Gedachten van een ’leek’
2003-05-09
Weinig Nederlandse auteurs zijn het laatste decennium in christelijke kring zo bekend geworden als de Delftse oud-hoogleraar prof.dr.ir.A.vd Beukel.- Jaargang 47
- nummer 10
Inmiddels heeft deze plaatsgenoot (er komt veel goeds uit Pijnacker!) zijn vierde boek geschreven. Ook dit werk is zeer de moeite waard, en geeft reden genoeg om het ook in Opbouw te bespreken.
Na zijn geruchtmakende boek De Dingen hebben hun Geheim (1990) verscheen het eveneens boeiende Met andere Ogen (1994). Geen beter Leven dan een goed Leven kwam uit in 1998. Daarin treffen we bijzonder lezenswaardige hoofdstukken aan zoals 'Afscheid van Delft'.
Dat is een 'dubbel' verhaal: de rede die hij bij zijn afscheid aan de Delftse Technische Universiteit daadwerkelijk hield alsook het verhaal dat hij bij die gelegenheid graag had willen houden, maar nagelaten heeft te doen, vanwege te verwachten academisch en/of maatschappelijk rumoer!
Beide verhalen zijn nog steeds uitermate actueel en behartenswaardig…
Heel persoonlijk
Waarom ik blijf completeert het kwartet.
De ondertitel luidt: Gedachten over Geloof, Theologie en Wetenschap.
Stelt Van den Beukel in z'n eerder genoemde redevoering als belangrijk doel van wetenschappelijk onderwijs 'kritische mensen te maken', zelf maakt hij die inzet ruimschoots waar.
Vrijmoedig als steeds, messcherp in zijn kritiek als steeds, gaat hij zaken (steeds) of mensen (soms) te lijf. Toch is hij vaak ontwapenend met zijn eigen, haast 'bevindelijke' beleving der dingen. Al vanaf zijn eerste boek, toen hij teer sprak over zijn vader en anderen die veel voor hem betekend hebben. Ook in de nieuwe bundel komen we de mèns Van den Beukel met enige regelmaat tegen.
Hij schuwt niet te vermelden wat zijn vader bij zijn begrafenis gelezen wilde hebben en wat hij zelf graag op de rouwkaart wil laten zetten en waarom (67,68,82). We ontmoeten hem als een eigentijds gelovige.
We kunnen het met hem eens zijn of niet, maar hij imponeert.
Hij strijdt met open vizier, laat zich 'narekenen' en vooral: hij is steeds bereid tot verantwoording van zijn opvattingen.
Dat is verademend.
Klopjacht op theologen
De langste en voor mij boeiendste bijdrage, 'Een Leek in Theologenland', is ruim zestig pagina's lang. Hij bespreekt daarin vooral publicaties van de (emeritus)hoogleraren Kuitert en Den Heyer en doet dat zeer behendig.
In de hoedanigheid van 'leek', maar dan wel een zeer scherpzinnige en alom gerespecteerde kritische wetenschapsbeoefenaar, slijpt hij zijn punten en pijlen.
Aan de hand van (met zorg geselecteerde) citaten uit beider werk en dat van anderen komt hij tot vinnige conclusies.
Hij neemt misnoegd de term 'hoofdpijntheologie' over (41,43) en meent dat het in publicaties en erop volgende discussies lang niet altijd over 'kleinigheden' gaat (41). En stelt na een rondje citaten uit het werk van diverse theologen: 'Het lijkt me niet zo'n wonder dat bij mij, al lezende, de verwarring tot grote hoogten steeg' (45). Zijn kritiek wordt met verwijzing naar zijn eigen discipline op duidelijke en m.i. deugdelijke wijze onderbouwd.
Ik noem vier punten:
• Is verandering van mening 'wetenschappelijk onderbouwd'?
Het is voor hem onbegrijpelijk dat een auteur als Kuitert in de loop der jaren op een aantal fundamentele punten zulke verschillende visies uit. Hij wil graag weten of een en ander stoelt op nieuwe wetenschappelijke vondsten en of inzichten. Of zijn sommige theologen geen 'professor in een vak, maar in een mening'?
• Het ontbreken van een kritische wetenschappelijke discussie vooraf Het valt hem op hoe theologische publicaties voor hun publicatie vrijwel nooit door deskundige en kritische collega's op hun nut beoordeeld zijn.
Dat is een geheel andere procedure dan op zijn vakgebied gebruikelijk is. 'Een - misschien wel belangrijkdeel van die discussies, met alle beroering die er vaak mee gepaard gaat, zou ons bespaard kunnen worden, als de publicaties van theologen van tevoren een wat kritischer zeef zouden passeren.' (41) 'Wat zou het een zegen zijn als het in theologenland de gewoonte zou bestaan de manuscripten aan het oordeel van een deskundige 'referee' te onderwerpen van wiens fiat de publicatie afhankelijk zou zijn. […] Zoiets zou de verwarring beperkt houden tot de wetenschappelijke kringen. Pas als de dames en heren het na verloop van tijd eens geworden zijn, zou de tijd rijp zijn om met een populaire verhandeling naar buiten te treden. Een dergelijke handelwijze zou de kerken en de gelovigen een hoop commotie kunnen besparen.' (46)
• Ongeijkte definities van theologische begrippen Van den Beukel blijkt een nauwgezet en kritisch lezer die elke keer de inhoud van gebezigde termen weegt en beoordeelt. 'Een ander verschil dat mij opviel tussen de wetenschappelijke vertogen in mijn eigen discipline en in de theologie is dat het voor mijn gevoel in de laatste nogal eens ontbreekt aan een behoorlijke definitie van de zaken waar men het over heeft'. (47)
• Onhelderheid en onzorgvuldigheid in het formuleren.
Na het doornemen van een aantal citaten van Kuitert is zijn verzuchting: 'Een en ander overziende is de kwalificatie 'hederheid' niet de eerste die bij mij opkomt'. (25) De 'misverstanden' tussen Kuitert en zijn publiek zijn onverkort aan de auteur te wijten: 'De 'vreselijke misverstanden' komen niet van al die intellectuelen die niet lezen kunnen, maar van de theoloog die de voorkeur geeft aan uitdagende oneliners boven zorgvuldige formuleringen' (26). Ook Den Heyer krijgt een veeg uit de pan: 'De logica klinkt niet ijzersterk' (38). De hoogste lof geeft hij als hij zegt van Van de Beek: 'Dat lijkt mij glashelder" (50). Bij anderen: 'Of het juist is kan ik niet beoordelen, maar aan duidelijkheid laat het niets te wensen over' (44).
Steeds is de vraag die Van den Beukel aan theologen stelt: 'Wat bedoelt u precies met die uitspraak? En op welke basis zegt u dat? Kunt u dat ook onderbouwen?' Daar vallen de besproken theologen hevig door de mand.
Door vergelijking van in eigen discipline gangbare onderzoeksprocedures krijgt Van den Beukels benadering voor de betrokkenen pijnlijke, om niet te zeggen dodelijke scherpte. Dat alles op een toon van wellevendheid, die echter niemand moet misleiden betreffende de ernst waarmee deze aanval ingezet wordt.
Van mij mag hij! De beide aangevallen 'geleerden' hebben al vele jaren het geloof van het kerkvolk systematisch ondermijnd, en moeten riante royalties gevangen hebben voor iets dat ik zelf alleen als 'desertie' kan beleven.
En dat onder het aanroepen van 'vrije wetenschapsbeoefening', een claim die door Van den Beukel geheel van de kaart wordt geveegd! Waar men (verondersteld) 'wetenschappelijk' prestige gebruikt voor het presenteren van louter hun eigen mening, is dat een laakbare zaak… Van den Beukel, kerkelijk meelevende leek, die niet van plan is de kerk ook te verlaten, is wellicht de aangewezen persoon daarvoor.
Als Kuitert daarop wil reageren, kan hij dat m.i. alleen maar doen door (uiteraard zonder in detail te treden) te concluderen dat deze leek hem helaas niet begrepen heeft! Hij is immers geen theoloog! Dat zou dan wel het ultieme zwaktebod zijn…
Modern, maar bescheiden
Tegelijk valt op dat Van den Beukel positief reageert op ontwikkelingen in zijn (syn.) Gereformeerde Kerken.
Hij zegt dat hij aan Kuitert veel heeft te danken. 'Vanaf de jaren zestig heeft hij in de gereformeerde kerken met moed en volharding een belangrijke rol vervuld in het bevrijden van dit kerkgenootschap uit de banden van de orthodoxie. Dat dit proces geleid heeft tot een kerk met veel meer ruimte en vrijheid dan voorheen, waarin geademd kan worden, is in niet geringe mate aan hem te danken.' (22) Ik zeg hem dat niet na, zoals ik ook gemengde gevoelens overhoud aan zijn artikel 'Van kaft tot kaft'. Daar wordt m.i. een karikatuur getekend van de visie van 'orthodoxen' op bijbel en bijbelgezag. Anderzijds moet hij niets hebben van de 'waar-maarniet- echt gebeurd-doctrine van de school die ik de 'linkse orthodoxie' pleeg te noemen' (25). Daar ben ik blij mee.
Wijs en bescheiden
Het meest innemend en het meest ontwapenend vond ik zijn commentaar op een leerstuk waar hij moeite mee heeft, dat van de verzoening.
Vonne van der Meer en de onlangs overleden antropoloog Tennekes worden in verband met 'moderne moeiten' met instemming door hem aangehaald.
Vonne vd Meer, een recente bekeerlinge tot het katholicisme, die dezelfde moeite aangeeft, zegt: 'Ik heb de oorzaak daarvan altijd in de eerste plaats bij mijzelf gezocht'(71).
Van den Beukels commentaar is dat die opmerking 'van een voorbeeldige wijsheid en bescheidenheid' getuigt.
Tennekes relativeert zijn eigen moderne standpunten. Uit Van den Beukels instemming concludeer ik dat hij bereid is te aanvaarden dat de traditie waarin hij staat 'te groot is dan dat één mens in één cultuur die in zijn geheel zou kunnen bevatten'(72).
Van den Beukel is daarmee m.i. een stuk bescheidener dan theologen die elke paar jaar bestsellers willen schrijven over alles wat ze sinds de publicatie van hun vorige boek ook niet meer geloven…
(Lezens)waardig
Er zijn andere stukken in Waarom ik blijf. Het artikel met deze titel vind ik niet alleen lezenswaardig, maar ook zeer waardig. De drie lezingen aan het eind van het boek zijn de moeite waard. Bepaalde opvattingen herken of deel ik echter minder; ik zeg niet overal 'ja en amen' op, zoals stellig toegestaan is onder vrije gelovigen.
Maar er is zeer veel waardevols. U begrijpt het al: ook deze vierde Van den Beukel is zeer het aanschaffen en vooral het lezen en overdenken waard.