‘Ik wil het evangelie laten kraken en knisperen van nieuwheid’

2006-04-14
  • Jaargang 50
  • nummer 8
BARNEVELD - Een wonder, noemt Wieb Dijksterhuis (44) het beroep van de NGK Voorthuizen/Barneveld dat hij onlangs accepteerde. ‘Op het moment dat ik een stap van het predikantschap af deed, bleek ik er juist naartoe te gaan.’

In de zomer van 2004 verhuisde Wieb Dijksterhuis met zijn vrouw Annet en vier kinderen van Duiven naar Barneveld.
Hij had een baan gevonden aan het Johannes Fontanus College, een middelbare school in Barneveld, als leraar maatschappijleer en godsdienst. Het gezin moest de pastorie in Duiven verlaten nadat Wieb Dijksterhuis ontheffing had gekregen uit het ambt van dominee in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Duiven/ Velp.
‘Ik kon geen verantwoordelijkheid meer dragen voor de manier waarop men omging met actieve en enthousiaste gemeenteleden, en zag uiteindelijk geen andere weg dan ontheffing te vragen uit mijn ambt. Ik heb op mijn knieën mijn roeping aan God teruggegeven: Here, zo kan ik hem niet vervullen. Toen die ontheffing in 2003 kwam, gingen voor mijn gevoel alle deuren naar het predikantschap dicht. Het mocht kennelijk niet zo zijn. Maar de hoop toch ooit weer dominee te worden, is wel blijven smeulen. Het is heel wonderlijk om dan te zien dat op het moment dat je dat accepteert en een stap van het predikantschap afdoet, je, zonder het actief te zoeken, juist een stap ernaartoe blijkt te zetten. We vinden het hier thuis nog steeds ongelooflijk’, aldus Wieb Dijksterhuis. Lachend: ‘Ik was zelfs al in het goede gebouw, want de NGK Voorthuizen/ Barneveld kerkt in het JFC.’

Spoor kwijt
Wieb Dijksterhuis begon twintig jaar geleden in Kampen aan de predikantenopleiding van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De aanzet daartoe was gegeven, toen hij zich als student aan de onderwijzersopleiding in Groningen het lot aantrok van jongeren die naar de rand van de kerk weggleden.
‘Ik vond het erg dat je een aantal van je leeftijdgenoten in de kerk het spoor zag kwijt raken, en nog erger dat de gemeente dat bagatelliseerde en jongeren die op zoek waren, geen plek gaf. Toen we voor hen een nieuwe bijbelstudievereniging startten, werden we zelfs door de kerkenraad op de vingers getikt. Er werd niet naar je geluisterd als je als jongere je predikant aansprak, en ik dacht: kennelijk moet je dominee zijn om iets te kunnen doen aan de nood van jongeren. Er is toen bij mij een vlammetje gaan branden - er moet in de gemeente van Christus ook plek zijn voor zoekers - dat nooit meer is uit gegaan.’ Toen er voor Wieb Dijksterhuis en zijn studiegenoten na de onderwijzersopleiding geen werk was, besloot hij naar Kampen te gaan om dominee te worden. Hij studeerde af op zijn lievelingsvak gemeenteopbouw met een scriptie over ‘Eenheid in verscheidenheid’: ‘In de gemeente is ruimte voor veel verschillende gelovigen, die hun eenheid niet vinden in het feit dat ze precies hetzelfde denken of doen, maar in Jezus Christus. De gemeente is een gemeenschap van geredde zondaren die zich vastklampen aan Jezus, hun Redder’.

‘Help, ik geloof’
Uit vijf beroepen koos Dijksterhuis in 1995 dat van Dokkum. Vanuit die Friese gemeente vroeg hij met predikanten uit de classis (opnieuw) aandacht voor afhakende jongeren. Er kwam een onderzoek onder de jongeren van de classiskerken en uiteindelijk een meeting, waar een paar honderd jongeren konden vertellen, wat ze van de kerk verwachten.
‘Ik werd het meest geraakt door een poster die ze maakten met de woorden: ‘Help, ik geloof’. Daarmee drukten ze uit: Ik wil wel geloven, maar hoe doe ik dat? Wie helpt me daarbij?’ In 2000 kwam er een beroep uit de vrijgemaakte kerk van Duiven/Velp. Ze zochten daar iemand die gemeenteopbouw had gestudeerd en aan de slag wilde met het in Kampen ontwikkelde ‘dienstgroepenmodel’, waarbij gemeenteleden met hun gaven worden ingezet voor pastoraat, catechese, eredienst e.d. Maar al snel na Dijksterhuis’ komst in Duiven bleek deze aanpak bij een deel van de gemeente op weerstand te stuiten. ‘Dat leidde ertoe dat de kerkenraad de opdracht waarmee ik was beroepen, in feite introk en zich afsloot voor de gemeenteleden die graag in die nieuwe aanpak meegingen.’ Wiebs inspanningen om bruggen te slaan, hadden geen resultaat. Omdat hij geen medeverantwoordelijkheid meer kon dragen voor de keuzes die werden gemaakt, zag hij uiteindelijk geen andere weg dan ontheffing te vragen.
Die kwam in 2003. Het gezin Dijksterhuis werd daarop lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Arnhem en onverwacht snel kon Wieb als leraar aan de slag aan het JFC. Na de verhuizing naar Barneveld meldde het gezin zich als lid aan bij de NGK Barneveld/Voorthuizen. Daar voelde het zich al snel thuis ‘in open, afwisselende diensten, waarin je ruimte en breedte proeft en waarin we ons helemaal herkennen in het Evangelie dat wordt verkondigd.’

Verrast
Terwijl Wieb Dijksterhuis dacht verder van het predikantschap af gekomen te zijn, was hij verrast en dankbaar toen de kerkenraad liet merken behulpzaam te willen zijn om te onderzoeken of het goed zou zijn om de weg naar het predikantschap binnen de NGK te zoeken. In 2005 kreeg Dijksterhuis een plaatselijk preekconsent.
‘Ik vond de gang van zaken heel bijzonder, juist omdat ik het helemaal niet had gezocht.
Ik merkte onmiddellijk toen ik weer op de kansel stond dat ik het weer fijn vond om te mogen voorgaan.
Toen het beroep ter sprake kwam, waren mijn vrouw en ik vooral bijzonder verwonderd over de weg die God met ons gaat. En natuurlijk was ik er heel erg blij mee. Omdat ik op die manier weer met mijn gaven aan de slag kan. Preken vind ik ontzettend fijn: wat God ons wil vertellen, vertolken naar de gemeente. Het Evangelie zo doorgeven, dat het kraakt en knispert van de nieuwheid. Overigens gold de verrassing over de gang van zaken niet alleen de familie Dijksterhuis, maar ook de beroepingscommissie van Voorthuizen/ Barneveld. Ongeveer twee maanden voordat het gezin zich als nieuw lid meldde, was die in het leven geroepen om te onderzoeken of er mogelijkheden waren om een tweede predikant parttime te beroepen naast dominee J. van ‘t Hof. De commissie heeft zich breed georiënteerd en kwam bij Dijksterhuis uit. Het was voor alle partijen ‘alsof alle stukjes van een puzzel keurig in elkaar vielen’.

Veelkleurigheid
Met zijn bevestiging waarschijnlijk in september 2006 in Voorthuizen, gaat Dijksterhuis voor het eerst als dominee op het Nederlands Gereformeerde erf aan de slag. Dat lijkt hem vooral ‘boeiend’. Dijksterhuis: ‘De mensen binnen deze kerken zijn meer gewend aan het omgaan met veelkleurigheid dan de mensen in de gemeenschap waaruit ik kom. Ik heb met blijdschap de ruimere bandbreedte in de NGK begroet. Een complete kerkgemeenschap in zijn volle omvang met al zijn kleurschakeringen is gewoon een heel mooi gezicht!’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief