Moeizame contacten in de gemeente

2004-10-15
  • Jaargang 48
  • nummer 20
In de vorige Opbouw werd geschreven dat onderlinge communicatie soms veel energie kost (pagina 13). In dit artikel gaan we verder met enkele praktijkvoorbeelden van contacten die ambtsdragers en (mede)gemeenteleden zwaar kunnen vallen.

Als mensen woorden gebruiken als ‘altijd’, ‘nooit’ en ‘iedereen’ mist in de communicatie de nuance. Vaak is dat een signaal dat er iets anders aan de hand is. Als iemand met stelligheid beweert dat ‘iedereen’ het met hem eens is kun je je ook afvragen hoeveel vertrouwen hij in zijn eigen standpunt heeft. Heeft hij die andere 16 miljoen Nederlanders nodig om te ‘bewijzen’ dat hij gelijk heeft? Ook emoties worden soms sterk uitvergroot. Eén vragende oogopslag wordt een totale afwijzing.
Met één kritische noot bij een verhaal voelt iemand zich volledig de grond in geboord. Voorbeelden van het uitvergroten van gevoelens zijn:

'Die meneer zei dat als ik zo door zou gaan ik zeker in de hel zou komen '.
'Mevrouw van der Zande is witheet op mij omdat ik tegen de vrouw in het ambt ben.' 'Meneer van der Ploeg stuurde mij een woedende brief.'


Was meneer Van der Ploeg woedend?
Hij had een kritische opmerking geplaatst bij één punt van een brief die dit gemeentelid aan hem had gestuurd.
Uit de brief van Van der Ploeg viel nergens woede af te lezen, slechts een kritisch meelezen. De ontvanger heeft zijn commentaar gekleurd met haar eigen emotie. Ze wordt zelf snel emotioneel en boos, maar kleurt daarmee de reactie van anderen. Als kritische kanttekeningen op zo’n manier ingekleurd worden werkt dit verstorend op de onderlinge communicatie.
Een doorleefd geloof raakt altijd ook de emoties van mensen. Een gevolg is wel dat kerkelijke conflicten snel uit de hand kunnen lopen. De heftige emoties maken het met elkaar doornemen van de feitelijke gebeurtenissen bijna onmogelijk.

Oordelen
Een belangrijk kenmerk van gezonde communicatie is dat men er in slaagt meningen naast elkaar te zetten, zonder daar direct een oordeel en een emotionele lading aan te verbinden.
Soms hebben mensen echter direct hun oordeel klaar, vaak zwart-wit en ongenuanceerd.

• Meneer Abrahams zingt te hard
• Ouderling Van Dam leest niet goed preek
• Dominee Evenhuis is niet pastoraal
• Familie Van Dijk laat de kinderen niet stil zitten in de kerk.

Voordat je het weet ga je als ambtsdrager of als gemeentelid je energie steken in het bestrijden van deze oordelen.
Het is de vraag of je ‘tegenwerpingen’ wel effect hebben.

Betrekkingsidee
Sommige mensen betrekken gebeurtenissen direct op zichzelf. 'Als ik binnen kom kijkt iedereen naar me.' 'De kerkenraad heeft dat besloten om mij dwars te zitten.'

In de kerk hebben ze geprobeerd om mij het leven onmogelijk te maken.
Iedereen was er op uit om mij psychisch kapot te maken. Als ik de kerk binnen kwam keken ze allemaal een andere kant uit. De dominee, de kerkenraad, de gemeenteleden, allemaal hebben ze me jarenlang genegeerd.


Wat is hier aan de hand? Het kan zijn dat de beleving van dit teleurgestelde gemeentelid het verhaal sterk kleurt.
Als je denkt dat mensen je afwijzen stel je je ook minder open op.
Toch is ook een nuancering op zijn plaats. Er zijn mensen voor wie het leven binnen een kerkelijke gemeente bijna onmogelijk is geworden. Feitelijk kan een bepaalde beleving ‘er naast zitten’, maar de emoties zijn voor zo iemand wel realiteit. Daarom helpt het vaak weinig als (bijvoorbeeld) een ambtsdrager alleen maar met allerlei bewijzen komt dat het gemeentelid er naast zit.

Goed óf slecht
Sommige mensen hebben de neiging om anderen met elkaar te vergelijken.
De nieuwe predikant wordt met de vorige vergeleken. Dat kan ook in zwart-wit. De ene ouderling deugt helemaal niet, de ander is de beste ouderling die er ooit geweest is. Er zijn dus geen grijstinten. Iemand die niet deugt is ook meteen helemaal fout, bij alles wat hij doet. Hij kan het ook niet meer goed doen.

'Met Van Dam, daar kan ik mee praten.
Die begrijpt mij tenminste. Maar Van der Gaag, die hoeft niet op bezoek te komen. Die eet hier alleen de koektrommel leeg. Dat ze die man op tal hebben gesteld, daar begrijp ik niks van.'


De kans is groot dat ook ouderling Van Dam het een jaar later helemaal verknald heeft in de ogen van dit gemeentelid.
Nu deugt hij helemaal niet meer. Een ander risico is dat er onderling spanningen ontstaan. Als ouderling Van Dam zegt dat hij geen enkele moeite heeft met dit gemeentelid roept dat emoties op bij andere ambtsdragers. 'Oh, dus wij doen het fout.'

Voor of tegen
Verwant aan het zwart-wit denken is het denken in ‘voor’ of ‘tegen’.
Sommige mensen vragen (of eigenlijk: eisen) van de ander dat hij of zij volledig dezelfde keuzes maakt en opvattingen heeft. Ze zoeken dus eigenlijk niet naar gesprekspartners, maar naar volgelingen.
Het ingewikkelde is dat je je aanvankelijk bij hen erg op je gemak voelt. Ze komen in eerste instantie invoelend en begrijpend over. De problemen ontstaan pas later, als er meer nuances ontstaan in het contact. In kerkelijke kring zien we dit bij mensen die ‘shoppen’ van de ene naar de andere kerk. Ze verlaten zeer gefrustreerd een kerkelijke gemeente en zijn vervolgens laaiend enthousiast over de nieuwe gemeente. Daar herhaalt zich dit proces.

'Dat zoiets nog bestaat in kerkelijk Nederland.
Zo’n bijbelgetrouwe gemeente, zo’n plezierige gemeenschap, zo’n fantastische dominee.' Ruim twee jaar later zei dit echtpaar het lidmaatschap op. De problemen waren voor het eerst zichtbaar geworden toen bleek dat de kerkenraad niet zondermeer ‘ja’ wilde zeggen op hun voorstel om een speciale kerkdienst te organiseren rond een bepaald doel. De brief waarin ze meedeelden geen lid meer te willen zijn loog er niet om. Er deugde werkelijk niets van de gemeente en al helemaal niet van de dominee.

Boze brieven
Er zijn gemeenteleden die ambtsdragers handen vol werk bezorgen. Na ieder besluit van de kerkenraad volgt er weer een boze brief. Soms hebben deze mensen alleen kritiek vanaf de zijlijn, want ze zijn zelf nergens ‘inzetbaar’.

Tijdens een huisbezoek merkt een gemeentelid op dat er nooit iets wordt georganiseerd. De ouderling vraagt aan het gemeentelid om mee te helpen aan de voorbereiding voor de startzondag.
Daar heeft ze geen tijd voor. Als de commissie met een plan komt schrijft ze een boze brief over de vorm van deze startzondag.

Boze brieven zijn een signaal. Niet meer en niet minder. De inhoud van de brief moet serieus worden genomen, maar dat wil niet zeggen dat zulke brieven de agenda van de kerkenraad moeten gaan betalen. Voordat je het weet besteedt een ambtsdrager meer tijd aan de discussie met dat gemeentelid dan aan de pastorale zorg voor andere gemeenteleden. Dat is erg frustrerend.
De discussies leveren niets op en het andere werk blijft liggen.
Een gemeente kan niet functioneren als de leden zich niet inzetten. Als een persoon het niet aan durft om zitting te nemen in de kerkenraad mag gevraagd worden welke taken wél bij hem passen.
Dat hoeft niet direct zichtbaar te zijn. Misschien kan dat gemeentelid beloven dat hij iedere zaterdag voorbede te doet voor de zondagse kerkdienst en voor de gemeenteleden.

Wordt nog één maal vervolgd
Er kunnen veel meer voorbeelden gegeven van moeilijke communicatie binnen de gemeente. We moeten ons echter beperken tot enkele illustraties.
Het spreekt vanzelf dat er geen recepten bestaan die een oplossing bieden.
Zicht hebben op processen die spelen kan vaak wel verhelderend werken.
Daarbij is het vooral zaak om niet alleen naar de ander te kijken, maar ook naar de eigen gevoeligheden binnen de communicatie.
In een volgend nummer van ‘Opbouw’ sluiten we deze reeks van (3) bijdragen af.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief