Een Jood komt thuis (2)
2004-11-26
Vorige keer sloten we af met het project over 'Hooglied', een loflied op de liefde. Het project wordt bij Marc de Klijn niet bij geval geboren. Hij heeft Gods liefde in Christus als opnieuw leren kennen en aangenomen. En samen met zijn vrouw Henny ervaart hij ook het bevrijdende ervan. Dat geeft de ruimte om bij zijn joodse wortels toe te komen.- Jaargang 48
- nummer 23
Het is dan ook niet zomaar, als Marc en Henny de Klijn samen met een andere groep kunstenaars in de zomer van 1995 naar Polen gaan. Dit om een groep vrijwilligers te ondersteunen, die restauratiewerkzaamheden verrichten in het voormalige concentratiekamp Auschwitz-Birkenau.
Indrukwekkend hoe De Klijn zijn beleving beschrijft bij het betreden en verder verkennen van Auschwitz, de 'industrieel geperfectioneerde moordfabriek' waar de gruwelijke afgronden van de hel zichtbaar zijn geworden.
Daar voelt hij eigenlijk voor het eerst aan den lijve de band met zijn vele vermoorde familieleden. Wat zijn ouders hem nooit verteld hebben wordt hier tastbaar en voelbaar.
Hoop
Je kunt er iets van mee beleven in de vele schilderijen en keramische beelden die in dit boek gefotografeerd zijn.
Beelden van leed dat niet incidenteel plaatsvond, maar het hele leven doortrok.
Het meest gruwelijke kwaad was alledaags en letterlijk heel doodgewoon geworden! Dat maakt ook dat het nauwelijks te bevatten is wat daar gebeurd is. Marc en Henny hebben na terugkomst in Nederland vele onrustige nachten beleefd. Met gruwelijke beelden van de verschrikkelijke dingen die joden zijn aangedaan. En er was maar één manier om dat te verwerken: tekenen, schilderen, beelden maken. Met allerlei middelen hebben ze het onmenselijke en afschuwelijke in hun onbarmhartige naaktheid uitgebeeld en zo confronterend mogelijk weergegeven. Je zou zeggen met recht kunnen zeggen: ontzettend mooi…! Of, zoals uitgever Kok bij monde van Albert de Vos het treffend verwoordde: 'Te waar om mooi te zijn.' Toch blijft het daar niet bij. Het kwaad heeft niet het laatste woord. Er is ook uittocht, overleven, hoop, uitredding.
Lijden is loutering, er is perspectief. Dat wordt duidelijk in de schilderijen en de beelden. De doden zullen herrijzen. Op individueel niveau heeft De Klijn het zelf ervaren: hij hervond zijn identiteit in de gekruisigde en opgestane Heer.
Daardoor kon hij het verleden achter zich laten, en een nieuw leven beginnen.
Maar op macroniveau zal het ook gebeuren. Er liggen in de visie van De Klijn nog vele onvervulde beloften voor het volk Israël. Schitterend zoals het licht het op diverse schilderijen toch wint van de beklemmende duisternis met zijn helse taferelen. Dat perspectief hebben we volgens De Klijn nodig, als we straks te maken krijgen met een nog ergere Shoah: het oordeel, de verdrukking van de eindtijd waarvan Israël het middelpunt zal vormen. Blijf dan geloven dat het nieuwe
Jeruzalem zal nederdalen uit de hemel…
Van argwaan tot blijdschap
Hoop is er ook, wanneer de band met de nog overgebleven levende joodse broeders en zusters hersteld en be-leefd wordt. Dat heeft De Klijn zelf ervaren tijdens een ontmoeting met een klein aantal Joden in een kleine synagoge te Lodz. Aanvankelijk was er aan joodse kant schuchterheid en angst. Maar als het handjevol bezoekende christenen schuld belijdt en zingt over de zegenrijke toekomst van het joodse volk, breekt het ijs. Zeker als dan uit de mond van christenen ook nog de toekomstvisioenen van de profeet Jesaja klinken. Zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt, en het lijkt alsof zij daardoor het bijkans stoffig geworden geloof in de God van Israël weer herwinnen. De argwaan maakt plaats voor blijdschap.
Overigens niet alleen bij deze joden, óók bij de jood De Klijn. Het wordt voor hem het moment waarop hij zijn eigen plaats binnen het joodse volk weer ontdekt na jaren van vervreemding en miskenning.
Zijn gereserveerdheid tegenover zijn eigen volk verdwijnt. Hij voelt zich weer verbonden met hen. Ik kom als jood eindelijk thuis, dat is het gevoel wat Marc de Klijn hier overkomt. Eerder ontdekte hij dat hij zijn joodse identiteit in Christus niet hoefde te verloochenen, hier beleeft hij het. Vroeger voelde hij zich in de synagoge christen, en in de kerk meer en meer jood, nu weet hij zich één met zijn volk als Messiasbelijdende jood. Eindelijk thuisgekomen.
Vragen
Tot zover het verhaal van Marc de Klijn.
Een lees- en kijkboek dat je tot nadenken stemt. Ik zelf heb het gevoel dat het verhaal nog niet af is. Uiteraard, zegt u misschien, zijn leven is ook nog niet af.
Maar dat is het niet alleen. De ontwikkeling van de auteur is m.i. nog niet uitgekristalliseerd.
Daarom eindig ik met wat vragen en opmerkingen, richting de auteur maar ook richting onszelf.
1. De verhouding tussen christenen en joden is nog steeds moeizaam.
Enerzijds is er sprake van antisemitisme, anderzijds van filosemitisme.
Je hebt christenen die zich uitvoerig verdiepen in de talmoed en allerlei rabbijnse geschriften. Je ontmoet ook zogenaamde 'Christenen voor Israël', die op allerlei manier hun liefde voor het Joodse volk tot uitdrukking willen brengen. De Klijn is naar allerlei kanten kritisch. Toch hebben juist christenen in het leven van De Klijn op cruciale momenten een beslissende rol gespeeld bij het hervinden van zijn joodse identiteit. Zij hebben –om het in de woorden van Paulus te zeggen- door hun belangeloze liefde en oprechte interesse Marc de Klijn tot jaloersheid verwekt.
Daardoor vond hij Christus, daardoor kwam hij thuis als jood.
Is dit de manier (een luisterend oor gepaard aan een expliciet getuigenis), of een manier om bij joden jaloersheid op te wekken? Zou het misschien óók of misschien wel vooral via de omweg van de liefde tot het verlorene in het algemeen aan, zoals drs H. de Jong in zijn artikelen in Opbouw 16-18 van dit jaar heeft betoogd? Wat mag van ons, christenen, verwacht worden?
2. Marc de Klijn zegt eindelijk thuisgekomen te zijn. Eerst anoniem jood, vervolgens gedoopt christen, nu Messiasbelijdende jood. Wat is nu precies dat thuiskomen? Het lijkt méér te zijn dan een diep gevoel van verbondenheid met zijn joodse volk. Het uit zich bij De Klijn ook in het vieren van de shabbat, de bijbelse feesten en allerlei joodse symboliek.
Dat is iets wat je binnen onze gemeenten niet vindt, wèl bij gemeentes van Messiasbelijdende joden. De laatste tijd heb ik verschillende reformatorische christenen ontmoet, die zich bij zo’n gemeente hebben aangesloten.
Ook zijn er charismatische gemeentes of groepen die joodse elementen in hun vieringen hebben opgenomen.
Zouden we werkelijk die kant uit moeten, en een soort van Joodse-wortels-belijdende christenen moeten worden? Verrijken we ons zelf daarmee, is het zelfs onmisbaar of zou het ook gevaarlijk kunnen zijn? (Gal. 5:1, Col. 2: 16,17)?
3. Marc en Henny de Klijn moeten niets hebben van de vervangingstheologie, kort gezegd: de kerk heeft de plaats van Israël ingenomen.
Zij zien tot aan het eind van de geschiedenis een eigenstandige plaats weggelegd voor Israël. Niet alleen dat er nog veel onvervulde beloften zijn, maar ook dat de joden een eigen missie en voorbeeldfunctie voor de wereld hebben.
Het blijft volgens de De Klijns hun opdracht om een kanaal van zegen te zijn voor de wereld (Gen. 12:3). Mijn vraag is: Is niet in de loop van de heilsgeschiedenis duidelijk geworden, dat die zegen voor de wereld niet los-van-Christus tot stand komt? (vgl. Gal. 3:14) Tegelijkertijd: hebben wij nog niet veel te verwachten van Gods liefde voor zijn eerste volk Israël, dus ook van zijn beloften? Gaat het buiten God, dat de joden op bijv. het gebied van wetenschap en kunst vaak zo opvallend hoog scoren? Het lijkt erop dat ze soms ongewild een aparte plaats innemen.
4. In de noten en de literatuurlijst kom je van alles tegen. Maar ik mis daarin 'Handelingen 7', een van de boeken van drs. H. de Jong. Deze prekenbundel gaat uitvoerig en indringend in op de thema’s, die Marc de Klijn ook bezighouden.
Ik wil maar zeggen: het boek stimuleert tot nadenken en discussie. Ik besef dat de prijs van het boek hoog is, maar wie het een keer gezien heeft zal het óf graag zelf willen hebben óf cadeau willen doen. En dat komt goed van pas in de cadeaumaand die december vanouds is.
Naar aanleiding van Marc de Klijn, 'De doden zullen herrijzen. Een persoonlijke verwerking van de shoah', 176 blz., Kok Kampen 2004, prijs 65,00 euro