Naar de kerk?
2003-02-28
In de beide voorgaande nummers van Opbouw ging het in deze rubriek over kerkdiensten: over de concurrentie van de televisie, en over de gastvrijheid van de kerk. Ditmaal neem ik een gedeelte over van een artikel uit Confessioneel (23 januari), dat voortborduurt op hetzelfde stramien.- Jaargang 47
- nummer 5
Auteur is dr B.W.J. de Ruyter. Hij valt met de deur in huis:
Wat is het belang van de kerkdienst?
Deze vraag nodigt tot reflectie omdat al decennia lang het kerkbezoek afneemt.
Deels hangt dit samen met de secularisatie. Het nadenken over God heeft zijn betekenis verloren. Maar deels ook voegt de kerkdienst in de beleving van mensen weinig toe aan het persoonlijk geloof. Geloven doe je met je eigen hart en daar heb je een ander niet bij nodig.
Voor de duidelijkheid begin ik hier maar met een stelling: de kerkdienst heeft alleen waarde als er gedeeld wordt.
Wie alleen naar de kerk komt voor zijn eigen portie geestelijk voedsel kan net zo goed thuisblijven. Zijn of haar aanwezigheid is dan immers hoogstens een ornament op het meubilair. () De opvatting dat mensen elkaar in geloofszaken nodig hebben, staat ter discussie. Veel mensen zijn gewend in het leven hun eigen weg te gaan, tamelijk onafhankelijk van anderen. De kerk en de zondagse kerkdienst verliezen daardoor gemakkelijk hun betekenis.
Hoe ik in God geloof maak ik zelf wel uit, is een vrij gangbare opvatting.
Het kerkelijk instituut heeft geen heilsmonopolie.
Hierin sluit ik mij graag bij de reformatie aan. Maar betekent dit dat de kerk en de zondagse kerkdienst hun bestaansrecht eigenlijk hebben verloren? Is de kerk er alleen nog voor de sociaal voelenden, die het moeilijk vinden in religieus opzicht op eigen benen te staan?
Ter onderbouwing van mijn aan het begin gelanceerde stelling wil ik hier een nieuwtestamentische notie in de discussie inbrengen. De nieuwtestamentische gemeente was gewoon op zondag bijeen te komen. Hoe het er op die samenkomsten aan toeging, weten we niet precies. Er waren lezingen, gebeden en het breken van het brood.
In de weergave van Handelingen: ‘en zij hielden vast aan de leer van de apostelen, de gemeenschap met elkaar, het breken van het brood en het zeggen van de gebeden’ (2:42). Het breken van het brood, dat wil zeggen het Heilig Avondmaal, behoorde in ieder geval tot de vaste onderdelen.
Van belang zijn hier de inzettingswoorden waar Paulus in I Korintiërs 11:24 naar verwijst: 'Dit is mijn lichaam voor u’. In het Nederlands kan u zowel op een enkelvoud als op een meervoud slaan. Voor wie geeft Christus zijn lichaam?
Voor het individu of voor de gemeenschap? In het origineel gaat het om het meervoud. Dit meervoud moet collectief worden opgevat. Dus niet: voor ieder afzonderlijk, maar voor de hele gemeenschap. De gemeente is immers het ene lichaam van Christus (12:27). Christus heeft zich voor de gemeente gegeven. Met andere woorden: de enkeling ontvangt slechts het heil omdat hij deel is van de gemeente.
Voor de nieuwtestamentische gemeente was het niet alleen belangrijk dat zij op hun bijeenkomsten het Avondmaal vierden als herinnering aan de Heer, maar ook dat zij vierden met elkaar het ene lichaam van Christus te zijn. Een horizontale benadering (d.w.z.
een intermenselijke) stond niet tegenover een verticale benadering (d.w.z.
God en mens). Ze vloeiden daarentegen in elkaar over. Helaas is de aandacht voor het met elkaar vieren van het Avondmaal in de klassiek gereformeerde traditie gering. Helemaal aan het einde van het klassieke Avondmaalsformulier waren twee zinnen gewijd aan de gemeenschap met elkaar. In die zin betekende het vijfde formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal uit het Hervormde Dienstboek in ontwerp uit 1955 een waardevolle correctie. De gemeenschap is geen sluitstuk maar behoort tot de inhoud van het Avondmaal.
In de samenkomsten van de gemeente deel je iets met elkaar. Dat delen is niet vrijblijvend. Het behoort tot de inhoud van het heil. Kortom, wie ter kerke gaat, gaat niet slechts om te ontvangen. Misschien heeft onze buurman onze aanwezigheid wel nodig om de twijfel te overwinnen. De zieke hoort dat de voorbede gedragen wordt door de hele gemeente.
Sommige kinderen Gods denken dat zij de enige zijn. Als verwende krengen eisen zij hun portie op. Het liefst hebben zij boven een eigen landgoed. Ze hebben aan zichzelf immers genoeg.
Misschien noopt het bovenstaande ons ook eens kritisch te kijken naar de inhoud van onze kerkdiensten. Is er ruimte om met elkaar te delen? Nodigt de liturgie uit om rond te kijken? Het is leuk als de stoelen in de kerk gebruikt worden. Maar het is goed als al die stoelen één gemeenschap dragen.
M.H.T. Biewenga, Enschede