De Heer is mijn herder
2009-08-28
Ik heb mijn schoonmoeder zeven jaar meegemaakt. Veel te kort. Ze was een hartelijke vrouw met een opgewekt karakter.- Jaargang 53
- nummer 17
Ik herinner me mijn eerste telefoongesprek met haar. Het was zakelijk en duurde niet lang. Ik belde op, omdat ik belangstelling had voor haar dochter. Spannend, want je weet niet wie de telefoon gaat opnemen. Misschien één van haar broers of haar vader. Ik had geluk: het was haar moeder. ‘Nee, Coby is niet thuis. Ze is naar de bibliotheek.’ Haar stem weerklonk in de gang waar ik later veel voetstappen heb gezet. Ze had een zwak hart. Ondanks haar kwetsbare gezondheid had ze altijd een glimlach op haar gezicht; was ze altijd vriendelijk.
Het was een zwaar bericht toen de arts haar zei: u hebt nog vijf jaar. Maar de glimlach bleef. Zelfs toen ze in de kerk een keer was flauwgevallen en op een brancard lag, bleef ze glimlachen. Ze accepteerde de realiteit. Ze genoot van de kleinkinderen. Mijn dochter zette haar eerste stapjes aan de hand van mijn schoonmoeder. Wat zal er een strijd zijn geweest achter haar vriendelijke ogen. Met het opgroeien van haar kleinkinderen tikte langzaam de tijd weg die haar nog gegeven was. Haar zwakke gezondheid legde haar beperkingen op. Toch ging elk weekend de la van de secretaire open en werd het luchtpostpapier tevoorschijn gehaald. Ze schreef brieven aan dat deel van haar kinderen dat in het buitenland woonde. Toen de trap in huis uitgroeide tot een onneembare hindernis, werd er een traplift geïnstalleerd. Uiteindelijk werd ze opgenomen in het ziekenhuis. Het speciaal voor haar ingerichte zitkamertje kon ze niet meer in gebruik nemen. Uit mijn werk ging ik naar haar toe in het Sint Franciscus Gasthuis.
We praatten met elkaar. Ik las haar een psalm voor. Ze overleed in 1996. De vijf jaren waren voorbij. Ze werd zeventig jaar oud. Jong nog. Maar ze kon niet meer. Ze was op. De mussen in de achtertuin moesten het voortaan zonder haar stellen. Er was niemand meer die hen de broodkruimels toewierp die op het tafelkleed waren achtergebleven.
Ondanks haar zwakke gezondheid was 'moeder' altijd de steunpilaar, het middelpunt geweest. Ze liet dan ook een grote lege plek achter. Coby combineerde haar tranen met de dagelijkse verzorging van drie kleine kinderen.
Spoedig zou er een vierde bij komen. Ik had het druk met werk en kerkenraad. Een volle agenda eiste mijn aandacht op. Verdriet en verwerking moesten genoegen nemen met een heel klein plekje in de dagelijkse drukte. Het leven ging immers gewoon door? Zo eist een druk leven met een jong gezin – hoe fijn ook op duizenden manieren – zijn tol. Want het wegvallen van een steunpilaar valt niet te verdoezelen. Pijn en verdriet kunnen misschien een poosje naar de achtergrond gedrukt worden, maar na verloop van tijd banen ze zich als een boomwortel door het asfalt een weg naar buiten. Ik had graag veel meer tijd met mijn schoonmoeder willen doorbrengen. Praten over van alles en nog wat. Over Coby. Als man ben je toch altijd op zoek naar de gebruiksaanwijzing van je vrouw. Praten, misschien over het geloof?
Op de grafsteen staat 'De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets'. Eenvoudig. Compleet. Meer heb je niet nodig. Zo was mijn schoonmoeder. Zonder opsmuk. Gelovig en vertrouwend op de Heer.
Jan Smit