Hulplijntje van de Geest

2004-10-15
  • Jaargang 48
  • nummer 20
In het ND hebben ‘de evangelischen’ de afgelopen tijd flink voor de broek gekregen. Het krachtigst hanteerde prof. Van de Beek de mattenklopper.
Hij ziet in het evangelische christendom – met z’n nadruk op persoonlijk geloof, z’n activisme en vrijheid van structuren – de moderne cultuur weerspiegeld en voorziet dat met onze cultuur ook dit christendom zal verdwijnen.

Ongetwijfeld is alle aandacht voor ‘de evangelischen’ een gevolg van de steeds belangrijker rol die zij én wereldwijd én in kerkelijk Nederland spelen.

Ontvangende partij
Van de Nederlands Gereformeerde Kerken is bekend, dat zij al veel langer open staan voor evangelische invloed. Maar ook in de Gereformeerde Kerken (vrijg.) groeit de ontvankelijkheid voor het evangelische beleven. In Enschede zie ik evangelische en vrijgemaakte jongeren schouder aan schouder deelnemen aan het Sonrise-project en de jeugdkerk. De Alphacursus wordt in menige gemeente gebruikt. Op een avond van de Ronduit Club staan de kinderen van de Gereformeerde basisschool te praisen dat het een lieve lust is. En uit alles blijkt dat de gerefomeerden ten opzichte van de evangelischen niet zozeer de gevende als wel de ontvangende partij zijn.

Minder ambt, meer charisma
Ook het evangelische gedachtegoed werkt door onder gereformeerden.
Denk alleen maar aan de herontdekking van de charismata in de afgelopen decennia. Niet alleen is er een grotere openheid voor gaven van genezing, profetie en tongentaal, ook worden alom gemeenteleden ingeschakeld bij taken die voorheen grotendeels of zelfs uitsluitend door dominees werden vervuld. Een nieuw type kerk lijkt in opkomst. Minder ambtelijk, meer charismatisch. Zich niet alleen bewegend binnen, maar ook buiten de institutionele kaders.
Krijgt Van de Beek gelijk en ligt er voor deze ontwikkeling een korte cyclus van opgaan, blinken en verzinken in het verschiet?

Uit de Geest of niet?
Ik ben geen profeet en waag me ook niet aan speculaties. Ik betwijfel zelfs of we voldoende afstand tot de huidige ontwikkelingen hebben, om over de uitkomst daarvan allerlei boute uitspraken te doen. Verder is mijn indruk, dat Van de Beek óók met het evangelische christendom overhoop zou liggen, als dat méér dan een modeverschijnsel zou blijken te zijn.
Ofwel, niet zijn cultuurhistorische, maar zijn theologische taxatie is doorslaggevend voor zijn negatieve beoordeling van ‘de evangelischen’. Mijn voorstel is dan ook af te zien van argumenten die hun gelijk nog moeten krijgen. We kunnen ons beter afvragen of de evangelische beweging zoals die zich nu aan ons voordoet een product is van de tijdgeest, of werk van Gods Geest. Dus niet: modeverschijnsel?, maar: uit de Geest of niet?

Wezenlijke, bijbelse noties
Willen we deze vraag instemmend kunnen beantwoorden, dan zal de evangelische beweging aan één uiterst wezenlijke voorwaarde moeten voldoen. Tracht deze de Schrift recht te doen? Mijn overtuiging is, dat veel van de impulsen die van ‘de evangelischen’ uitgaan rechtstreeks teruggaan op wezenlijke bijbelse noties. In het evangelie dat zij verkondigen staat Jezus Christus en die gekruisigd centraal. Hun appèl om in een persoonlijke relatie tot God te treden (dit appèl deden ze overigens lang voordat het woord ‘individualisme’ was uitgevonden), gaat terug op de Schrift. Dit geldt ook voor de ruimte die zij in hun persoonlijke leven proberen te creëren voor bijbellezing en gebed(hoezo ‘activisme’?), voor de radicaliteit en toewijding die veel evangelischen kenmerken en voor hun missionaire gedrevenheid en de daarmee onlosmakelijk verbonden keuze voor een zo verstaanbaar mogelijk verkondiging van het evangelie (de Joden een Jood, de Grieken een Griek). Uit alles blijkt dat de evangelischen – net als gereformeerden – gewone, rechtzinnige christenen zijn, van wie het geloof diep in de Bijbel geworteld is. Vanuit dit oogpunt is er geen enkele reden om de evangelische beweging niet als werk van de HERE te zien.

‘Rest’-kerk
Dat het evangelische christendom momenteel zo invloedrijk is, heeft ongetwijfeld met onze cultuur te maken. In een samenleving die bestaat uit ‘zestien miljoen mensen’ en waarin niemand meer naar de kerk gaat of gelooft omdat ouders of grootouders dat deden, kan alleen een kerk overleven, waar het geloof een persoonlijke en bewuste keuze is. En zeker nu de sociale steunberen om geloof en kerk zijn weggevallen, kunnen we het echt alleen maar redden door een grote ontvankelijkheid voor de kracht van de Geest.
De tijd van het gewoonte- of cultuurchristendom is voorbij en veel meer dan vroeger zal de kern van de kerk bestaan uit een rest van bewust-gelovige christenen. De ontwikkelingen in de samenleving vragen dan ook om een type kerk, dat de evangelischen al veel langer, ik zou haast zeggen ‘van nature’ voorstaan. De evangelische beweging is dus geen product van onze cultuur en tijd, maar ze speelt wel heel ‘natuurlijk’ in op onze tijd, meer dan de traditionele kerken ooit zouden kunnen. Ik zie hierin het werk van Gods Geest, die naar – onder meer – de (traditionele) kerken een hulplijntje uitwerpt om die door onze boze tijd heen te helpen. Ja, daar word je als traditionele kerk, met je eeuwenoude traditie wel een beetje ootmoedig van. Maar, blijkbaar hadden we dat nodig.

Van verdeeldheid naar eensgezindheid
Het werk van de Geest zie ik ook hierin.
Zonder opvallende topografische wijzigingen in de kaart van rechtzinnig kerkelijk Nederland, is het kerkelijke landschap desondanks geheel veranderd. Zeker, de kerkverbanden zijn er nog. Maar op met name plaatselijk niveau is er dwars door alle kerkverbanden heen een springlevende oecumene, die jongeren en ouderen samenbrengt in hun locale dienst aan de Heer. Er is een ‘oecumene van het hart’ (Van der Veer) ontstaan.
Hiermee samen hangt een niet minder ingrijpende ontwikkeling. Die locale dienst aan de Heer is mogelijk dankzij een gezamenlijke concentratie op de kern van de Bijbel, het evangelie van Jezus Christus. Niet de theologische verschillen maken de dienst uit, maar de herkenning en eensgezindheid in Jezus Christus. Verschillen (over kerk en doop bijvoorbeeld) die het voorheen onmogelijk maakten om samen de HERE te dienen, zijn geen belemmering meer om samen te komen, te bidden, te zingen, te evangeliseren.
Dat grote goed, dat we samen kwijt waren, de eenheid van de kerk, beginnen we weer terug te vinden!
Het boeiende is, dat deze ontwikkeling niet van bovenaf gestuurd is. Ze is grotendeels buiten het ambt en buiten de kerk als instituut omgegaan.
Let wel, ze is ook niet aan ‘de evangelischen’ te danken(!), want die waren tot voor kort net zo verdeeld als de gereformeerden. Ze is aan de HERE te danken: ‘Samen in de naam van Jezus, heffen wij het loflied aan, want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan.’! En: ‘´t Werk van God is niet te keren, omdat Hij er over waakt en de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.’

Agenda
Naar mijn inschatting zullen de gevolgen van ons nauwe en als zegenrijk beleefde contact met de evangelische beweging ons voorlopig nog wel bezighouden.
Daardoor zullen thema’s op de kerkelijke agenda komen die vragen om een hernieuwde doordenking – en weging! – van de evidente verschillen die er tussen gereformeerden en evangelischen zijn. Maar als zo dikwijls zal de theologische rechtvaardiging van ontwikkelingen, die hun beslag reeds hebben gekregen, ook nu achteraf gegeven worden. Want de Geest gaat voor ons uit.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief