Feest van genade voor homo’s en hetero’s
2009-08-28
Ik was achttien jaar, toen Sander stierf. Hij was net als ik lid van de (Gereformeerd vrijgemaakte) kerk in de plaats waar ik woonde en studeerde in Kampen voor predikant. Wat waren we daar trots op: iemand uit onze kleine gemeente die dominee werd. Op een dag in 1965 werd hij dood in huis gevonden, hangend in het trapgat. Alleen fluisterend achter de hand werd er in de kerk over gesproken: hij was homofiel - van de verkeerde kant, zeiden ze - en daar kon hij niet langer mee leven.- Jaargang 53
- nummer 17
Veel weet ik niet over Sander. Alleen dat hij het slachtoffer was van een zwijgende kerk. Een kerk waarin homo’s – soms dus letterlijk - werden doodgezwegen. Een kerk waarin ze – zo ervoeren ze het - gewoon niet bestonden, Uitzonderingen daargelaten vonden ze in de gemeente van Jezus Christus geen luisterend oor en zeker geen arm om de schouder. Het ging in de preken en gebeden over alles en iedereen, behalve over hen. En als het al over homofielen ging, dan ging het meestal over smeerlapperij en over Gods oordeel. De moeite en strijd die hun geaardheid met zich meebracht, werden zelden of nooit benoemd. Laat staan dat mensen daarin naast hen stonden. En veel homo’s dachten: laat ik me maar stil houden. Tot ze stikten in hun wanhoop. En voor hun gevoel moesten kiezen tussen hun geloof en hun homo-zijn. Tussen God en zichzelf. En ten einde raad God vaarwel zeiden. Of de weg van Sander kozen.
Bij ons zijn geen homo’s
Is het vandaag de dag in de kerk echt anders? In de wereld lijkt homo-zijn geaccepteerd en lijkt de homo-emancipatie geslaagd. Lijkt: want het (verbale en fysieke) geweld tegen homo’s op school en op straat neemt eerder toe dan af. Maar hoe is het in de kerk? Het klimaat is er voor homo’s vaak beter dan veertig jaar terug. Maar weten ze zich er echt gezien en gekend? Aanvaard door hun broeders en zusters zoals ze door Christus zijn aanvaard? In veel kleine gemeenten en kerken op het platteland lijken ze nog steeds niet te bestaan. Homo’s? Die hebben wij niet in onze gemeente, zeiden de dominees van andere classiskerken jaren geleden tegen Arie van der Veer, toen die nog predikant van de CGK in Zwolle was. Nee, dat klopt, reageerde hij. ‘Jullie homo’s zitten allemaal bij ons. Die zijn allemaal vanuit jullie gemeenten naar Zwolle verhuisd, soms zelfs op jullie eigen advies’. Is het in onze kerken anders? In hoeveel gemeenten is er de afgelopen jaren voor homo’s gebeden? Zijn ze in de preek genoemd, toen het ging over het geknakte riet dat God niet verbreekt? Hoe praten we bij de koffie na de kerk over hen? Weten ze zich veilig genoeg om uit de kast te komen?
Grote-stadskerken
Heeft de trek van veel homo’s naar de grote-stadskerken te maken met de grotere kans op anonimiteit die ze daar hebben? Toch wordt juist daar hun anders zijn niet doodgezwegen en voelen ze zich welkom. Meer dan andere gemeenten worden deze kerken gedwongen om na te denken over de plaats van de homo’s in hun midden. Hoe kunnen we zorgen dat ze zich gezien en gekend weten? Hoe bieden we hen als gemeente een veilige plek? Eerder en vaker dan andere gemeenten komen zij voor de vraag te staan: En wat als homoseksuele gemeenteleden na veel strijd een relatie aangaan? In Amsterdam en Rotterdam, Zwolle en Arnhem, Utrecht en Eindhoven, Wageningen en Groningen kunnen en willen ze niet om die vragen heen. En hebben ze net als vergelijkbare gemeenten in GKV, CGK of PKN (GB) soms niet de vrijmoedigheid hen een plek aan de tafel van de Heer te ontzeggen.
Veilige plek
Een van die grote-stadskerken met homo’s in hun midden is de NGK Utrecht. Vanaf een vroeg moment (de stukken die de kerkenraad recent naar de regiokerken zond, bevatten een lang en indringend citaat uit het kerkblad van 1977!) heeft de gemeente er op ingezet een veilige plek te gunnen aan ieder die in Jezus Christus als zijn of haar Verlosser gelooft en daarom ook homo’s in de gemeente een thuis te bieden. Homo’s weten zich er welkom: niet in de eerste plaats als homo’s, maar als mensen-in-Christus. Zo mogen ze er zijn, samen met al die andere vrijgesproken zondaars die alleen van genade leven. En in de weken voor Goede Vrijdag 2009 vierde de Jeruzalemkerk veertig dagen lang het Feest van genade.
Ambten open
Begin juli 2009 publiceerde Trouw – altijd haantje de voorste als er een kerkelijke rel te signaleren of te veroorzaken valt - het bericht dat de NGK Utrecht een stap verder was gegaan. Dat de gemeente de ambten van ouderling en diaken had opengesteld voor gemeenteleden die met een partner samenleven in een homoseksuele relatie. Het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad volgden met uitgebreide verhalen.
Wat zijn de feiten?
In juni 2008 heeft de Utrechtse kerkenraad uitgesproken dat de ambten van ouderling en diaken principieel openstaan voor gemeenteleden die ‘in geloof, liefde en trouw’ een homoseksuele relatie zijn aangegaan. De kerkenraad wil per situatie kijken, of mensen geschikt en bekwaam zijn voor een taak in de gemeente, en ‘niet bij voorbaat mensen passeren op grond van hun keuzes’. Daarom is het leven in een vaste homoseksuele relatie niet bij voorbaat een belemmering om iemand te benoemen tot ouderling, diaken of pastoraal bezoeker.
Onderbouwing
In de stukken voor de eigen gemeente, die inmiddels ook bij de regiokerken liggen, geeft de Utrechtse kerkenraad de volgende onderbouwing:
1. Nergens merk je dat de bijbel homoseksualiteit kent als aanleg, als persoonlijkheidskenmerk, laat staan als iets dat zou kunnen voorkomen in de christelijke gemeente. Het verbod op homoseksualiteit in de bijbel is gekoppeld aan heidendom en decadentie, verwording en verwildering, minachting voor de heilige God.. Dat kun je niet zomaar overplaatsen naar christenen die in alle oprechtheid Gods wil zoeken in hun leven.
2. De teksten over man en vrouw in Genesis 1 en 2 zijn niet alleen bedoeld tot fundering van het huwelijk tussen man en vrouw. Het gaat ook om Gods Evangelie, Gods bedoeling die in die teksten besloten ligt – het gaat God om mensen die mensen nodig hebben - en die naar vandaag moet worden doorgetrokken. In de bijbel hoor je weliswaar niets positiefs over homoseksualiteit, maar de bijbel bevat evenmin een helder verbod aan homo’s om een relatie aan te gaan. Dat wordt aan de eigen verantwoordelijkheid overgelaten.
3. De Jeruzalemkerk wil een veilige plek, een christelijk huis zijn voor allen die Christus willen volgen: zowel voor hen die overtuigd zijn dat God van hen een leven in onthouding vraagt als voor hen die overtuigd zijn dat God hen ruimte geeft voor een homoseksuele relatie.
Op grond van Romeinen 14 (over de sterken en de zwakken) zegt de kerkenraad te willen honoreren dat gelovigen vanuit hun begrip van Gods wil en tot zijn eer keuzes kunnen maken zonder dat dit betekent dat die voor iedereen hetzelfde moeten uitvallen. De kerkenraad neemt uitdrukkelijk afstand van het in het verleden ingenomen standpunt dat een homoseksuele relatie een noodverband is: zonde die gedoogd wordt ter wille van
de barmhartigheid.
Achternamiddag
De kerkenraad van de Jeruzalemkerk heeft zijn besluit niet op een achternamiddag genomen. In de jaren ervoor hebben kerkenraad en gemeente intensief en langdurig over de plaats van homo’s in de gemeente gesproken. In 2008 zijn twee ochtenddiensten onder leiding van de eigen predikant, Mark Janssens gewijd aan het thema ‘relaties’ (eerst tussen God en mensen, daarna tussen mensen onderling); twee middagdiensten werden vervangen door bijeenkomsten waarin ds. Ad van der Dussen uit Eindhoven over ‘seksualiteit’ en ‘homoseksualiteit’ sprak. Daarnaast werden er twee gemeenteavonden gehouden: één met sprekers van de christelijke organisaties Different en Contrario die verschillend aankijken tegen de geoorloofdheid van homoseksuele relaties en één waarin de balans werd opgemaakt.
Omdat een substantieel deel van de gemeente bezwaren heeft tegen het kerkenraadsbesluit om de ambten voor samenlevende homo’s open te stellen, zal het voorlopig niet worden uitgevoerd. In 2012 zal de dan zittende kerkenraad bezien, of er in de gemeente voldoende draagvlak is voor uitvoering van het genomen principebesluit.
De kerkenraad van Utrecht is binnen de gemeente een lange weg gegaan rond dit onderwerp. Dat is overigens geen garantie voor een goede uitkomst. Daarover de volgende keer.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw.