Wordt Christus nog steeds gekruisigd?
2003-04-25
Jezus werd overgeleverd om te worden gekruisigd ondanks het feit dat zijn rechter, Pilatus, wist dat Hij onschuldig was. De rechter handelde uit vrees voor de fanatieke, publieke opinie van een opgehitste volksmassa.- Jaargang 47
- nummer 9
Een soortgelijk proces herhaalt zich momenteel in de stad Palu, provinciehoofdstad van Midden-Sulawesie in Indonesië.
Een leider van de Christelijke Kerk van Midden-Sulawesie (GKST), ds. Rinaldy Damanik, wordt al maandenlang gevangen gehouden, en ten onrechte beschuldigd van zaken die hem 20 jaar gevangenschap en zelfs de doodstraf kunnen opleveren.
Damanik is de secretaris van het synodebestuur van de GKST, en gaf leiding aan het crisiscentrum van deze kerk, dat werd opgezet om de kerken te helpen in de afgelopen jaren toen een fanatieke islamitisch militie, de Laskar Jihad, aanvallen inzette op christelijke dorpen. Ds. Damanik speelde een sleutelrol in de ondersteuning van duizenden christelijke vluchtelingen en coördineerde zowel de berichtgeving over de conflicten naar de buitenwereld als de assistentie aan hen die als gevolg van de islamitische geweldsgolf rondzwierven zonder onderdak, voedsel en medicijnen.
Dood en verderf
Na de omsingeling en van het kerkcentrum te Tentena, dat in december 2001 op het laatste moment door regeringstroepen werd ontzet, streed Damanik als geen ander voor herstel van de vrede. Hij was een van de ondertekenaars van het Malino-akkoord dat bedoeld was om verzoening te brengen en een eind te maken aan het conflict, dat van buitenaf werd opgestookt tussen christenen en moslims.
Net als op Ambon, waar de Laskar Jihad troepen eerst dood en verderf zaaiden, is de rol van politie en leger in Midden- Sulawesi vaak zeer dubieus.
De haatcampagnes, prikacties en tenslotte de massale vernielingen en vervolging door de islamitische bendes werden vaak stilzwijgend gedoogd en soms zelfs ondersteund.
Kritische houding
Damanik is een man met een sterk rechtsgevoel en hij stak zijn verontwaardiging over deze halfslachtige houding van de autoriteiten niet onder stoelen of banken. Uit protest tegen het falen van de officiële autoriteiten om christelijke dorpen te beschermen weigerde ds. Damanik in augustus 2002 een vergadering bij te wonen over de naleving van het Malino- akkoord. Door zijn kritische houding tegenover lokale politie begon men hem te beschouwen als een lastpak die moest worden aangepakt.
’Illegaal wapenbezit’
Op 17 augustus 2002 werden enkele wagens van de kerkleiding aangehouden terwijl ze christelijke vluchtelingen evacueerden die van hun huizen verdreven waren. De inzittenden werden meegenomen en verhoord door de politie voordat ze hun weg konden vervolgen. Later beweerde de politie dat men wapens en munitie in de auto van de kerkleider had aangetroffen.
Daar werd aangifte van gedaan ondanks het feit dat christenen claimden dat de politie zelf het zogenaamde bewijsmateriaal in de auto plantte.
Pogingen om ds. Damanik vervolgens te arresteren op het synodekantoor in Tentena werden door lokale christenen gedwarsboomd.
De politie sommeerde Damanik daarop zich voor 9 september te melden op hun hoofdkwartier in Palu, de provinciehoofdstad waar de meerderheid van de bevolking islamitisch is. In overleg met de kerkleiding besloot ds. Damanik echter ongezien naar het hoofdkwartier van de politie in Jakarta te reizen omdat men daar de kans op een rechtvaardig rechtszaak waarschijnlijker achtte dan in Palu.
Op 11 september meldde hij zich in Jakarta en werd er veelvuldig verhoord terwijl men het bewijsmateriaal tegen hem probeerde rond te krijgen.
Zonder overleg met hemzelf of zijn advocaten werd ds. Damanik op 22 december plotseling toch overgebracht naar het politiekantoor in Palu. Op 26 december, net na Kerst, werd hij daar direct na het ontbijt hevig ziek en naar het ziekenhuis gebracht. Er zijn vermoedens dat iemand op het politiekantoor hem probeerde te doden met rattenvergif.
Ondertussen werd zijn rechtszaak drie keer bij het lokale hooggerechtshof geweigerd wegens gebrek aan bewijs.
Toen de rechtszaak tenslotte begon op 3 februari 2003 luidde de aanklacht 'illegaal wapenbezit', iets waar 20 jaar gevangenschap of zelfs de doodstraf op kan staan. Enkele dagen later werd de aanklacht plotseling veranderd en heette het dat de beklaagde een “provocateur” zou zijn. Uit protest hiertegen weigerde Damanik op 10 februari aanwezig te zijn in de rechtszaal en na protesten in Jakarta werd de eerste aanklacht van wapenbezit weer de formele aanklacht.
Monddood
Op 24 februari werd ds. Damanik ernstig ziek, maar werd hij toch gedwongen om in de rechtszaal te verschijnen.
Uit protest hiertegen verlieten zijn verdedigers het gebouw. In het ziekenhuis werd later vastgesteld dat hij lijdt aan hepatitis. Ondertussen is de rechtszaak voortgezet. Plaatselijke christenen beklagen zich over de manier waarop dat gebeurt. Het team van verdedigers heeft niet altijd toegang tot alle bewijsmateriaal en belastende getuigenverklaringen stemmen niet met elkaar overeen. Collega’s van ds. Damanik en getuigen van de verdediging werden bedreigd en zelfs gemarteld.
Een leger-officier, die ds. Damanik al eens uit handen van de Laskar Jihad redde en die nu ook wilde getuigen, werd onlangs doodgeschoten gevonden.
Deze rechtszaak tegen ds. Rinaldy Damanik, een bekwame woordvoerder van de plaatselijke kerken, is uitgegroeid tot meer dan een beschuldiging tegen één man. Deze zaak is een poging om de christelijke kerk, die in dit gebied sinds het begin van de vorige eeuw invloedrijk is, monddood te maken.
Er zijn weinig kerkleiders in Indonesië van het kaliber van ds. Damanik die goed opgeleid, jong, intelligent, met een scherpe pen en moedig hun eigen leven in de weegschaal van het recht durven leggen. Door deze woordvoerder buiten spel te zetten probeert men Christenen te intimideren en de kerken terug te dringen naar de marges van de samenleving in het geïsoleerde binnenland van Sulawesi. Dit is tekenend voor het islamitisch fundamentalisme in Indonesië dat alom probeert de inbreng van de Christelijke minderheden te marginaliseren. Tegelijk is het een bewijs van het onvermogen van de Indonesische autoriteiten om vrijheid, recht en democratie voor al haar burgers te laten zegevieren.
Barabbas
Want terwijl de rechtszaak van ds. Damanik voortduurt werd er in januari 2003 abrupt een einde gemaakt aan een andere rechtszaak tegen iemand die verre van onschuldig is. Toen werd namelijk de leider van de Laskar Jihad, Jaffar Umar Thalib, vrijgesproken, ondanks een overweldigende bewijslast van wandaden in zijn nadeel.
De Laskar Jihad is er primair voor verantwoordelijk dat er de afgelopen jaren duizenden Christenen op de Molukken en in Midden-Sulawesi op gruwelijke wijze zijn vermoord terwijl tienduizenden anderen werden ontheemd.
Thalib werd gearresteerd in mei 2002 omdat hij haat en religieus geweld had aangewakkerd en de Indonesische president had beledigd.
Desondanks werd hij door de Indonesische vice-president Hamzaz Haz in de gevangenis bezocht en 'een moslim broeder' genoemd.
Thalib werd spoedig erna op borgtocht vrijgelaten en zijn rechtszaak werd verdaagd omdat hij niet gezond genoeg zou zijn. De rechter oordeelde: 'Ik zie dat u wat bleekjes uitziet.
Wij willen niemand onderzoeken die niet volledig gezond is. We hopen dat u spoedig weer gezond zult zijn'. De rechtszaak werd pas later voortgezet.
Na de bomaanslag in Bali werd de Laskar Jihad beweging plotseling door haar leider ontbonden. En in januari werd hun leider Thalib volledig vrijgesproken van al zijn misdaden. Intussen zijn er berichten over Laskar Jihadstrijders die zich elders verzamelen, bv. op Irian Jaya waar vele Papoea’s christen zijn. Wachten ze op een gunstig moment en op het signaal van de leiding om opnieuw actief te worden en ook daar christelijke dorpen aan te vallen?
Er is een schril contrast tussen de behandeling van Thalib en de rechtszaak van ds. Damanik. Ondanks de mooie uiterlijke facades wordt onrecht zo goedgepraat en het recht verdraaid tot rechtsverkrachting. Waar Thalib weer vrij rondloopt om nieuwe moordaanslagen te plannen met zijn aanhangers lijkt alles erop dat ds. Damanik wordt opgeofferd als zondebok om het laffe falen van de Indonesische autoriteiten om op te treden tegen het islamitisch fundamentalisme te camoufleren.
In de voetstappen van de Heer
In deze tijd rond Goede Vrijdag en Pasen worden we opnieuw bepaald bij de rechtszaak tegen Jezus en de manier waarop toen ook al het recht werd verdraaid en het onrecht zegevierde: Jezus werd veroordeeld en gestraft, terwijl Barnabas werd vrijgesproken.
Jezus voorspelde al dat er niet veel zou veranderen voor Zijn volgelingen: 'Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.......Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen.' Dit verslag over recht en onrecht vanuit Indonesië kan vermenigvuldigd worden met vele andere voorbeelden van broeders en zusters in deze wereld die lijden vanwege hun geloof. Rond christelijke hoogtijdagen als Kerst en Pasen, hebben geloofsgenoten die leven in een hun vijandige omgeving het vaak zwaar te verduren.
Natuurlijk is het lijden van onze Here Jezus Christus uniek en onvergelijkbaar geweest: Hij leed als de Zoon van God en alleen Zijn verzoenend sterven betekent het eeuwige leven voor ieder die gelooft. Maar heeft Hijzelf ook niet gezegd: 'Wat gij doet aan de minste van Mijn broeders, hebt gij aan Mij gedaan' ( Matt. 25: 40)?
En zou dan ook niet gelden: 'Wat ze de minste van Mijn broeders aandoen, hebben ze Mij aangedaan'? Gezien vanuit dat licht wordt Christus nog steeds gekruisigd.
In deze lijdenstijd doen we er daarom goed aan mee te leven met en voorbede te doen voor geloofsgenoten als ds. Damanik die treden in de voetstappen van onze Heer.