Een Jood komt thuis (1)

2004-11-12
  • Jaargang 48
  • nummer 22
Je zult vlak vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geboren worden.
Je ouders zijn joods, maar niet religieus. Er bestaat voor hen wel zoiets als God, maar daarover kun je niet spreken. Laat staan dat Hij bemoeienis met je persoonlijk leven heeft. Vader en moeder zijn beide musicus, en gaan op in de verwezenlijking van hun muzikale idealen.
Je weet dat je tot het zogenaamde uitverkoren volk behoort, maar wat dat concreet betekent blijft een raadsel.
Wel word je zonder opgaaf van redenen op een onderduikadres ondergebracht.
En na de oorlog zie je wel je ouders terug, maar je familie is verder fors uitgedund. Waarom?
Omdat al die verdwenen familieleden behoorden tot die uitverkorenen. Na de bevrijding blijft de oorlog een grote rol spelen, maar er wordt geen woord aan gewijd. Veel te pijnlijk, en kun je ook niet veel beter vooruit dan achterom zien? Vlak voordat je eindexamen doet op de middelbare school wordt je moeder ernstig ziek en overlijdt aan borstkanker. Juist als je op een leeftijd bent, dat je haar veel vragen zou willen stellen… Dat is in een notendop het begin van het leven van beeldend kunstenaar Marc de Klijn. Het begin ook van een spannende zoektocht naar zijn identiteit.
Hij vertelt erover in zijn boek 'De doden zullen herrijzen', dat begin dit jaar gepresenteerd werd in Kampen.
Het boek wordt door de auteur een ‘autobiografisch egodocument’ genoemd, en is prachtig geïllustreerd met foto’s van o.m. zijn schilderijen en de keramische beelden van zijn vrouw Henny van Hartingsveldt. Die schilderijen en beelden spreken voor zich, maar de uitvoerige toelichting van kunsthistoricus Johan Jong achterin het boek voegt veel toe. Evenals het uitgebreide interview van Evert van der Poll, die het kunstenaarsechtpaar sympathiek en kritisch bevraagt.
Het is een lees- en kijkboek geworden, zoals je ze maar weinig tegenkomt.
Alleen al door het aparte, liggende formaat van 25 bij 30 cm. Verder doordat je de ene keer een aantal bladzijden leest, en de andere keer een schilderij of beeld op je in laat werken. En elke keer boeit het weer, vooral om te zien hoe God temidden van alle draden van iemands leven in het verborgene bezig is.

Beroepskeus
In de zoektocht naar De Klijns eigen identiteit staan twee vragen centraal: wat is de betekenis van het feit dat ik uit joodse ouders geboren ben en dat ik deel uitmaak van het zogenaamde uitverkoren volk? In die tocht speelt achteraf zijn beroepskeus een bijzondere rol. Daardoor moet hij zich uiteindelijk verdiepen in zijn joodse, uitverkoren achtergrond. Zijn moeder wil graag dat hij in haar muzikale voetsporen verder zou gaan. Hij zou pianist of dirigent moeten worden.
Maar haar zoon voelt er niets voor.
Als hij blijft weigeren, moet hij maar economie gaan studeren. Dan kan hij toch nog in zijn levensonderhoud voorzien. Waarom hij echter niet verder wil in de muziek wordt niet gevraagd.
Het loopt echter anders.
Op advies van een goede vriend van zijn ouders gaat Marc naar Basel voor een opleiding tot grafisch ontwerper.
Daar gaat een nieuwe wereld van vorm en kleur voor hem open: een wereld van materiële vastigheid, heel anders van karakter dan de immateriële muziek. Die studie wordt onderbroken door militaire dienst. Het lijkt puur tijdverlies, maar de platvloerse, alledaagse en zinloze wereld waarin hij zich dan bevindt levert toch ook wat op. Het besef namelijk dat er ook iets volkomen tegengestelds moet bestaan, dat juist wèl zin en betekenis heeft.

Echte interesse
Na afronding van zijn studie in Basel keert hij terug naar Nederland, en vestigt zich in Amsterdam als freelance ontwerper. Ook gaat hij kunstgeschiedenis en filosofie studeren. Maar het valt hem zwaar relaties aan te gaan en te onderhouden, eigengereid, elitair en tegendraads als hij is.
Toch leert hij er vrienden kennen, en die zetten hem op het spoor van het Zwitserse l’Abri van Francis Schaeffer.
Daar wordt hij voor het eerst van zijn leven echt serieus genomen, èn hij ziet dat de bijbel reële antwoorden geeft, zelfs op de meest absurd lijkende vragen. Met beide gaat een nieuwe wereld voor hem open.
Het contact met christenen zorgt ervoor, dat hij zich steeds bewuster wordt dat hij een geboren jood is.
Teruggekomen in Amsterdam verdiept hij zich daarom in beide: jodendom en christendom. In de leer bij rabbijnen èn bij drs. Henk de Jong. Hij komt tot geloof in Christus en laat zich dopen. Wat daarbij de doorslag gaf? U moet het zelf maar lezen in zijn boek op bladzij 41 en 42. Het heeft alles te maken met zondebesef, vergeving en gerechtigheid.

Chaim Potok
Via zijn werk komt hij intussen óók terecht bij zijn joodse wortels. Hij krijgt namelijk de opdracht om de vormgeving van het boek 'Weerklank van Anne Frank' te verzorgen. Maar ook om een documentatie te verzorgen over de shoah om een kader te creëren voor Anne Franks dagboek en het Achterhuis. Dat maakt dat hij zich grondig moet verdiepen in de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.
Het duurt echter tot 1995, voordat hij zelf de shoah op talloze schilderijen verbeeldde.
Eerst gebeuren er nog heel andere dingen. Hij wordt leraar aan de christelijke kunstacademie in Kampen, en verdiept zich in joodse en calvinistische visies op kunst. Hij maakt intense studie van een boek van Chaim Potok over de ontwikkeling en worsteling van een joodse orthodoxe kunstenaar: 'My name is Asjer Lev'. Deze Asjer Lev moest in het reine komen met zijn religieuze overtuiging en met zijn professionele kunstambacht. Dat ging gepaard met een stevige worsteling om te ontkomen aan een bepaald milieu en zijn eigen levensweg te volgen.
Dat betekende ook strijd met zichzelf, om zich te kunnen binden en verbinden. Dat leverde heel wat breuken op in zijn leven en in zijn werk.

Pinksteren
Het verhaal van Asjer Lev is in zekere zin het verhaal van Marc de Klijn.
Zijn leven kenmerkt zich ook door een zoeken naar identiteit en geborgenheid hetgeen scheuren en breuken met zich meebrengt. De moed om los te laten en de brokstukken van zijn leven op te pakken en een nieuw leven op te bouwen breekt eigenlijk pas door, als Marc in 1987 in opdracht van de NCRV een schilderij over Pinksteren moet maken. Het wil maar niet lukken, tot hij Gods ruimhartige en loyale liefde tot in zijn penseel ervaart... God maakt een nieuwe start temidden van de puinhopen van zijn leven. Het wordt zichtbaar op het doek, maar ook in het leren kennen van zijn tweede vrouw, Henny van Hartingsveldt. Die liefde in de dubbele zin van het woord resulteert als het ware in een project over Hooglied, en geeft hem de ruimte om de Shoah op zijn eigen manier te verwerken.
Daarover de volgende keer verder.

Naar aanleiding van Marc de Klijn, 'De doden zullen herrijzen. Een persoonlijke verwerking van de shoah', 176 blz., Kok Kampen 2004, prijs E 65,00.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief