Als contacten veel energie kosten

2004-10-01
  • Jaargang 48
  • nummer 19
De afgelopen jaren is een groot aantal publicaties verschenen die allemaal als thema hebben: omgaan met conflicten in de christelijke gemeente.
Spanningen hebben voor een deel te maken met (weerstand tegen) veranderingen.
Voor een veel groter deel ligt het spanningsveld in het feit dat de leden van een kerkelijke gemeente als persoon zo verschillend zijn.

Communiceren betekent letterlijk: iets samen delen. Helaas lukt dat lang niet altijd. Soms is er sprake van eenrichtingsverkeer.
Op andere momenten is er zoveel ‘ruis’ in het contact dat mensen elkaar niet kunnen verstaan.
Wat maakt nu dat mensen moeite hebben om elkaar te verstaan? Welke contacten kosten veel energie? In drie nummers in ‘Opbouw’ lopen we een aantal factoren langs.

Etiketten
Voordat situaties beschreven worden is eerst een relativering op zijn plaats.
Maar al te vaak wordt op mensen een ‘etiket’ geplakt. Naarmate de kennis rond psychiatrische ziektebeelden gemakkelijker toegankelijk wordt worden ook de beelden vaker te onpas gebruikt. De een wordt hysterisch genoemd, de ander is een typische borderliner, een derde is een autist, de vierde persoon heeft ADHD.
'We hebben allemaal wat, en toch zijn we broertjes en zusjes,' zingen Elly en Rikkert. De kerkelijke gemeente bestaat immers uit mensen met allerlei achtergronden. Dat maakt die gemeente ook zo bijzonder. Soms blijkt het kerkelijk met elkaar samen leven echter ook veel spanningen op te leveren. Mensen zijn zó verschillend dat ze elkaar niet goed kunnen verstaan.

Allergieën
Een etiket is zomaar geplakt. Iemand ‘spoort niet’ en dus ligt het niet aan mij (denken we dan). Aan de andere kant geeft het inzicht als – bijvoorbeeld in het pastoraat - bepaalde processen herkend worden. Voorwaarde is wél dat je je eigen ‘allergieën’ herkent.
Welk gedrag roept bij jou gemakkelijk irritatie op? Iemand die opgroeide met een altijd regelende en controlerende moeder loopt de kans dat hij in emotioneel opzicht allergisch is voor mensen die veel regelen. Je bent ‘allergisch’ voor de regelzucht van je moeder en dat regelende gemeentelid doet je aan je moeder denken. Op die manier werken persoonlijke ervaringen door in het contact met gemeenteleden. Zo hebben mensen die de kerkscheuring van 1968 hebben meegemaakt nogal eens allergie ontwikkeld voor alles wat op ‘regelen van bovenaf’ lijkt.

Klagen

De ouderling komt op huisbezoek. Mevrouw Adriaans begint al direct te klagen. 'Ik krijg ook nooit bezoek, ze laten me allemaal in de steek.'

De kans is groot dat deze ouderling zijn stekels op zal zetten. Hij laat het niet direct blijken, maar inwendig neemt de spanning toe. Zijn ademhaling wordt anders, hij heeft de neiging om het bovenste knoopje van zijn boord los te maken. Oftewel: het zweet breekt hem uit. We kunnen nu eenmaal beter omgaan met mensen die tevreden zijn dan met mensen die zich altijd te kort gedaan voelen. De ouderling voelt zich persoonlijk aangesproken: ze moppert nu ook op mij, want ik ben vorig jaar ook voor het laatst op bezoek geweest. Een klagend gemeentelid roept dus al snel bij anderen het gevoel op dat ze iets niet goed doen. Daarmee ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel. Een deel van de gemeente zal mevrouw Adriaans gaan mijden. Daarmee heeft ze meteen ook weer (meer) gelijk: er komt inderdaad niemand op bezoek.
Andere mensen zullen extra hun best gaan doen om het mevrouw Adriaans naar de zin te maken. Ze gaan steeds harder gaan lopen, teneinde haar klachten te voorkomen. De vraag is daarbij wél of je het ooit wél goed bij haar zult doen. Voor sommige mensen het nooit goed genoeg. Deze contacten worden voor de mensen in de omgeving op den duur een uitputtingsslag.

Vergelijken
Kinderen kunnen jaloers zijn, maar volwassen mensen niet minder. Wél zullen ze eerder hun jaloezie verstoppen onder een deklaagje van woorden.

Mevrouw Adriaans zegt tegen de ouderling: 'Gaat het zo slecht met Piet Versteeg, dat u zo vaak bij hem op bezoek gaat?'

Mensen kunnen schijnbaar luisteren naar de ander, maar ondertussen richten ze de schijnwerper op zichzelf. De wachtkamer van een ziekenhuis staat bol van dergelijke verhalen: de ene klacht haalt het niet bij de andere.
Ook in de kerkelijke gemeente kun je dergelijke verhalen regelmatig horen.
Als meneer Van der Ploeg heeft verteld dat hij de komende week naar het ziekenhuis moet voor een onderzoek naar zijn hart komt meneer Groen er al snel over heen dat hij al twee keer aan zijn hart geopereerd is.
Zijn toestand is dus veel erger.
Dit is een bekende vorm van goedkoop troosten: luisteren naar het verhaal van de ander om er daarna het eigen verhaal in overtreffende vorm overheen te zetten.

'Ik kan goed begrijpen wat er in je omgaat. En dat je boos en verdrietig bent snap ik ook heel goed. Ik heb het zelf allemaal meegemaakt. En niet zo’n klein beetje ook. Toen ik in de put zat hebben de mensen me allemaal laten barsten. Er was niemand die me opbelde, die even langs kwam.'

Taalgebruik
Mevrouw Adriaans zegt dat ze nooit bezoek krijgt. Misschien valt dat in de praktijk nog wel mee. Dan is haar uitspraak niet gebaseerd op feiten, maar op een beleving. Emoties, belevingen horen er bij. Ze moeten niet ontkend worden. Haar gevoel is dat ze zich vaak alleen voelt. Maar een emotie is geen feit. Gevoelens kunnen mensen ook op een verkeerd spoor zetten.
We noemen het gebruik van woorden in de overtreffende trap ook wel een vorm van disfunctionele communicatie.
Het woord ‘nooit’ klinkt voor de ouderling aanvallend, maar er zit een andere boodschap achter: ik voel me alleen. Typerend voor de disfunctionele communicatie is het gebruik van woorden als ‘nooit’, ‘altijd’, ‘niemand’, ‘iedereen’, ‘alle’, ‘alleen maar’.
Zo is de trein altijd te laat en op de fiets krijg je ook altijd een lekke band. Voorbeelden uit het kerkelijk leven zijn:
• 'We zingen alleen maar uit Opwekking'
• 'Niemand groet mij'
• 'Iedereen is het met mij eens'
• 'Ik heb geleerd om nooit iets te verwachten van
kerkleden'
• 'De kerkenraad is altijd uit op macht'

Het onderliggende gevoel herkennen

U zegt dat er alleen uit Opwekking wordt gezongen. Hebt u zondag ook geteld hoeveel liederen er uit Opwekking gezongen werden?

Misschien ‘ontdekt’ de betrokken persoon dat maar twee van de tien liederen uit ‘Opwekking’ kwamen. Zou hij dan zijn standpunt wijzigen? Er kan ook een nieuwe aap uit de mouw komen. ‘Opwekking’ is een verzamelnaam voor alle liederen die niet met het orgel worden begeleid… We kunnen zo’n discussie feitelijk, op basis van gegevens, voeren. Soms helpt dat goed. Op andere momenten blijkt zo’n feitelijk gesprek niets uit te halen. Dan staan we stomverbaasd.
'Nu hebben we bewezen dat de stelling van meneer Oosterhout niet klopt en tóch luistert hij niet!' Vaak zien we dan dat er rationeel, verstandelijk wel inzicht is ontstaan, maar dat de emotie niet mee komt. Het kan dan goed zijn om op zijn minst de onderliggende emotie te proberen te verwoorden. 'U hebt moeite met die opwekkingsliederen.' Overigens moet ik hier nadrukkelijk bij zeggen dat een predikant, een ouderling of een gemeentelid geen therapeut is in de relatie tot andere gemeenteleden. Het zijn broeders en zusters met – als het goed is - een luisterend oor, maar ook mensen die hun eigen grenzen hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief