Aan de verzoening voorbij?

2003-04-11
  • Jaargang 47
  • nummer 8
In de vorige Opbouw kon u al een verslag lezen van de Opbouwdag, die op 22 maart in Utrecht gehouden is.
Deze dag hadden we het thema 'Jezus uit beeld?' meegegeven. In een lezing zette ds Albert van Leeuwen op boeiende wijze het thema neer, waarbij hij met name aandacht vroeg voor de verzoening die God door Jezus tot stand bracht. De lezing werd ondersteund door een aantal schilderijen, die voor de gelegenheid op een scherm
getoond werden. Hierbij de tekst van de lezing, met enkele van de kunstwerken die erbij hoorden.

De liefde en de dood, daar kan geen mens omheen.
Ze zijn onverbiddelijk.
De verzoening is dat niet.
Je kunt eraan voorbij.

Het thema van deze Opbouwdag, je zou zeggen dat ons dat vooral wordt opgedrongen van buitenaf. Door een cultuur die nog wel op een eigengereide manier met God bezig is, maar niet meer met de verzoening door het bloed van Jezus Christus.
Toch moeten we ons afvragen: ligt het niet in de verzoening besloten, dat we eraan voorbij kunnen? En als ik verzoening zeg, dan heb ik het over Jezus Christus, en die gekruisigd. Het is een verschrikkelijke mogelijkheid. Maar we kunnen aan Hem voorbij.
Voor zijn verzoenend lijden heeft Jezus zelf nooit propaganda gemaakt.
Helemaal in de lijn van de profetie: “Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen” (Jes 42,2). Terwijl Hij zichzelf genoemd heeft het 'brood des levens', de 'ware wijnstok', de 'goede herder', heeft Hij nooit van zichzelf gezegd: "Ik ben het lam van God."
Dat moest een ander doen: Johannes de Doper, de stem van de profetie van het oude verbond. Die heeft Hem aangewezen als 'het Lam van God, dat wegneemt de zonde der wereld'.

ZURBARN, AGNUS DEI (ca 1636)
(zie voorplaat van deze Opbouw) We zien hier een lam dat klaarligt voor de slacht. De poten kruiselings gebonden.
Het biedt geen verzet. Het doet zijn mond niet open. Dit schilderij van de Spaanse schilder Francisco de Zurbarán (1598-1664) wordt genoemd Agnus Dei (Lam Gods). Voor mij verwijst het behalve naar de Gekruisigde ook naar het offer van Isaäk, dat door de joden de Aqeda, de binding van Isaäk (vgl. Gen 22,9) wordt genoemd.

De bijbelse verzoening mist, van de méns uit gezien, het onontkoombare.
Je kúnt er aan voorbij. En we gaan er dan ook aan voorbij. In onze cultuur lijkt de verzoening haast irrelevant geworden. De mens die afscheid heeft genomen van de levende God is met zichzelf alleen. Hij zit niet te wachten op verzoening, maar op reparatie.
Want hij ziet zichzelf wat zijn lichaam betreft als een machine en wat zijn geest betreft als een ingewikkeld, chemisch proces. De communicatie tussen arts en patiënt schijnt slecht te verlopen.
Geen wonder als we zo naar onszelf hebben leren kijken. Niet als mensen die verlost moeten worden van geestelijk en lichamelijk lijden, maar als personen die geholpen moeten worden aan een defect.
In de kerk ervaar ik het probleem als het gaat om de verkondiging. Het valt me steeds meer op dat de gedeelten uit het evangelie die direct handelen over het lijden van Christus zich het minst lenen voor concrete toepassing in ons dagelijks leven.
Natuurlijk is binnen de gemeente de verzoening niet irrelevant. Wie zou dat beweren? Alleen, wat wij er mee moeten, die vraag speelt onderhuids wel degelijk. We leven in een tijd die voor alles vraagt: wat kan ik ermee?
Bruikbaar zijn die dingen, die processen met behulp waarvan wij iets kunnen veranderen in en aan ons leven.
Bijbels zijn we dan op het terrein van de heiliging. Maar de rechtvaardiging, de vrijspraak voor Gods gericht, wat kán ik daarmee?
Om van die nood een deugd te maken zie je in evangelische kring dat de rechtvaardiging vooral wordt gezien als springplank voor de heiliging. Het kruis, als iets dat noodzakelijk is voor ons behoud. Maar dat station moet wel gepasseerd. Want uiteindelijk gaat alles in het leven van de christen om de opstanding van de nieuw mens.
Zo zien we hoe lastig het is om de mens van vandaag met de verzoening door het kruis aan boord te komen.

Toch staan we op dit punt dichterbij de wereld, bij mensen als Catherine Keyl dan we zelf geneigd zijn te denken!
Als we iets van de verzoening moeten zeggen, dan is het dit: wij hebben daar als mensen nooit om gevraagd.
God heeft van zijn kant de verzoening geponeerd. In het kruis van zijn Zoon doen wij niet iets met God, maar God doet iets met ons. Hij gaat om Jezus’ wil aan onze zonden voorbij.
Wij hebben niet om het Lam gevraagd.
God heeft zichzelf voorzien van een Lam ten brandoffer (vgl. Gen 22,8).
Christus Jezus is ons van God geworden tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1Cor 1,30). Op zíjn tijd is Hij voor goddelozen gestorven, toen wij nog zondaars waren (vgl. Rom 5,6-8). Wij allen dwaalden als schapen, toen de HERE onze ongerechtigheid deed neerkomen op het Lam (vgl. Jes 53,6-7).
Onze tijd vraagt: de verzoening, wat kan ik ermee? Het evangelie van het kruis zegt: in de verzoening doet God iets aan mij. Aan de hoogten die zich heffen tussen mijn God en mij, tussen mij en mijn naaste.

JEROEN BOSCH - KRUISDRAGING (ca 1516)
Dit is een schilderij dat Jeroen Bosch (ca 1450-1516) heeft geschilderd in de laatste jaren van zijn leven. Jezus, het kruis torsend, in het midden. Op weg om te sterven voor goddelozen. Voor mensen die zich wenden, ieder naar zijn eigen weg. Op het moment dat de Heiland de verzoening bewerkt, leeft zijn omgeving volstrekt aan de verzoening voorbij.

Dat wij het evangelie van het kruis moeilijk kwijt kunnen, moet ons niet bevreemden. Wij hebben niet om de verzoening gevraagd. God is er van zijn kant mee gekomen!
Het kruis moeten we laten staan.
Onze neiging bedwingen om het bruikbaar te maken. In het kruis is God aan het werk. Door zijn Zoon. Met ons.

Ik zet nu een stap opzij in de kerkgeschiedenis.
Ik neem u mee naar een tijd die ons als protestanten niet zo vertrouwd is. Toch is het ook ‘onze’ kerkgeschiedenis. We gaan naar het einde van de zevende, het begin van de achtste eeuw. Ik vraag uw aandacht voor drie gebeurtenissen.

Allereerst voor het feit dat Paus Sergius I (hij was paus van 687 tot 701) in de orde van de mis het Agnus Dei heeft ingevoerd. Dat luidde toen als volgt: Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
Agnus Dei, qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
In de vertaling: Lam van God, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm u over ons.
Lam van God, die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm u over ons.
Lam van God, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm u over ons.
De tweede gebeurtenis speelt zich af in de Santa Cecilia in Rome. Daar heeft dezelfde paus Sergius I op 21 november 695 Willibrord gewijd tot bisschop der Friezen.
Voor de derde gebeurtenis moeten we naar Gibraltar, zo’n vijftien jaar later. Toen stak de Moorse generaal Tarik ibn Zeyad vanuit Noord Afrika straat van Gibraltar over en begon de verovering van Spanje door de Moren.
Ook al hebben wij als protestanten gegronde bezwaren tegen het misoffer, toch lijkt mij de opname van het Agnus Dei in de orde van de mis van moeilijk te onderschatten betekenis. De tekst van het Agnus Dei is ontleend aan het woord van Johannes de Doper “Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh 1,29), gecombineerd met het Kyrie eleison, het 'Heer, ontferm u', dat we door heel de Schrift tegenkomen. Johannes heeft de Heiland bij de doop gepresenteerd als het lam waarin God had voorzien: offer van Gods kant. In het Agnus Dei worden die woorden omgesmolten tot een smeekbede van Gods volk tot Hem die nu zit aan Gods rechterhand. Een bede om ontferming, een schreeuw om verzoening.
Met het Agnus Dei, Christus en die gekruisigd, wordt Willibrord naar het noorden gezonden, terwijl bijna gelijktijdig uit het zuiden de Islam op komt zetten. Ook vandaag is er de confrontatie met de Islam. Maar misschien hebben christenen aan moslems maar één vraag te stellen, de klemmende vraag van Isaäk: "Waar is het lam?"
(vgl. Gen 22,7). Kent u het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt?
Kent u zijn ontferming?
Waar we opnieuw oog voor moeten krijgen, is de objectieve gestalte van het kruis van Christus. Opnieuw ontdekken dat we er van af moeten zien om het kruis bruikbaar te maken. Wij hebben niet om de verzoening gevraagd.
God heeft van zijn kant de verzoening geponeerd. Toen niemand naar Hem vroeg. En dat is nu juist het beste wat ons, wat de wereld, kon overkomen.
Want schuld is objectief in het leven van een mens aanwezig. Al probeert onze tijd op allerlei manieren om aan het objectieve karakter van de schuld te ontsnappen.
Ik denk aan die man die was opgenomen in de Van Mesdagkliniek vanwege de moord op zijn overspelige vrouw.
Hij had genoeg van de gesprekken over zijn jeugd, over een mogelijke mentale stoornis, en denkt dan: “Ik wil gewoon horen: ‘Wat jij hebt gedaan is slecht. Verschrikkelijk. En je bent er volledig verantwoordelijk voor’”. Dat bedoel ik met objectieve schuld. Iets onomkeerbaars wat je hebt gedaan.
Wat niemand uit je leven wegpraat.

Kijk nog eenmaal naar het schilderij van Jeroen Bosch. Nu naar de man rechtsboven. Het is de moordenaar, aan wie Christus het paradijs zal beloven.
Asgrauw van de last van zijn schuld.
Om die schuld wordt hij gescholden door de mensen om hem heen. Terwijl midden onder hen staat Hij die ons onze zonden kwijtscheldt.

Echte schuld krijgen wij niet weg. Een ander zal dat moeten doen. Dé Ander, met wie God zelf is gekomen: zijn eniggeboren Zoon.
Verzoening door de vreemde gerechtigheid van Jezus Christus. Vreemd, dat wil zeggen: een gerechtigheid die niet bij onszelf vandaan komt, maar waar het Lam ons mee bekleedt. Als het dan gaat om de heiliging, dan lopen wij dus in andermans kleren.
In de heiliging moeten wij ons steeds oriënteren aan het kruis. Alleen “als wij samengegroeid zijn met wat gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met wat gelijk is aan zijn opstanding” (Rom 6,5). Nooit wordt de rechtvaardigmaking een springplank voor de heiliging. Als het gaat om onze gezindheid als gemeente van het nieuwe verbond, worden we verwezen naar de Heiland in zijn lijden. Naar Christus Jezus die zichzelf ontledigd heeft, die de gestalte aannam van een slaaf en in zijn vernedering gehoorzaam is geworden tot de dood van het kruis (vgl. Flp 2,5-8).
Een mens kán aan de verzoening voorbij.
Alleen vanuit de gedrevenheid van Gods liefde krijgt de verzoening iets onontkoombaars: “O onverstandigen en tragen van hart, dat ge niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben!
Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?” (Lukas 24,25-26).

We kijken tenslotte naar een van de Goudse glazen uit de Sint Janskerk te Gouda. Het is een fragment van glas 6, in 1571 vervaardigd door Dirck Crabeth.
We zien Johannes de Doper, wijzend op het Lam, op Christus en die gekruisigd. (zie pagina 6)

Onze opdracht is duidelijk. Wij kunnen daar niet om heen. Dat wij Jezus Christus blijven verkondigen aan onszelf en aan de wereld als het Lam dat ons van God gegeven is. Tot een volkomen verzoening voor al onze zonden.

• Lam van God, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm u over ons!
• Lam van God, die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm u over ons!
• Lam van God, die de zonden der wereld wegneemt, geef ons vrede!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief