Het begin is er
2004-11-12
De evangelischen’ hebben ons, gereformeerden veel te bieden dat het ontvangen waard is. Maar kunnen evangelischen ook leren van hetgeen kenmerkend gereformeerd is? Van het beruchte ‘klein beginsel der gehoorzaamheid’ bijvoorbeeld?- Jaargang 48
- nummer 22
Nadat de Catechismus de tien geboden behandeld heeft, vraagt zondag 44 naar de mate waarin een christen geheiligd kan worden: ‘Kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?’ Het antwoord luidt: ‘Nee, want zelfs de allerheiligsten (!) hebben in dit leven niet meer dan een klein begin (!) van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen (!) niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen (!) te leven.’
Heiliging en heling
Waarom is dit zo kenmerkend voor de gereformeerde vroomheid? Omdat er zo’n nadruk ligt op het menselijke onvermogen en het nog ontbrekende.
Zelfs een Rembrandt onder de gelovigen blijft een kladderaar en zelfs een Cruyff onder de heiligen een schoffelaar.
En als vervolgens gevraagd wordt waarom God dan toch nog de geboden zo scherp laat prediken, luidt antwoord 115 in eerste instantie, dat God wil dat wij onze zondige aard steeds meer leren kennen ...! De mens is en blijft in de gereformeerde leer iemand die tot zijn laatste zucht van genade alleen leeft.
De gereformeerde reserve ten aanzien van de mate waarin dit leven geheiligd kan worden, is ook van toepassing op de mate waarin dit leven gehééld kan worden. Allereerst zijn genezing en heling helemaal geen items in de catechismus. Verder stelt de catechismus nergens dat God genezen en helen wil. Álles is in Gods Vaderhand, maar uit die hand, komen niet alleen loof en gras, maar ook regen en droogte; niet alleen de vruchtbare, maar ook onvruchtbare jaren; niet alleen gezondheid, maar ook ziekte. Dit leert ons in alle tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar te zijn (zondag 10). En natuurlijk mag je bidden om brood en om vruchtbaarheid en genezing. Dat is je zelfs geboden (vr. 118 en 120!), maar nergens stelt de catechismus royaal een verhoring van deze gebeden in het vooruitzicht. Het ‘klein beginsel’ geldt dus zowel de heiliging, als de heling.
Staan in de overwinning
Het evangelische christendom heeft – hoe veelkleurig dat ook is – een veel blijmoediger en optimistischer tint.
Het benadrukt veel meer het van Godswege mogelijke. Als Jezus zegt: ‘Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.’ (Matteüs 5:48), dan overvraagt Hij de mens niet.
Want, ‘wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’ (Lukas 18:27).
Door de Geest van God kan de wedergeboren mens werkelijk geheiligd worden.
Deze nadruk op het van Godswege mogelijke werkt ook door in de mate waarin evangelischen openstaan voor heling. Uitgangspunt is veelal: God wil genezen en hier en nu al helen.
Zo is God, dat kan niet anders, want God is onze Vader, God is liefde. En niet zelden wordt hieraan verbonden: vindt er in iemands leven geen heling of genezing plaats, dan ligt dat dus niet aan God. Dan moet dat werk van de duivel of van het ongeloof zijn, of van een bepaalde binding of zonde die God eerst wil wegnemen. Maar dergelijke obstakels kunnen in principe overwonnen worden.
‘Mens, ga staan in de overwinning van Christus!’, predikt het evangelische christendom. Doe niet zo moeilijk, leg de tobberigheid af, open je voor Woord en Geest en Gods mogelijkheden breken nu al baan in je leven. En werkelijk, daar zit iets enorm aantrekkelijks in. Dit biedt concreet perspectief, dit geeft hoop voor het heden.
Kiezen of delen?
Dit verschil tussen gereformeerd en evangelisch kan op verschillende manieren getypeerd worden. De één benadrukt het menselijke onvermogen, de ander het van Godswege mogelijke. De één benadrukt hetgeen nog gerealiseerd moet worden, de ander hetgeen reeds gerealiseerd kan worden. Voor de één zijn het kruis van Christus en ‘de rechtvaardiging uit het geloof alleen’ het rangeerterrein.
De mens wordt daarheen steeds weer terug geleid en in zijn uitgangspositie geplaatst. Voor de ander zijn zij meer als een vertrekpunt, een station – ook al is dat het Centraal Station! – op weg naar het eindstation.
Valt hier een brug te slaan? Of is er sprake van een onoverkomelijk verschil en dient hier gekozen te worden?
Het antwoord op deze vragen wil ik uitstellen tot de volgende keer.
Eerst wil ik – omwille van een zuiverder beeldvorming – nog even dieper ingaan op dat ‘klein beginsel’.
Actief
Nogal wat christenen vinden zondag 44 zwaar demotiverend. ‘Het is niks en het wordt niks.’, lijkt de catechismus te zeggen. Je hoeft geen pedagoog te zijn om in te zien dat dit niet erg aanmoedigt om de weg van de heiliging te gaan. Maar overzie je zondag 44, dan is de intentie daarvan wel degelijk om de mens volop in beweging te krijgen, op de weg van de heiliging te brengen. God wil op heel het leven beslag leggen, op elk woord, elke daad, elke gedachte zelfs (antwoord 113)! En al ligt het geheel geheiligde bestaan ver voor ons, toch moet je er biddend en met hulp van Gods Geest helemaal voor gaan. Dat wordt onderstreept met een verwijzing naar Filippenzen 3:12, waar Paulus schrijft: ‘Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jáág ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Jezus Christus gegrepen ben.’ Geen passiviteit dus, maar activiteit.
Een activiteit overigens, die rúst in het gegrepen zijn door Christus ...
Hometrainer
Maar goed, waar leidt al dat jagen toe? Het heeft iets van roeien op een hometrainer: alles geven, maar niet vooruit komen. Sterker, ondanks alle training bouw je nauwelijks conditie op! Toch doet ook dit de catechismus geen recht. Het punt is dat ze samen opgaan: groei in geloof, hoop en liefde én toenemend zondebesef.
Hoe dat kan? Omdat je steeds dichter tot God nadert, word je je ook steeds bewuster van je overgebleven zwakheden en zonden.
Ik moet hier denken aan de paasvuren in Twente. In een gigantische stapel dood hout – van 12x6x6 meter – wordt de fik gestoken. Op 150 meter afstand voel je de hitte al.
Op 15 meter afstand is het bloedheet.
En wie zou proberen om zonder bescherming een tak in het vuur te steken, valt – á la de slaven van Nebukadnessar in Daniël 3:22 – ter plekke dood neer. Zo is het ook met de heiliging. Het klinkt krom, maar het beste bewijs van de heiliging is een groeiend zondebesef! Juist omdat je steeds meer in het licht staat, worden de schaduwen steeds scherper. En waar de schaduwen dieper worden, kan een mens niet anders dan heel dicht bij het kruis van Christus blijven … Het ‘klein beginsel’ heeft dus niets te maken met ‘Het is niks en het wordt niks.’. Toch blijft er tussen gereformeerden en evangelischen ten aanzien van de heiliging en de heling een duidelijk accentverschil bestaan. Hebben wij wat te bieden?