Koning Saul als lijdende Messias?
2003-05-09
Het is volgens prof. van de Beek niet best gesteld met de theologische uitleg van met name het Oude Testament.- Jaargang 47
- nummer 10
Kerk en theologie hebben daar sinds de kerkvaders weinig van terechtgebracht.
Hoe moet het volgens Van de Beek dan wel? En kunnen wij iets met zijn benadering?
Na de eerste eeuwen is er volgens Van de Beek dus weinig terechtgekomen van het theologisch uitleggen van de bijbel. De Reformatoren mogen er dan nog ‘een klein beetje’ (275) in geslaagd zijn om theologisch recht te doen aan het Oude Testament, maar verder weet hij alleen nog de naam van Kohlbrugge te noemen uit de laatste eeuwen van bijbeluitleg. Nu kan hier sprake zijn van een bewuste overdrijving om de zaak zo duidelijk mogelijk te stellen.
Dat doen dogmatici wel vaker. De bekende prof. Van Ruler hield van de overdrijving als dogmatisch argument.
Beroemd is zijn uitspraak dat het Oude Testament de eigenlijke bijbel is, en het Nieuwe Testament slechts het verklarende woordenlijstje achterin. Over theologische exegese van het Oude Testament gesproken! Van de Beek staat blijkbaar een lezing van het Oude Testament voor die volgens hem in het vergeetboek is geraakt, en dat tot schade van kerk en theologie. Hoe leest Van de Beek dan het Oude Testament?
Bijbellezen vanuit de Opgestane
Dat Van de Beek met zijn pleidooi voor een theologische bijbeluitleg ons aanspreekt, komt omdat hij zich verzet tegen een vrij steriele, modern-kritische bijbelwetenschap (273). Waar de bijbel niet langer als Woord van God wordt beleden, blijft er wel veel moraal over, maar weinig theologie. Het gaat dan veel over mensen, maar weinig over God. Maar als we over God willen lezen in de bijbel, moeten we dat wel doen vanuit ons geloof in Jezus Christus, de mens geworden God, gestorven, begraven en opgestaan. Alleen dan kunnen we God aan het Woord horen komen en aan het werk zien gaan in de geschiedenis van zijn volk Israël.
We lezen de bijbel dus van achteraf (42).
We moeten dus bij de opgestane Christus, zoals we hem uit het Nieuwe Testament kennen, beginnen. Van hem lezen we terug naar Israël toe, zoals het Oude Testament daarvan getuigt. Wie het Oude Testament anders leest, leest het verkeerd (43).
Vandaar zijn korte formulering dat de uitleg van het Oude Testament afhangt van de opstanding van Jezus (44).
Daarmee verzet hij zich tegen de moderne bijbelwetenschap, die vanwege een evolutionistische visie op de geschiedenis van vroeger naar later leest, dus van Israel naar Jezus (50).
Het Oude Testament gaat over Hem
Maar zo neemt Van de Beek ook afstand van H. Berkhof die op dit punt de moderne bijbelwetenschap volgde.
Leest Van de Beek van achteren naar voren, Berkhof doet het juist van voren naar achteren: van Israël naar Jezus toe. Van Ruler formuleerde al in 1945 deze leesregel als volgt: Jezus Christus is eerst Lesefrucht van het Oude Testament, en pas daarna Leseprinzip, wat Berkhof dus in zijn Geloofsleer (1973) tot hermeneutisch uitgangspunt heeft gemaakt van zijn dogmatiek.
Het Nieuwe Testament wordt vanuit het Oude uitgelegd. Van de Beek bepleit nu dus weer de omgekeerde benadering – volgens hem in aansluiting bij de schrijvers van het Nieuwe Testament zelf. Vanuit hun ervaring met Christus als opgestane Heer keerden ze terug naar het Oude Testament en vonden hem daar op elke pagina terug. Alles in het Oude Testament gaat over Hem (50).
Van de Beek meent dat alleen zo het Oude Testament recht gedaan kan worden en haar betekenis voor de kerk van vandaag veiliggesteld. En daarachter steekt nog een dieper belang: alleen zo kan de band met Israël als volk van God worden bewaard.
Wil de kerk bij haar Messias uitkomen, dan kan ze het joodse volk niet passeren, het volk door God voor altijd uitverkoren (46). Zij vormen de eerste kring rond de Messias. Dus we moeten om Christus’ wil de bijbel lezen van achteraf. Er staat dus veel op het spel voor Van de Beek.
De Gezalfde uit Gebea?
Misschien zijn we het met Van de Beeks leesregel gewoon eens; zo lezen we zelf toch ook de bijbel? We lezen het Oude Testament bij het licht van het Nieuwe Testament als Christgelovigen.
Dat heeft de kerk de eeuwen door gedaan.
Van Calvijn zijn er talloze voorbeelden te geven, hoe hij juist deze leesregel heeft toegepast. Toch denk ik dat het een eenzijdige leesregel is, die ook problemen oplevert. Daarvan een voorbeeld uit Prof Van de Beeks boek om mijn abstracte betoog iets concreets te geven: Saul, een lijdende Messias?
Van de Beek schrijft dat de verhalen van Saul en Jezus licht op elkaar werpen.
‘In het licht van Jezus als de Gezalfde krijgt het verhaal van Saul een andere betekenis dan dat van de koning die een mislukking was, als tegenbeeld van de ware koning David’ (73).
Heel boeiend beschrijft Van de Beek Sauls carrière als koning tegen de achtergrond van zijn stamgeschiedenis, die van Benjamin, een stam die volgens Richteren19 bijna in zijn geheel omkwam. Kan er uit Gibea, Sauls geboorteplaats, iets goeds voor Israël voortkomen? Maar hij bewijst zich als Gezalfde des Heren – een titel die hem steeds weer door David werd verleend – door Jabes te bevrijden uit de hand van de vijanden. De Gezalfde is een echte verlosser. Maar daarna gaat het eigenlijk alleen maar bergafwaarts met Saul: ongehoorzaamheid, vervolgingswaanzin en zelfmoord karakteriseren zijn koningschap. Toch wordt hij ook na zijn dood op de hoogte van Gilboa door David geprezen als Gezalfde des Heren, 2 Samuel 1. En uiteindelijk krijgt hij een eervolle herbegrafenis, 2 Samuel. 21, een waardig besluit van zijn leven.
De mislukkeling?
Van de Beek vindt dat we in Saul geen Judas moeten zien, een soort anti-Messias. Hij was moreel een veel beter mens dan David, van wie er nog al wat moreel verwerpelijke dingen worden verteld. David was politiek een koning die er wezen mocht, terwijl Saul toch helemaal mislukte als koning. Maar hoe oordeelt God over Saul? Naar welke maatstaven wil de profetische redacteur van de Samuel-boeken Saul beoordeeld zien? In het licht van het verhaal van Jezus zien we waarom juist deze koning zo nadrukkelijk de Gezalfde des Heren wordt genoemd. ‘De Gezalfde, de Messias gaat een weg die op een mislukking lijkt uit te lopen, of dat nu Gilboa of Golgotha is.
Niemand zou vermoeden dat hier Gods glorie is. Maar juist hij is Gods gezalfde bij uitstek’ (73). In zijn verwerping, waar door God op wordt aangestuurd, bij voorbeeld door zijn Geest aan Saul te onttrekken, is hij de koning van Israël.
Sauls zelfmoord wordt dan het afleggen van zijn leven opdat de Naam niet gelasterd wordt, 1 Samuel 31:4.
Van de Beek geeft toe dat het moeilijk is om Saul als Gezalfde te erkennen.
‘Maar ligt dat bij Jezus anders?’ Zo werpt Saul weer licht op Jezus. De ergernis om juist Saul te herkennen als Messias, is bij Jezus vele malen groter, maar daar kunnen we niet om heen…
Messias of zelfmoordenaar?
In een slotartikel kom ik aan de hand van Saul terug op Van de Beeks eenzijdige leesregel om de bijbel achteraf te lezen. Ik denk dat er twee leesregels zijn: van voren af en daarna pas van achteraf. Nu alleen nog maar deze opmerking: als de verhalen van Saul en Jezus elkaar theologisch verhelderen, dan is het van tweeën een. Of Sauls zelfmoord wordt tegen de tekst van 1 Samuel 31 in positief verstaan als een zich overgeven in de dood terwille van de Naam. Of de zelfovergave van Jezus aan het kruis moet negatief uitgelegd worden als zelfmoord.
Dan hing er tussen de twee moordenaars aan het kruis een zelfmoordenaar.
Maar Saul was geen lijdende Messias, en Jezus geen zelfmoordenaar.
* N.a.v. Dr. A. van de Beek, De kring om de Messias. Israël als volk van de lijdende Heer. Spreken over God 1,2. Zoetermeer: Meinema. 2002. (ISBN 9021138972).