Een theologenleven in woelige tijden
2004-10-15
Een gereformeerde theoloog geboren in 1912 publiceert anno 2004 zijn levensverhaal met als titel ‘Een theologenleven in woelige tijden’. Wat verwacht je dan als lezer? Waarschijnlijk veel bladzijden over de verschillende kerkscheuringen die er in de vorige eeuw geweest zijn en de emoties die al terugkijkend daarbij opspelen. Misschien een boek dat uitloopt op serieuze waarschuwingen aan het adres van de nieuwe generatie.- Jaargang 48
- nummer 20
Toch een inkopper voor een emeritus op leeftijd die uitgenodigd wordt zijn levensverhaal op papier te zetten?
De levensbeschrijving van dr. Arntzen heeft zeker iets polemisch. Zelf noemt hij zijn boek ergens een apologie. Dat valt bijna niet te ontkomen bij iemand die bewust de Gereformeerde Kerken (synodaal) verliet, zich begin jaren zeventig aansloot bij onze Nederlands Gereformeerde Kerken om vervolgens over te stappen naar de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
Vooral de verschuivingen in de Gereformeerde Kerken en het geluid van iemand als prof.dr. G.C. Berkouwer bij wie Arntzen promoveerde, bespreekt hij uitvoerig. Die verschuivingen deden Arntzen besluiten zijn kerken te verlaten.
De kerken die in zijn jeugd in 1926 een duidelijke uitspraak deden in de kwestie Geelkerken (over Genesis en de sprekende slang) waren in de jaren zestig die duidelijkheid kwijtgeraakt. De term ‘woelige tijden’ in de titel slaat met name op deze periode in zijn leven.
Toch is deze levensbeschrijving geen strijdbrochure geworden, laat staan een terugblik van een verontruste of knorrige negentiger. In het boek proef je een constante in dit theologenleven in veranderende tijden en dat is het doorleefde geloof. De schrijver noemt dat als diepste reden voor zijn verontrusting.
Niet het feit dat theologische denkbeelden veranderden, maar dat deze ontwikkelingen zijn innerlijke verhouding met de Here begonnen te raken, zoals hij het zelf zegt. Tussen de regels merk je dat het bewaren van het geloof voor de schrijver het zwaarstwegende is geweest. Dat is tussen de regels die gewijd zijn aan de kwestie Geelkerken, de Vrije Universiteit, de Vrijmaking, het werk als predikant in verschillende standplaatsen (o.a. in ’s Gravendeel waar hij de watersnoodramp van 1953 meemaakte), Berkouwer en Kuitert, de overstappen naar andere kerkverbanden en nieuwe ontwikkelingen in de jongste tijd.
Het is het geloof zoals hij dat meekreeg van zijn ouders. Het komt in deze autobiografie op een prachtige manier naar voren in een dierbare herinnering. Een herinnering aan zijn vader die in de tijd van de Spaanse griep neerknielde en innig bad. Arntzen brengt slechts een paar bladzijden verder naar voren hoe vreemd hij staat tegenover een schrijver als Maarten ’t Hart die met bitterheid terugkijkt op zijn opgroeien in de Gereformeerde Kerken. Hij geeft toe dat er veel strijd is geweest, maar dat je niet moet verzwijgen dat de mensen uit die tijd vaak dicht bij de Here leefden. In de moeilijke omstandigheden van armoede en oorlogsjaren was er toch veel oprecht geloof en echte vroomheid.
Deze opmerking die merkbaar vanuit een gewond hart komt, is misschien wel dé verdienste van deze levensbeschrijving.
Om evenwichtig terug te kijken op de gereformeerden van de 19e eeuw en de kerkscheuringen, moeten we dit doorleefde geloof dat er ook was, niet over het hoofd zien of verzwijgen. Het boek van dr. Arntzen kan bijdragen aan een liefdevolle blik achterom. Hij zelf eindigt zijn boek over de moeitevolle tijden van zijn leven met opnieuw een uitspraak over strijd. Maar dan gaat het op de laatste bladzijde niet over kerkstrijd, maar over de strijd om werkelijk christen te zijn als het erop aankomt. De harde strijd om christen te zijn.
N.a.v. M.J.Arntzen, Een theologenleven in woelige tijden. AD (Archief- en Documentatiecentrum van de Geref.Kerken te Kampen) Chartas Reeks 7, Uitgeverij De Vuurbaak. ISBN 90 5560 290 6