Oproep tot Reformatie
2003-03-28
Een aantal weken geleden heeft een groep van veertig verontrusten uit de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (allen verbonden met het blad Reformanda) via een advertentie in het Nederlands Dagblad de publiciteit gezocht; zij roepen daarin hun kerken op tot een radicale koersverandering, of, in de door hen gebruikte terminologie: tot een heuse Reformatie.- Jaargang 47
- nummer 7
Reactie op zo’n oproep kan uiteraard niet uitblijven; in het ND en in alle kerkelijke bladen wordt er dan ook druk over geschreven. Meestal gebeurt dat op, laat ik maar zeggen: de ‘klassiek- Gereformeerde’ manier, namelijk door fouten in het betoog van ‘de anderen’ aan te wijzen en die te bestrijden.
Aan al dergelijke bijdragen ga ik hier moeiteloos voorbij; van gepatenteerde allergie valt weinig heil te verwachten.
Van een andere orde is datgene wat ds J.H. Kuiper uit Assen schrijft in de Gereformeerde Kerkbode van 1 maart.
Dat neem ik hier dan ook in z’n geheel over. Hij zet zijn verhaal onder het opschrift: “Kerk van je dromen”, en schrijft:
Met dit thema wilde mijn hervormde collega een paar jaar geleden de gemeente in: je bent er al jaren lang lid van, maar wat voor soort kerk wil je eigenlijk? Natuurlijk moet de bijbel daarbij open, maar ook vanuit dat gemeenschappelijke vertrekpunt en eindpunt zijn verschillende invullingen denkbaar. Hij zag er toch maar vanaf. Je kunt bij zo'n thema verwachten dat er heel wat losgemaakt wordt en opgeroepen wordt aan verschillende visies, terwijl het maar de vraag is of er een synthese bereikt kan worden.
En dat is toch de bedoeling: hoe vul je elkaar aan met je verschillende gezichtspunten.
Leer je van elkaar.
Ik moest eraan terugdenken, toen de Oproep tot Reformatie uitging. Ik vraag nog een keer aandacht voor dat onderwerp.
Het is belangrijk genoeg. Dit keer gaat het mij om de vraag, waar het gesprek over zou moeten gaan.
Allerlei dingen worden aan de orde gesteld. Van de gezangen tot het laatste boekje uit Kampen. De verleiding is groot om gedetailleerd en geargumenteerd op deze dingen in te gaan.
Geluiden daarover heb ik ook al vernomen in de pers. Ik verwacht daar weinig van. Natuurlijk: sommige dingen kun je niet laten liggen. Het verwijt van schriftkritiek in Kampen vraagt om een duidelijk antwoord. Maar verder is er al zoveel uitgewisseld.
Argumenten voor en tegen gezangen doen al 150 jaar de ronde. Er komt een moment waarop je je dan moet afvragen: waarom bereiken we elkaar niet? Juist op dit punt vroeg de synode om verootmoediging: het besef dat we langzamerhand behoorlijk langs elkaar heen praten. In het besluit van de synode snijdt dat mes naar twee kanten overigens. Het wordt duidelijk dat het punt van verschil niet allereerst ligt in de concrete discussiepunten van vandaag, maar in de vraag, wat in deze tijd de kerk van je dromen is.
Als je dat geconstateerd hebt, kun je terugkijken naar het verleden. Er is heel wat veranderd in de kerken.
Meest opvallende punt is de omgang met de belijdenis aangaande de kerk in artikel 27 tot en met 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. We blazen heel wat minder hoog van de toren: in de ware kerk bleek ook seksueel misbruik door ambtsdragers voor te komen. De ware kerk is nog lang niet de kerk van je dromen. Er is tegelijk een duidelijke (h)erkenning van andere kerken gekomen. Alleen: waar is die koersverlegging verantwoord.
Wanneer is die aangegeven en uitgelegd.
Het is zo gegroeid. Veel energie is gestoken in de uitleg, waarom het toch eigenlijk geen koersverlegging was. Maar was het niet beter geweest om tien jaar geleden (Reformanda bestaat iets langer) met elkaar door te spreken over de vraag: wat voor soort kerk willen we zijn in deze tijd? Wie het heeft over koers, over leiding, weet kennelijk waar hij naar toe wil. Hij heeft een visioen van de kerk. Ook wie niet naar het oude concept van leiding terug wil, heeft een duidelijk beeld van de kerk, zoals die zou moeten zijn. Een kerk met meer veelvormigheid.
Je kunt vervolgens ook kijken naar de toekomst. Het is toen niet gebeurd.
Maar het kan nu wel. Er is ook alle aanleiding toe. Niet alleen in de oproep tot reformatie, die in ieder geval herinnert aan een overgeslagen stadium in het gesprek. Maar ook in het langzaam vorderende gesprek met bijvoorbeeld de Christelijke Gereformeerde Kerken en het opnieuw aangegane gesprek met de Nederlandse Gereformeerde Kerken: wat voor soort kerk zoeken we met elkaar. Hebben we daar een visie op? Wat is de kerk van onze dromen (voor dit soort dromen moet je klaarwakker zijn).
NB. Dit is geen pleidooi voor afschaffen van de belijdenis over de kerk; wel een vraag om wat we daarover belijden, door te denken voor vandaag, in de verwachting dat een goed gesprek over wat ons ten diepste drijft, alleen maar samenbindend kan werken.
Van harte mee eens! En wat zou het dan aardig zijn als zo’n “goed gesprek over wat ons ten diepste drijft” ook over kerkgrenzen heen gevoerd zou kunnen worden. De Vrijgemaakten hebben immers waarlijk niet het alleenvertoningsrecht op de hier aangeduide problemen en vragen; die staan kerkbreed in de schijnwerpers.
Laat dit nu ook precies het thema zijn van de conferentie die door de Christelijke Gereformeerden belegd is voor alle ambtsdragers van CGK, GKV en NGK, op zaterdag 5 april, in Amersfoort.
Daar gaat het namelijk over de vraag: “Hoe stellen wij ons voor om in de toekomst Kerk van Christus te zijn?” Echt iets om samen - klaarwakkerover te gaan dromen!
M.H.T. Biewenga, Enschede