Een ijsje op zondag

2004-09-17
  • Jaargang 48
  • nummer 18
Rooms-katholieken kochten een ijsje op zondag. Gereformeerden deden dat niet. Wat maakte nu dat roomskatholieken op zondag wél dat ijsje mochten kopen en dat dat voor gereformeerden een grote zonde was?
Denk over dat verschil na en je hebt de titel voor een boekje over de verschillen tussen katholieken en gereformeerden.

De Landelijke Vergadering werd met een ijsje besloten. Althans, dat beeld riepen de foto’s in Opbouw op. En hoe zat het nu met dat ijsje?
Hoe wist die ijscoman dat daar in Lelystad een vergadering werd gehouden? Was het een traktatie van een meelevend gemeentelid? Of kwam die ijscoman door de wijk en hoorde de voorzitter de bel luiden en schorste hij vervolgens de vergadering?
Kreeg de voorzitter een groter ijsje dan de rest van de afgevaardigden?
Heeft iedereen zelf zijn ijsje betaald of….? Overigens: dorstige ossen moeten we niet willen muilbanden. Tijdens lange ochtendzittingen kan men tegen de klok van 12 uur menige maag horen knorren. Het was ds. H. Smit die daar aan het slot van de Landelijke Vergadering van Enschede destijds op zijn geheel eigen humoristische wijze uiting aan gaf. Hij vertelde tijdens de beraadslagingen aan het eind van de ochtend opvallend vaak aan een kroket te hebben moeten denken.

Boekje
De foto van het ijsje deed mij grijpen naar een boekje dat al tien jaar in de boekenkast stond. Het gaat over de verschillen tussen rooms-katholieken en gereformeerden. Wat maakte dat rooms-katholieken op zondag wél een ijsje mochten kopen en dat dat juist bij gereformeerden een van de grootste zonden was?
Gereformeerden zeiden dat je de ijscoman liet werken als je op zondag een ijsje kocht. Daarmee werd jij dus medeverantwoordelijk voor zijn ziele (on)heil. Slimme gereformeerde kinderen bleken hun zondige geneigdheid niet te kunnen onderdrukken en zeiden op een kritiek moment: ‘Hij werkt toch al?’

Persoonlijke anekdote
Een persoonlijke anekdote. Als kind had ik de neiging om regels streng te interpreteren, strenger dan mijn ouders ze bedoelden. Regels gaven houvast, dan wist ik waar ik aan toe was.
Op een zonnige zondagmiddag wandelden mijn broer en ik naar het Merwedekanaal in Gorkum. De Kanaaldijk hebben we gehaald, een wandeling van ongeveer één kilometer. Helaas hadden we niet met de terugweg gerekend. Dat was te ver voor mijn broer, die problemen met het lopen had. Gelukkig kwam er een barmhartige samaritaan langs: een meneer met een zwarte herenfiets die mijn broer achterop nam. Ik rende achter de fiets aan, want een ontvoering viel ook niet helemaal uit te sluiten. Bij een snackbar kreeg mijn broer van de meneer een ijsje van een dubbeltje.
De schrik sloeg me om het hart. Mijn broer was namelijk in zonde gevallen: hij had het ijsje geaccepteerd. Wat was ik overigens blij dat de meneer mij géén ijsje aan bood!

Gereformeerde en katholieke bedrijven
Het boekje ‘Een ijsje op zondag’ behandelt allerlei zaken rond de verschillen tussen rooms-katholieken en protestanten. Is er een verschil tussen bedrijven die van huis uit RK zijn en bedrijven die van huis uit gereformeerd zijn? (RK: Vendex, VNU, de Boerenleenbank; protestants: Hoogovens, de zuivelindustrie, de Raifeissenbank). Ja, zegt een organisatie-
adviseur, en hij ziet dat ook terug in de non-profit-sfeer: het onderwijs en de gezondheidszorg. In RK-bedrijven heerst meer een familiesfeer, maar ligt er ook meer ‘vanzelfsprekend gezag’ bij de leiding. Als er iets geregeld moet worden doet men dat graag onderhands. In protestantse organisaties, zelfs als de signatuur nauwelijks meer een rol lijkt te spelen, is men veel meer gewend om met elkaar in discussie te gaan. Die organisaties kennen ook veel meer conflicten.

