Woestijngod
2003-02-28
“God ziet zelden Onze zielen schrijden Langs galg en rad Als wij de roedel leiden Over satans weiden Naar menig schat”- Jaargang 47
- nummer 5
Ik houd het papiertje vast en lees opnieuw de raadselachtige tekst.
Dan kijk ik mijn jonge collega aan en vraag met mijn ogen: “Wat is dit”?
Hij beantwoordt mijn blik: “Carla heeft dit op haar rug staan, ze is leerling uit jouw klas.” Hij slikt en met een zorgelijke toon vervolgt hij: “Dat kan toch niet op een christelijke school?”
Er schiet van alles door mijn hoofd. Ik zie de scène voor me van het ROC in Amsterdam. Het meisje met de gezichtsluier.
Wij hebben nu onze eigen chador….
een rugtekst waar satan in voor komt.
We buigen ons samen over de woorden.
En constateren na ernstige bestudering van de grondtekst dat we er geen touw aan vast kunnen knopen.
“Jij bent haar mentor,” vervolgt mijn collega. Hij neemt een afwachtende houding aan.
Ik zucht. Op het moment dat men kan lachen met leerlingen zijn ze van ons allemaal, maar zodra er iets ernstigs is, dan zijn ze opeens van de mentor.
Ik besluit even langs de klas te lopen.
Ze zitten in groepjes en werken speels aan een opdracht. Opeens zie ik een lichtpuntje in het zelfstandig werken van leerlingen; je kan als docent op je gemak hun rugteksten lezen.
Niet dat het me lukt, want de lange haren van Carla bedekken de tekst en de woorden die wel zichtbaar zijn, blijken in bijna onleesbaar gotisch schrift te zijn opgetekend.
De volgende dag laat ik de klas eerder weg gaan.
Ik vraag Carla even te blijven en maak een praatje hoe het met haar gaat en of de zorgen thuis wat verminderd zijn...
Ze geeft aan dat ze zich in de klas niet zo lekker voelt. “Vooral die christelijke lui reageren zo fel.
” Ik glimlach van binnen, nog voordat ik een doorpakkende vraag hoef te stellen, geeft ze de kern van de zaak al aan.
“Wat bedoel je precies?,” vraag ik haar.
Dan komt het verhaal. Hoe ze zich afgewezen voelt, niet gerespecteerd.
Zij heeft nou eenmaal een ander geloof en dacht dat ze op een christelijke school wel welkom zou zijn omdat zij zelf ook ’gelovig’ is.
“Wil je daar iets meer over vertellen?” Ze stort een woordenvloed over me heen. Belangrijkste wat ik hoor is dat ze gelooft in de goden die, zoals zij stelt, hier al waren voordat in 1300 de christenen kwamen en de volksgeloven uitmoordden. Wodan en de andere goden van deze streken, bosgoden en dergelijke; daar gelooft Carla in.
Niet in die woestijngod van de christenen.
“Woestijngod?..., hoe kom je aan die naam?” “Nou gewoon, Jezus komt toch uit de woestijn?! Ik heb liever een god uit mijn eigen streek.”
Omdat ze zegt dat de klas rot reageerde op haar shirt vraag ik wat voor tekst het is.
Ze geeft aan dat het afkomstig is van ‘Fluisterwoud’ een Nederlandse deadmetal band.
“En ja Dromer, jij zult die muziek ook wel niet mooi vinden, maar vrees niet, ik loop niet met lucifers langs een kerk om die in de fik te steken hoor.”
We praten nog wat door en ik spreek af met haar dat zij recht op respect heeft. Maar dat ook zij anderen niet moet kwetsen, maar in hun waarde moet laten. Dan vraag ik haar naar haar band en vraag welk nummer het mooist is en welk nummer ik wel niet zo fraai zal vinden.
Ze glimlacht en zegt: “download ‘de hoer van de 7 hemelen’ maar. Daar kan je vast niet tegen.”
Ik geloof haar, zelfs zonder het te downloaden.