Beleven en doorgeven

2004-10-01
  • Jaargang 48
  • nummer 19
Vorige maand opende het Nederlands Gereformeerd Seminarie het nieuwe studiejaar, zoals gebruikelijk. Toch was het een memorabele gelegenheid, en wel in twee opzichten. Het was de avond van het afscheid van de rector, ds. J. Stuij. En het was de start van een nieuw studiejaar, vlak na het besluit van de Landelijke Vergadering om te komen tot een eigen opleidingsinstituut.

De voorzitter van het bestuur, ds. L.W.G. Blokhuis, ging in op het probleem rond de opleiding. Dat is niet de besluitvorming van de Landelijke Vergadering. Het zit dieper: er komen geen nieuwe studenten meer. Steeds minder broeders durven het aan om predikant te worden. Als antwoord op de vraag hoe dat komt, verwees Blokhuis naar het jaaroverzicht van drs. M.H.T. Biewenga in het Informatieboekje 2004. Daarin komen predikanten aan het woord over de praktijk van hun werk. Er is onrust in de kerkdienst, het ambt is in beweging. Er wordt steeds meer van de predikant verwacht - en hij kan er niet of moeilijk mee uit de voeten.

Remedie
Blokhuis zag maar één weg uit dat verwachtingspatroon. Hij wees op Handelingen 6:4: “Maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord”. Dat is de taak van de predikanten. De vraag is of zij dat nog aandurven, desnoods tegen het verwachtingspatroon van de gemeenten in. Met instemming haalde Blokhuis het artikel van A. v.d. Beek aan: ‘aantrekkelijk - voor wie?’ Het gaat erom, dat we aantrekkelijk zijn, niet voor de wereld, maar voor God.

Afscheid
Hoofdspreker van de avond was ds. J. Stuij. Hij nam afscheid als rector van het Seminarie.
Eerst deed hij, zoals te doen gebruikelijk voor de rector, ‘mededelingen betreffende de stand van zaken op het Seminarie’. Met dankbaarheid vermeldde hij daarbij, dat Gerard Nederveen uit Leerdam die middag was geslaagd voor zijn kandidaatsexamen.
Een hartelijke felicitatie ging uit naar hem en zijn vrouw Wilma, met de wens dat de weg naar het ambt nu ook verder voorspoedig zal mogen zijn.

Beleven
Na het zakelijke onderdeel volgde de afscheidstoespraak van de scheidend rector.
Stuij sprak ‘Over de schatten van Gods verbond en woorden’.
Deze titel ontleende hij aan Psalm 25:5 O.B.: ‘Hun die zijn verbond en woorden als hun schatten gadeslaan.’ Aan de hand van een stapel meegebrachte boeken liet Stuij zien hoe die schatten als een gouden draad door zijn leven lopen. Boeken van voorgangers die God gebruikt heeft om hem te laten delen in de schatten van Gods verbond en woorden.
Voor-gangers als zijn moeder, Woelderink, Amelink, Van Andel, A. Janse, en ook zijn eigen voorganger als rector: J.C. Janse.

Doorgeven
Stuij gaf deze opsomming om daarmee aan te geven dat de schatten van Gods verbond en zijn woorden niet uit de lucht komen vallen. God laat ze ons zien en verstaan door tussenkomst van mensen. En wat we van hen hebben gekregen, daar moeten we zuinig op zijn. Dat moeten we ook weer doorgeven - want deze schatten heb je niet gekregen om voor jezelf te houden. En om dat ‘doorgeven’ gaat het op het Seminarie. Een opleiding die volgens Stuij niet los is te zien van de strijd over verbond en doop in 1944 en de scheuring van 1967.
In dankbaarheid dat hij zoveel jaren aan het Seminarie heeft mogen meewerken, eindigde Stuij met ere Wie ere toekomt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief