Een echte Israëliet ...

2004-11-12
  • Jaargang 48
  • nummer 22
Een week voor zijn overlijden was ik nog bij hem. Hij was zichtbaar moe en hield bijna voortdurend z'n ogen dicht. Na een klein halfuurtje wilde ik opstappen maar hij drong aan: 'Blijf nog even.'

Kort vertelde hij van z'n situatie. Er was een agressieve vorm van longkanker bij hem geconstateerd waarmee hij niet langer dan een half jaar zou kunnen leven. Ik zei zoiets van: 'Ook dat nog en jullie hebben al zoveel meegemaakt!' Toen hij: 'Ik heb een mooi leven gehad, met Nelie en de kinderen en alles. Veel moeilijks vergeet je trouwens. De Heer is recht in al zijn weg en werk, zo is het.' Zijn reactie verbaasde me niet en wel.
Het was dominee Jan Houtman ten voeten uit. Maar de aanvaarding van zo'n situatie…We spraken er nog over dat het ook een blijk van Gods barmhartigheid is dat moeilijke en pijnlijke dingen door de zeef van je leven vallen en dat de mooie dingen boven blijven. Niet alle moeilijke dingen, maar wel veel.

Ruimhartig
Hij was zo iemand die je recht in z'n hart kon kijken. En hij had een groot hart waar veel in kon: familie, vrienden, zo'n uitgebreide gemeente als van Wezep en al die andere gemeenten die hij letterlijk gediend heeft en nog veel meer. Hij was ook een levensgenieter die van veel hield: van lekker eten, van mooie boeken en schilderijen en muziek (in de ziekenhuiskamer, die ook sterfkamer werd klonk via een cd de Mattheüs-Passion, heel aangrijpend!), van de studie van Gods Woord en van land en volk van Israël.
Met zijn vrouw leefde hij intens mee met wat in en rond Israël gebeurde.
Ze bezochten het land vaak (hij heeft er wel gepreekt in het Ivriet), hadden er vrienden en gaven beide les in het Hebreeuws. Hij was bijna een Israëliet.
Hij was ook een mens zonder bedrog.
Hij kon zich wel eens opwinden en kwaad worden, maar kwaad blijven kon hij niet. Ik heb werkelijk nooit iemand anders ontmoet die zo oprecht en vergevensgezind was als hij.

Levensecht
Wij hebben veertien jaar in Wezep onder zijn gehoor gezeten. Zijn preken waren duidelijk en praktisch en lieten merken dat er een grondige studie aan voorafgegaan was. Er was meermalen wat te lachen. Ook om dingen die hij in een soort naïveteit naar voren bracht.
Prekend over Esther die opgetut moest worden voor koning Ahasveros, maakte hij gewag van 'onze dames die zich in hun boudoir mooi maakten.' Hij aarzelde bijvoorbeeld niet om openlijk namen te noemen van gangbare merken parfum. De moeilijke situatie van Israël in de woestijntijd maakte hij plastisch duidelijk met zoiets als dat Israël daar ronddoolde, met 'vóór hen zand, achter hen zand, opzij zand, overal zand.' Je zag het voor je.

Op de rand
Hij was een echte pastor. Elke zondag kwam zijn bekommernis om mensen die 'afgehaakt' hadden naar voren.
'Here, sléép ze erbij', bad hij altijd, bijna dwingend. Soms sliep hij niet goed. 'Er zaten er weer zoveel op de rand van m'n bed.' Talloos veel mensen hebben bij hem en zijn vrouw hun hart uitgestort en hulp en advies gevraagd.
Tot in de nachtelijke uren toe.
Hij had een onweerstaanbare humor en zat vol met verhalen, anekdoten en moppen. Hij had een talent om moppen die hij overal kennelijk opving vast te houden. Het leven bestond voor hem uit 'Gein en genade' en onder die titel schreef hij ook z'n herinneringen op voor vrouw, kinderen en kleinkinderen.

Wat een onzin!
Jan Houtman was een grote optimist die de dingen van de zonnige kant bekeek. Hij kon ook doodernstig zijn.
Nooit vergeet ik dat we een keer 's avonds op straat liepen. Plotseling stond hij stil. 'Kees, als het nou 'es allemaal niet waar is. Als God nou 'es niet bestaat en alles over het geloof maar verzonnen is. 'Zoiets wat bij ons allemaal kan opkomen en waarvan je huivert Maar bijna direct liet hij erop volgen: ..Wat een onzin. God leeft en we gaan naar Hem toe.' Zoiets.
In huize Houtman leefde grote liefde en eerbied voor God, de HERE. Maar evengoed konden ze gemeenzaam over Hem praten. Ds.Houtman, 't zal in de tijd van de vrijmaking geweest zijn, preekte een keer op een zondag vijf keer en moest uiteraard veel bidden en danken. Zijn vrouw merkte op: 'God zal wel gezucht hebben…Daar heb je Jan wéér!'

Gods lieveling
Dominee en mevrouw Houtman hebben, het is veel mensen bekend, drie ernstig gehandicapte kinderen. In de Wezepse tijd overleed Dieuwertje.
Gezin en gemeente waren diepbedroefd..

Over Dieuwertje schreef Jan:

DITTIE JEDIDJA *

Dittie Jedidja,
door de Heer bemind.
Zijn bijzonder kind -
mag ik chipjes, Abba?

Ze krijgt een jadje vol,
en een grote, vaste hand,
in het hemels Vaderland,
aait over haar lieve bol.

En Jezus vindt haar mooi,
Hij is Dittie's Redder,
bracht als een Herder,
dat schaapje te kooi.

Veilig kan ze schuilen,
blij, en helder van zin,
lid van het volmaakte Gezin,
dat nooit meer hoeft te huilen.

* Jedidja = lieveling van de Heer2 Samuel 12:25

Iets van Christus
Dominee Jan Houtman, die we vrijdag jl. begraven hebben … had die geen gebreken en zonden? Natuurlijk wel, wie niet. Maar hij was een gaaf mens van wie veel goedheid en vriendelijkheid uitging. Paulus schrijft in de Galatenbrief (3:20a) dat Christus in hem leeft. Is dat het niet waar we allemaal naar verlangen dat Christus zichtbaar in ons wordt. Bij Jan Houtman, die we met veel goede herinneringen gedenken, was er iets van te zien, van dat 'Christus leeft in mij.'

Als ik later in de hemel kom, zei Jan, dan geef ik de Hemelse Vader een hand.
En dan zeg ik: ‘Bedankt dat U alles zo prachtig gemaakt hebt. Wat hebben wij er toch een zootje van gemaakt.’ Dan geef ik vervolgens de Here Jezus een hand en zeg: ‘Wat geweldig, dat U alles weer zo mooi hersteld hebt.’ En dan geef ik Bach een hand en zeg: ‘Hoe is het toch mogelijk dat u, die toch zoveel mee gemaakt in uw leven, zulke prachtige muziek kon maken.’ En dan … dan ga toch nog een keer terug naar de Vader en zeg: ‘Er was daar beneden toch wel heel veel, dat ik niet begreep.’ Deze uitspraak van Jan Houtman hoorde ik gisteravond van Anne Bergsma, onze organist van vanmorgen.

En ik wist: dit is Jan. Dit is zijn leven. Dit is zijn geloof Ik zeg ‘is’ en niet ‘was’. Dat zeg ik op gezag van de Here Jezus, die gezegd heeft: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven….’

Fragment uit de begrafenistoespraak van ds. J.D.Smit (5 November 2004)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief