Erg

2006-04-14
  • Jaargang 50
  • nummer 8
Onder het bovenstaande opschrift schrijft columnist Frank Visscher in het Christelijke Gereformeerde weekblad De Wekker (24 maart) over alle twisten en ruzies en splitsingen in kerken van gereformeerde origine. Als je het allemaal op een rij zet, is het inderdaad: erg! En dan noemt hij nog niet eens de interne spanningen, ruzies en verdachtmakingen binnen kerkverbanden, tot aan gesloten kansels toe. Visscher:

Eén dezer weken zullen een tweetal kerkverbanden elkaar voor de rechtbank treffen. Meestal zetten we bij kerkelijke activiteiten de letters DV (zo God het wil) erbij, maar nu maar even niet. Het gaat namelijk om een weinig verheffende gebeurtenis. De PKN en de “Hersteld Hervormden” betwisten elkaar de naam Nederlands Hervormd. Het patent op dit etiket is met de nieuwe Protestantse Kerk in Nederland meegegaan en mag dus niet gebruikt worden door die Hervormden die niet meegegaan zijn. De PKN accepteert niet dat zij zich toch zo willen gaan noemen en ziedaar: de “Vooralsnog Herstelden” zijn voor de rechter gedaagd. Nu zijn deze laatsten óók niet vies van rechtszaken, want die hebben ze zelf weer aangespannen over het bezit van kerkgebouwen.
Die ze overigens allemaal verloren. Paulus spreekt behartenswaardige woorden over rechtsgedingen in I Corintiërs 6. Zou er in de zondagse erediensten gebeden worden voor een overwinning van het eigen gelijk? Hier geldt een gulden regel: als je je verlangens, beslissingen en gedragingen niet in gebed om zegen kunt voorleggen, dan moet je je afvragen of ze wel deugen. En laten we maar voorzichtig zijn om bij al onze activiteiten DV te zetten.
Immers: het al dan niet doorgaan van de activiteit betekent niet per se dat dit dan ook Gods wil is.

Naast Hersteld Hervormden en Hervormd-Gereformeerden (in de jeugdbond HGJB) heb je nu ook nog de Voortgezette Gereformeerden. Dit zijn Gereformeerden (die voorheen door de Vrijgemaakt-Gereformeerden “Synodalen” werden genoemd en door mijn ouders “Gewone Gereformeerden”) die óók niet met de PKN in zee wilden. Deze voortgezette Gereformeerden willen zich misschien wel aansluiten bij de Nederlands Gereformeerden. Dit is verstandig want wie zit er nu te wachten op weer een nieuw kerkverband.
Vorig jaar is er al zo’n nieuw kerkverband ontstaan en wel vanuit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (vroeger GKV, nu GKv). Deze Nieuwe Vrijgemaakten beschouwen zich als de Echte Gereformeerden en hebben nu een heus landelijk kerkverband opgericht met een ledental van zo’n 1600 en 1 predikant en 1 emerituspredikant.
Kerkgeschiedenis lijkt eerder krijgsgeschiedenis! En toch is er hoop: er is er Eén die aan al dit strijdgewoel een eind zal maken.
Dankzij het verlossingswerk van onze Here Jezus Christus, de Vredevorst, mogen we uitzien naar een Toekomst zonder scheuringen, verdeeldheid en rechtsgedingen. Omdat God dat wil.

Intussen proberen we natuurlijk hier op aarde ook al om geslagen breuken te herstellen. Maar breken is nog steeds een stuk gemakkelijker dan bouwen. Een ander artikel in hetzelfde nummer van De Wekker legt daarvan getuigenis af.
Naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk schrijft prof. dr.
J.W. Maris over de moeizame contacten tussen kerken en ook tussen de Bond en de CGK. Hij probeert de discussie in een ander perspectief te zetten: niet meer enkel dat van de vragen die wij aan elkaar stellen, maar van de vragen die God aan ons stelt. Maris:

Er zijn voor ons waardevolle verworvenheden in onze geschiedenis, die met menselijke dienst en gehoorzaamheid te maken hebben, maar die niet samenvallen met wat van de Here is. Dat onderscheid is van groot belang in het contact tussen kerkgenootschappen. Wat van de Here is, is onopgeefbaar; wat een eigen, en dus verwisselbaar stempel draagt is dat niet. Daarom maakt het zoveel uit wie de vragen stelt. En hoe we met de vragen van en aan elkaar bezig zijn. Kerk zijn betekent altijd voor Gods aangezicht staan. En dan zijn onze monumenten onderworpen aan de slijtage van de tijd, en dat mag! Het mag ons zelfs een diepe vreugde zijn wanneer ter wille van het ene lichaam van onze Here Jezus Christus iets van ons wegvalt, en meer van Hem zichtbaar wordt. () Ik weet bij ondervinding hoe moeilijk het is in samensprekingen tussen kerken en ook met een kerkelijke vereniging als de Gereformeerde Bond, op dat niveau te komen waarin het om de zaak van de Here gaat. De zaken van een ‘niet-normatieve kerkelijke identiteit’ zijn daarbij geen contrabande. Ze maken deel uit van de zegeningen die we hebben ontvangen. Ze behoeven niet verloochend te worden! Maar ze moeten niet het zand gaan vormen waarin we onze hakken zetten; dan is er iets ernstig mis.

Van harte mee eens! Het verbaast me dan vervolgens wel weer hoe geharnast professor Maris zich recent herhaaldelijk heeft uitgelaten ten aanzien van ‘meer van de Geest’. Blijkbaar is het in de praktijk toch niet zo gemakkelijk…

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief