Eerlijk boek over seksverslaving

2006-04-14
  • Jaargang 50
  • nummer 8
Geen verslaving is in onze tijd zo in het oog springend als de seksverslaving. De getallen die genoemd worden in de Opbouwartikelen begin dit jaar liegen er niet om. 5 à 6 procent van de Nederlanders zou eronder gebukt gaan; wat betekent dat in een kerkelijke gemeente van 400 leden zo’n 22 verslaafden voorkomen. De cijfers van ds. Perkins liggen nog hoger, maar hij heeft waarschijnlijk het grensoverschrijdend gedrag met het internet als medium meegerekend (zie Opbouw van 6 januari 2006, pagina 4). In diezelfde serie artikelen geven de schrijvers wat aanwijzingen om los te raken van de verslaving, maar een aanvulling is op zijn plaats.

Een zware weg
Wie heel serieus de strijd met zijn seksverslaving wil aangaan kan veel hebben aan een nieuw boek van Russel Willingham, Onderweg naar vrijheid, loskomen van seksverslaving.
Willingham is een hulpverlener die veel groepen seksverslaafden geleid heeft. Hij weet waarover hij schrijft want hij is zelf jarenlang verslaafd geweest. Hij kent alle behoeftes, gevoelens, moeiten, uitvluchten van binnenuit. Hij heeft zelf geleden onder het verdriet, het schuldgevoel en onder de ellende die zijn verslaving in zijn omgeving aanrichtte.
Hij vertelt hoe hij jarenlang op zoek is geweest naar bevrijding en hoe hij tenslotte terecht gekomen is bij wat haast goedkoop klinkt: ‘Wil je loskomen van je verslaving dan moet je je volledig overgeven aan Jezus, dan moet je met Hem tot een hechte intimiteit zien te komen.’ Goedkoop?
Oordeel niet te vlug: Willingham laat zien hoe zwaar en veeleisend de weg naar bevrijding en overgave is. Bovendien, het zal nooit een gelopen race worden, het is een blijvende strijd. Jezus zegt niet: ´Wie mijn vlees gegeten heeft, heeft het leven, Hij zegt: wie mijn vlees éét.´ Om die moeilijke weg te gaan neemt Willingham je als het ware bij de hand en voert hij je mee naar het einddoel: loskomen van de verslaving. Twaalf wegwijzers bepalen de route – de schrijver noemt ze principes, waarvan de eerste is: Jezus Christus aanvaarden en het verhaal van zijn leer en zijn aard – de bijbel.

David en Jonathan
Als tweede principe noemt Willingham het aangaan van een ‘ondersteunende relatie’, dat wil zeggen dat de verslaafde iemand naast zich krijgt, tegenover wie hij volkomen eerlijk en open kan zijn. Ook dit ziet de schrijver als een absolute noodzaak, omdat de verslaafde uit zijn beslotenheid moet komen. Het gaat niet om een professionele hulpverlener, maar om een meelevende broeder, die hij volledig vertrouwt. Die hem mag bevragen op zijn gewoontes, die alle struikelblokken kent en de verontschuldigingen dóór heeft. Een vriend die van hem blijft houden ook als hij de mist weer in gaat. Het liefst een mán zodat in de relatie seksualiteit geen rol kan spelen. Het gaat om een vriendschap, zoals bij David en Jonathan. Juist omdat de seksverslaafde vaak gewond is op relationeel gebied is het belangrijk dat hij een liefdevolle verhouding ervaart, zodat leegtes in zijn leven gevuld worden.

Jeugdtrauma’s
Want die leegtes zijn er. Ieder hoofdstuk begint met een stukje gesprek met enkele verslaafden over hun verleden.
Uit die gesprekken blijkt dat de oorzaken van de verslaving meestal liggen in jeugd-gebeurtenissen of verziekte verhoudingen in het gezin van herkomst. Vaak blijkt er een tekort aan bevestiging of koestering geweest te zijn, of onderdrukking van emoties, en dergelijke. Dat stelden de auteurs van de genoemde Opbouwartikelen ook al, maar het boek maakt helder dat en hoe de verslaafde zich dat bewust moet maken. Niet om zich te kunnen verontschuldigen.
Heel nadrukkelijk stelt de auteur dat je je achter die trauma’s niet kunt verschuilen. Aan de situatie uit het verleden kan je niets veranderen, maar je bent wel verantwoordelijk voor je reacties in het heden. En die zijn zondig. Dat moet je inzien en je moet er eerlijk over zijn. Met je emotionele verwaarlozing mag je best ontferming hebben, maar je zondige verslavingspatronen moet je aanpakken.

Niet te vuil voor genade
Op dezelfde manier gaat de schrijver om met een andere tegenstelling. Aan de ene kant voelt de verslaafde zich te vuil om door God aanvaard te worden, terwijl hij aan de andere kant maar al te zeer geneigd is zijn ‘kwaadaardigheid’ niet serieus te nemen. En die kwaadaardigheid is wel degelijk realiteit: door zijn egoïsme en al maar met zichzelf bezig zijn richt hij veel schade aan; schade aan zijn echtgenote, aan zijn kinderen en aan de vrouwen van de seksindustrie.
Maar in al zijn pastorale bewogenheid gaat Willingham fel in tegen de verslaafde die ervan overtuigd is dat God hem niet accepteert omdat hij te zondig is. Op bijbelse gronden slaat hij hem dat argument uit handen.
‘God heeft een afkeer van je slechte gedrag, maar jou aanvaardt Hij.’ Hoe komt het toch dat mensen altijd weer denken dat ze genade pas krijgen als ze het waard zijn? Of alleen recht hebben op zijn genade als ze een aan God gehoorzaam leven leiden? Omdat ze een karikatuur maken van God door hun ervaringen met medemensen te projecteren op God: ze verachten mij, God zal dat ook wel doen. Terwijl de echte God, die liefde is, jou ziet als gebroken mens die Hem nodig heeft. Let op de Here Jezus: ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot mij.’ Hij betoonde liefde aan de overspelige vrouw op het moment dat ze betrapt was. Zacheus kwam pas tot bekering nadat Jezus hem geroepen had.

Realistisch
Willingham is vooral zo overtuigend omdat hij zichzelf in zijn betoog betrekt. Hij spaart zichzelf niet, op realistische wijze betrekt hij zijn eigen worsteling in het geheel. Hij weet uit ervaring waar de verleidingen liggen en vertelt hoe je er mee om moet gaan. Hij laat ook zien hoe zijn vrouw lijdt onder zijn seksverslaving. Je begrijpt hoe machteloos ze zich vaak voelde, ondanks haar liefde. De partners van de verslaafden krijgen in het boek dan ook veel aandacht.‘Hulp voor echtgenotes van seksueel gebrokenen’ is de titel van een van de hoofdstukken.

Niet alleen voor verslaafden
Een zinvol boek voor de ‘wandelende gewonden van het lichaam van Christus’ en hun echtgenoten, maar ook voor de andere broers en zussen van de Here Jezus, die overigens niets beter zijn dan hun verslaafde broers.
Niet alleen zullen ze met meer mededogen gaan kijken naar hun verslaafde medegelovigen, ze zullen ook veel tegenkomen dat waardevol is voor hun eigen leven als kind van God. Ik denk aan het ‘overzicht waarin 15 aspecten genoemd worden voor een gezond gevoelsleven’.

Vaak heel verrassend.
Dat is ook wat Willingham schrijft over de ‘vaak seksuele beelden die de heilige Geest gebruikt om onze relatie met God uit te leggen’. En zo is er meer. Onderweg naar de vrijheid is een waardevol boek voor verslaafden die naar bevrijding verlangen en voor hen die zich bij hen betrokken weten.

Russel Willingham (2005), Onderweg naar vrijheid, Uitg. Novapres; 248 blz.; 16,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief