Kiezen of delen?
2004-11-26
Het kleine begin van de catechismus is ‘de evangelischen’ wel wat erg weinig. God heeft op het vlak van heiliging en heling zoveel meer in petto dan een klein begin alleen!- Jaargang 48
- nummer 23
Moeten we kiezen of valt hier te delen?
Kiezen kan heel moeilijk zijn. Vooral als je van twee kanten getrokken wordt. Stel, een kind mag kiezen tussen – ik noem maar wat – een zak zure matjes en een stel trekdroppen.
Dan kan het gebeuren dat het kind allebeí wil hebben. Maar, gesteld dat het toch moet kiezen – omdat ook een ander kind iets hebben mag – dan kan het voor de trekdrop kiezen, maar even later dat andere kind vragen: ‘Mag ik twee zure matjes van jou, dan krijg jij van mij een trekdrop.’ Als het op kiezen tussen gereformeerd en evangelisch aankomt, herken ik me in dat kind. Het liefst zou ik ze allebei willen hebben. Een Evangelisch Gereformeerde Kerk, dat lijkt me wel wat. We moeten de verschillen namelijk niet overdrijven. Ze zijn ten dele een kwestie van benoemen en accenten. Zoals dat ook het geval is bij de pessimist en de optimist. De één spreekt over een halfvolle, de ander over een halflege fles. Wat de gereformeerden een klein begin noemen, noemen ‘de evangelischen’ een enorme sprong voorwaarts. En allebei is waar.
Het achterste van m’n tong
Maar gesteld dat ik het achterste van m’n tong zou moeten laten zien. Dan zou mijn keuze toch vrij beslist voor het gereformeerde ‘klein beginsel’ zijn. Al zou ik er vervolgens heel wat voor over hebben om enig evangelisch snoepgoed aan de gereformeerde drop toe te voegen. Maar in het ‘klein beginsel’ herken ik uiteindelijk het meest van de bijbel, de werkelijkheid en mezelf terug.
De bijbel
In de bijbel hebben zelfs de allerheiligsten inderdaad niet meer dan een klein begin van gehoorzaamheid. De rechtvaardige Noach wordt na de vloed betrapt op dronkenschap. De vader van alle gelovigen, Abraham, blijft tot het einde van zijn leven smoesjes gebruiken om te overleven (vergelijk Genesis 12:11-13 met 20:2 en 11-13). En toen God hem op 99-
jarige leeftijd een zoon beloofde, lachte hij niet minder hard dan later Sara (Genesis 17:17). Zacharias was vroom en naar de gerechtigheid van de wet onberispelijk, maar toen het erop aankwam verzaakte hij (Lukas 1:18-20). Petrus was een steunpilaar voor de gemeente van Christus, maar meed de tafelgemeenschap met heidenchristenen uit angst voor de Jodenchristenen (Galaten 2:11-14).
De harde werkelijkheid
Met de heiliging van de allerheiligsten blijft het dus behelpen. Hoeveel te meer met de heling! De schepping is nog steeds aan vruchteloosheid onderworpen (Romeinen 8:20). Zij steunt en kreunt van moeite en pijn en wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, doen dat niet minder (Romeinen 8:22-23; 2 Korintiërs 5:2-4). Wij weten zelfs niet wat wij bidden moeten naar behoren (Romeinen 8:26), wonen in een kwets baar aards tentje en haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden. Wij zijn ver van de Heer, ‘in den vreemde’ en wandelen in geloof en niet in aanschouwen (2 Korintiërs 5:6-7).
In deze wereld sterven baby-tjes van de honger of in de couveuse; worden ook toegewijde christenen soms zomaar uit het leven weggerukt door een ongeluk of hartaanval; is de kans dat een christen een dwarslaesie krijgt als hij van een steiger valt, statistisch gesproken niet minder groot dan de kans dat dit een niet-christen overkomt.
Ook christenen leiden soms een bestaan waarin zo weinig van Gods heerlijkheid te zien valt, dat een mens het geloof misschien verliezen zou, als niet ergens op een heel klein stukje grond ooit het kruis van Christus stond.
Mezelf
Ook mezelf herken ik het meeste in dat kleine begin. Het kruis van Christus wil maar geen gepasseerd station in mijn leven worden. Als ik eerlijk registreer hoe ik nog naar mezelf en anderen kan kijken, wat ik zoal denk en zeg, dan heeft God mij elke avond nog een heleboel te vergeven. Zelfs veel meer nog dan ik mezelf ooit bewust zal worden, omdat Hij mij dieper kent dan ik mezelf ooit ken. Van moment tot moment leef ik van genade.
En als The hour of power het dan uitschreeuwt dat ik ‘very, very special’ en ‘a fantastic person’ ben, dan lach ik wat. De pijn die Christus voor mij lijdt, doet me meer dan alle evangelische peptalk bij elkaar. Al heb ik ook die peptalk soms hard nodig op zijn tijd... Want ook die is waar.
Alles in de bijbel, alles in de wereld, alles in mijn leven vraagt erom dat het kruis midden in het centrum van geloof en theologie blijft staan. Het kruis als baken van verzoening, het kruis als blijk van Gods nabijheid in de bitterste gebrokenheid.
Gevaren van het gereformeerde
En toch zou ik de evangelische insteek voor geen goud willen missen. Laat het verschil tussen evangelischen en gereformeerden ten dele een kwestie van benoemen zijn, aan de gereformeerden wijze van benoemen kleeft wel degelijk een gevaar. Namelijk dat wij zo vanzelfsprekend uitgaan van het kleine begin en de vruchteloosheid waarmee de schepping is geslagen, dat onze hoop op God voor het heden wordt doodgeslagen. Voordat we een geloofsstap zetten, moet eerst alles gezekerd en geborgd worden.
Stel dat Jezus een gereformeerde uit zijn werk wegroept om Hem te volgen, dan moet je niet verbaasd opkijken als hij zegt: ‘Alleen als U de GMVregeling hanteert!’ Het scherpe oog dat gereformeerden hebben voor de onverbiddelijke wetmatigheden van de harde werkelijkheid, kan ook tot een stuk rationele beheersingsdrang leiden. Middels de rede proberen we greep op het geheel te houden. En als de rede ergens geen greep op krijgt – zoals met bijvoorbeeld spreken in tongen, genezingswonderen en profetie het geval is – dan houden we van binnen een reserve die het ons onmogelijk maakt ons aan hetgeen God wel degelijk geeft gewonnen te geven. Een reserve die we allicht in theologische argumenten verpakken, want voor minder gaan we niet.
Kom eens uit je holletje!
Het punt is dat gereformeerden hun kleingeloof keurig achter het klein beginsel kunnen verschuilen. En dan daagt het evangelische christendom ons uit om de voet op het water te zetten. Kom jij nu maar eens helemaal uit je holletje. Waar sta je werkelijk voor. Als je steeds roept dat je niet weet of God genezen wil, komt dat dan werkelijk voort uit gepaste reserve tegenover onze Vader die in de hemelen is, of een bij voorbaat capituleren voor de harde werkelijkheid?
De evangelische insteek heeft het onbevangene, het verwachtingsvolle van een kind. En die ‘volwassen’ gereformeerden kunnen daarvan echt wel iets gebruiken. Ga maar uit van Gods kracht en liefde, die zijn nog veel reëler dan de harde werkelijkheid waarin wij leven!
Leentjebuur spelen
Gereformeerd en evangelisch, het zijn twee manieren van denken, kijken en beleven. Ze verschillen niet fundamenteel, maar wel in de accenten van elkaar. De één staat wat meer met de benen op de grond, de ander staat wat meer met de handen in de lucht.
Op zichzelf aangewezen zijn ze geen van beiden geheel in evenwicht. Ze hebben elkaar nodig om in evenwicht te blijven. Laten we dus maar niet kiezen.
Maar laten we ook niet proberen te delen, want dat zal niet lukken. We doen er het beste aan om geregeld leentjebuur bij elkaar spelen. Dat zal voor beiden het heilzaamst zijn.