam tot je door laten dringen,” maar zo voelt het.
“Waar is God mee bezig,” roept mijn collega vertwijfeld uit.
Ik weet het niet. Ik zeg alleen maar: “B?”
Een paar uur later weet iedereen het en is de schok voelbaar.
B is en was een vriend van velen.
Actief, betrokken en bovenal geliefd.
Bij jong en oud. Meer dan eens stiekem weg bij een vergadering omdat een leerling hem nodig had.
Ik waardeer dat. Kiezen voor leerlingen en niet voor het systeem.
Een dag of twee later is er op internet een condoleance register geopend.
Ik surf er langs, teken het. Merk dat B zelf af en toe ernstige depressies had.
Ik type zijn naam in een zoekmachine op internet en lees erg veel van en over hem.
Midden in de vakantie wordt hij begraven.
P en ik gaan vooraf langs het bosstrand.
Kijken stil naar fietssporen in het zand. Zijn bandenspoor? We blijken hetzelfde te denken. Er drijft nog wat ijs op het water en we stellen ons de kou en eenzaamheid voor, zo vlak voor zijn dood. In een warme zon zitten we op een bankje.
Ook in de kerk is het warm. De zon schijnt door de hoge ramen naar binnen.
Er is 1,5 uur lang gelegenheid tot condoleren in de kerk. Het stroomt langzaam vol.
Meer dan de helft van de mensen is jonger dan 20. Het zit helemaal vol.
Mijn plekje in de lange bank heeft nummer 751.
Ik zie veel leerlingen de consistorie ingaan en huilend terugkomen.
Ik kijk naar een blote buik onder een te kort shirt en boven een te lage broek en onder een rare mascaralijn.
Bizarre begrafenisoutfit. Het kind huilt. Ik vermoed dat ze zich door B.
wel geaccepteerd voelde.
De dienst is bijzonder.
Vooral omdat de rector van de school vergeet voor de 400 aanwezige kinderen van zijn school jongerentaal te spreken. Een monoloog vol educatieve concepten en didactische werkvormverdiensten.
Een gemiste kans om een 14 jarige te raken.
Misschien dat hij dacht dat de dood dat al genoeg deed.
B’s oudste zoon spreekt het meest tot mijn hart. En als ik goed rondkijk geldt dat voor velen.
Hij weet namelijk niet wat hij moet zeggen en zingt daarom een zelfgeschreven lied.
“Ik kan de regen niet stoppen, maar wel bij je blijven tot het over is.” In deze woorden probeert hij weer te geven wie Christus nu voor hem is en wat wij voor hem kunnen doen. En voor z’n gezin. Ik huil van binnen als de knul zingt. De kerk is zo stil van binnen dat het zonder microfoon nog prima klinkt.
Bij het graf staan we met een grote groep mensen. We doen de dingen die christenen daar doen. Ik hoor het refrein van het lied uit de kerk weer in mijn hoofd.
Voor het eerst realiseer ik me dat ik wilde dat het wel regent op een begraafplaats. En verlang opnieuw hartgrondig naar de wederkomst.
Een verdrietige dromer.