Rituelen
Steevast komt in het boekje dezelfde tendens terug. Protestanten kennen de cultuur van het woord en katholieken de cultuur van het ritueel.
Protestantse volwassenen herinneren zich bijvoorbeeld de verhalen uit de kinderbijbel (de woorden), de kindergebeden, het feit dat er na de dienst over de preek gesproken werd.
Katholieken herinneren zich veel meer bepaalde gebaren en sferen: moeder die een kaarsje op stak als je examen moest doen, het kruisje dat geslagen werd voor het slapen gaan. Ook bij een vergelijking tussen de eerste communie en het doen van openbare belijdenis zien we dit beeld. De meest e volwassen katholieken blijken zich nauwelijks te kunnen herinneren wat de eerste communie betekent: ze herinneren zich de sfeer van de dag. De belijdenis wordt door protestanten echter vooral gezien als een keuzemoment: je kiest ergens voor en je geeft antwoord op een aantal concrete vragen (de woorden).

Schuld en schuldgevoel
Als we spreken over schuld(gevoel) hebben (of: hadden) katholieken daar een antwoord op: als je iets fout hebt gedaan ga je naar de priester, hij neemt de biecht af en je zonde is vergeven.
De biecht is dus een ritueel om met de schuld (en daarmee met het schuldgevoel) in het reine te komen.
De schuld is bij de katholieken vaak concreter ingevuld (ik heb dat-en-dat verkeerd gedaan), terwijl het gevoel van schuld bij protestanten een andere laag van het bewustzijn raakt: het besef dat mensen nooit volkomen goed kunnen zijn en dus altijd tekort schieten.
De geïnterviewden in het boekje putten zich uit in relativeringen. Het is een algemene schets die je niet zwartwit op moet vatten. En toch schrijven en zeggen ze steeds weer: we kunnen er niet onderuit. Globaal gezien is dit het beeld en ook na decennia van onderling contact én van secularisatie blijf je verschillende tendensen zien.
Protestanten en katholieken hebben een verschillende nestgeur.

De enige ware kerk
Ooit nam ik een rooms-katholieke vriend mee naar onze Nederlands gereformeerde kerkdienst. Hij had een studie theologie afgerond. Wat ik niet van tevoren had ingecalculeerd was dat uitgerekend op deze zondagmiddag ‘de vervloekte paapse mis’ uit de Heidelbergse Catechismus aan de beurt was. Ik zat vermoedelijk met een rood hoofd naar de stevig doortimmerde preek te luisteren. De vriend bleek achteraf helemaal niet ‘met de preek te zitten’. Zijn conclusie was: ‘Och, iedere kerk heeft zo zijn eigen visie.’ Zijn katholieken zo tolerant? Vaak houden ze in hun opvattingen – aldus het boekje - meer rekening met de praktijk van het leven, terwijl gereformeerden meer neigen tot getuigenispolitiek.
Maar hoe zit het dan met hun opvatting over de kerk? Het beeld blijkt onthullend. Oecumene werd in de jaren ’60 binnen de Rooms-Katholieke kerk uiteindelijk wel toegestaan, maar de eenheid kon niet anders worden hersteld dan doordat allen die van haar heengegaan waren weer terug kwamen. In de afgelopen maanden is veel geschreven over 60 jaar Vrijmaking. Daar speelde ook de terugblik op het idee van de enige ware kerk in mee. Het imago van de Rooms-Katholieke Kerk is ‘onder ons’ veel milder dan dat van de vrijgemaakten, maar hun standpunt ten aanzien van het adres van de kerk is dus identiek. Je zou zelfs kunnen zeggen dat vrijgemaakten maar één generatie nodig hadden om zich aan het idee van de enige ware kerk te ontworstelen, terwijl de Rooms-
Katholieke Kerk er tientallen generaties voor nodig heeft gehad.

Het ijsje
Maar hoe zit het nu met dat ijsje?
Voor de Rooms-Katholieken is de zondag een dag zoals alle andere. Je gaat naar de kerk, maar daarna kun je de gewone draad oppakken. De zondag is echter ook een feestdag. En daar past natuurlijk een ijsje bij. Voor de protestanten is de zondag heilig.
‘Verricht dan geen enkel werk.’ Dat geldt voor jouzelf, maar ook voor de anderen in de samenleving, uitgezonderd de dienstbare beroepen.
Tenslotte nog dit. Het boekje tekent ook het beeld dat gereformeerden en katholieken jarenlang over elkaar in stand hebben gehouden. Typerend is de reactie van de moeder van prof.
Kuitert toen in Drachten een Jamin gevestigd werd (een katholiek bedrijf).
De schrik sloeg haar om het hart en ze zei: “Nu wordt Drachten katholiek”. Dat is niet gebeurd. De secularisatie is een groter probleem, waar zowel katholieken als protestanten voor staan….

Naar aanleiding van: Trees Montfoort: Een ijsje op zondag, cultuurverschillen tussen katholieken en protestanten (Uitgeverij Kok i.s.m. de KRO, 1992).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief