De Uitverkiezing
2003-04-11
Eens in het half jaar kwam de schooltandarts bij ons op school. ’s Morgens stond de auto er al, een deels geblindeerde bus met een vinnige assistente achter het stuur en een strenge tandarts naast hem op de stoel. Op zulke dagen durfde ik bijna niet naar school.- Jaargang 47
- nummer 8
Halverwege de ochtend werd er geklopt op de deur van het leslokaal. De assistente riep de namen af. Daar gingen ze: de kinderen die naar de schooltandarts moesten. Een plek vóór mij, een plek opzij, een jongen achter mij, een meisje in de rij naast me. Wanneer was ik aan de beurt?
De meeste kinderen kwamen met hun hand tegen hun wang terug.
Sommigen hadden gehuild. Het leek me daar niet best bij die tandarts. En er was ook nooit een vader of een moeder bij. In de pauze vertelden de kinderen de meest enge verhalen, dat de tandarts boos werd als je ging huilen en dat hij dan nog meer ging trekken.
Ik had de neiging om me bij de volgende klop op de deur onder de bank te verstoppen.
Een preek
Op een zondag preekte mijn vader over de uitverkiezing. En opeens zag ik het voor me. Je werd natuurlijk uitgekozen door die tandarts. En dan werd er ook nog een kies uit getrokken.
Het klopte allemaal als een bus.
Dat was dus de uitverkiezing. Ik had ook al begrepen dat de uitverkiezing een zwaar onderwerp was waar veel mensen in onze omgeving moeite mee hadden. Nou, dat kon ik me nu wel voorstellen.
Thuis heb ik nooit gevraagd wanneer ik aan de beurt kwam. Misschien schaamde ik me wel dat ik zo bang was voor deze tandarts. In ieder geval ben ik nooit door die vinnige assistente uit de rij geplukt. Ik werd niet uitverkozen.
Maar dat kwam me in dit verband wel goed uit…..
H. Algra, Den Helder