Naar een nieuwe kerkorde?
2004-11-12
Op de volgende Generale Synode van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zal o.a. een rapport aan de orde komen van de deputaten Kerkrecht van deze kerken. Opmerkelijk daarin is het voorstel om te komen tot een nieuwe kerkorde. En daarbij gaat het niet slechts om cosmetische aanpassingen, nee, in de visie van deze deputaten heeft de oude, op de Dordtse Kerkorde van 1619 gebaseerde, kerkorde z’n langste tijd wel gehad, zo ontleen ik aan het Nederlands Dagblad van 30 oktober.- Jaargang 48
- nummer 22
In het Gereformeerd Kerkblad van 18 september had ds. P. Groenenberg aandacht gegeven aan ditzelfde onderwerp.
Hij begint met een belangrijke vraag: wat moet er nu eigenlijk wel en niet in een kerkorde geregeld worden? Groenenberg vraagt:
Zijn er in onze huidige kerkorde niet te veel regels die plaatselijke kerken belemmeren om in hun situatie als kerk voldoende te functioneren? Met andere woorden: moeten we niet meer ruimte laten voor verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerk? () Er zijn bepalingen in de kerkorde die onopgeefbaar zijn. Het zijn dan met name die bepalingen die waken voor de zuiverheid van de leer.
Een kerkorde moet een gereformeerde grondstructuur hebben. Daarin dienen bepalingen te staan over de ambten en de roeping daartoe, over de positie van ambtsdragers (ondertekeningsformulier), over de plaats van besluiten van meerdere vergaderingen, over het toezicht op elkaar als plaatselijke kerken binnen een regio, over tuchtoefening over gemeenteleden en ambtsdragers. Ik noem een aantal voorbeelden, zonder uitputtend te zijn.
In plaatselijke samensprekingen met een Nederlands gereformeerde kerk hoor je vaak dat de kerkenraden verschil van mening blijven houden over wat wel in een kerkorde geregeld moet worden en wat niet. In verklaringen die op een classis dienen, wordt in zo’n geval vaak geschreven dat beide kerken het wel eens zijn over het gereformeerd karakter van de grondstructuren van een kerkorde.
Een dergelijke verklaring is voor een classis geen verhindering in te stemmen met een gezamenlijke verklaring waarin beide plaatselijke kerken elkaar erkennen als ware kerk. Terecht.
Immers, allerlei kerkordelijke bepalingen zijn niet direct af te leiden uit de Schrift. Daaraan kun je elkaar niet binden. ()
Hoe zal een kerkorde er in de toekomst uit kunnen zien?
Ik kan me voorstellen dat we te eniger tijd komen tot een kerkorde waarin alleen essentiële zaken worden vastgelegd. Ik ga dat nu niet concretiseren naar de artikelen van de kerkorde. Boven gaf ik al een kort overzicht van wat een kerkorde in elk geval zou moeten bevatten. De bepalingen in deze (korte) kerkorde zullen alleen bij hoge uitzondering gewijzigd kunnen worden. Je zou daarvoor een weg kunnen kiezen die het niet gemakkelijk maakt tot wijziging te komen. Daarnaast zou je een aanhangsel bij de nieuwe kerkorde-artikelen kunnen maken die een tweeledig karakter heeft.
Enerzijds zou dat aanhangsel (aanhangsel 1) bepalingen kunnen bevatten waaraan de kerken gebonden zijn. Een voorbeeld. In een kort artikel van de kerkorde kun je vastleggen dat een kerkenraad geroepen is om tucht te oefenen (). In een aanhangsel met bindende bepalingen zou kunnen worden vastgelegd hoe die tuchtoefening verloopt. Deze bepalingen kun je op basis van synode-besluiten wijzigen of aanvullen. Daarvoor kan dan een gemakkelijke weg gekozen worden.
() Anderzijds zou dat aanhangsel (aanhangsel 2) faciliterend kunnen zijn: de plaatselijke kerken kunnen bezien of ‘bepalingen’ die in dit tweede aanhangsel staan, de vrede in de plaatselijke kerk dienen. Daarbij kan het gaan over het voorzitterschap van een kerkenraad, de liturgische vormgeving van een eredienst, het jaarlijks huisbezoek.
Ook dit aanhangsel kan worden aangevuld en gewijzigd. () Het bovenstaande zal uiteraard nog verder moeten worden doorgedacht.
De uitwerking ervan is niet eenvoudig.
Wat ik schreef, is op zichzelf gemakkelijk te bedenken, maar niet gemakkelijk uit te werken.
Maar het is belangrijk ermee bezig te zijn. De zaak is de moeite waard in het kader van het nadenken over kerkzijn in de 21e eeuw.
Is het nu erg eigenwijs van mij, als ik dat zo lezende denk: broeders, er is nu al een heel aardig boekje in omloop, waarin heel wat van het hier verwoorde terug te vinden is. Het is maar een dun boekje, en het wordt meestal aangeduid met drie hoofdletters, te weten: AKS.