Het evangelie van Gods barmhartigheid
2004-12-12
Met bovenstaande titel vat ds. F. van Deursen, in een nieuw deel van ‘De Voorzeide Leer’, de inhoud van de Romeinenbrief samen. Collega Van Deursen schreef geen commentaar maar een parafrase. Hij vertelt na wat Paulus schreef. Op die manier poogt hij te ontkomen aan een indirecte en afstandelijke betoogtrant.- Jaargang 48
- nummer 24
Dubbel
Zijn parafraserende aanpak leverde me onder het lezen een dubbel gevoel op.
Meer dan eens komt de tekst heel direct op je af. Je begrijpt meteen wat Paulus’ bedoeling is. Een dergelijke ervaring deed ik bijvoorbeeld op bij het lezen van Romeinen 9:17, een vers waarin wordt teruggeblikt op uittocht en i.h.b. op de verharding van de Farao van Egypte. Paulus komt hierover te spreken in verband met de vraag of God niet onrechtvaardig is. (vs.14). Hij ontkent dit. Van Deursen hertaalt Paulus’ woorden dan als volgt Toen Mozes het volk dat Góds eigendom was voor de HERE terugeist, weigerde Farao het gestolene op Gods rechtvaardig bevel terug te geven. Dáárom is hij tenslotte verloren gegaan. Niet omdat het bij voorbaat vaststond dat hij verloren moest gaan, maar omdat hij zich verhardde.
En dán kan de Here mensen die zich zó verhardden nog verder verharden.
Dat bleek toen. (pg.150) Minder positief vind ik dat Van Deursen zijn woorden met die van Paulus mixt zodat niet goed meer na is te gaan wat uit wiens koker komt. Dit effect neemt toe omdat hij zijn parafrase ook nog eens met allerlei andere woorden van Paulus lardeert. Van Deursen laat Paulus m.i. soms meer zeggen dan hij op dat moment schrijft. Opnieuw een voorbeeld.
In hoofdstuk 12:12 staat geschreven: ‘Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking’. In de woorden van Deursen: Thans doet u dit nog in dit moeitevolle heden, maar laat uw blik daarbij gericht zijn op de toekomst.
‘Want’, zoals ik u al schreef, ‘ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden’, 8:18-30. Laat die hoop u voortdurend vervullen met onuitroeibare blijdschap. Ik sprak al over de vervolgingen en verdrukkingen, die wij omwille van ons geloof in Christus moeten verduren, 5:3. ‘Uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om die te verslinden’, 1 Petr.5:8. In de wereld ontmoet u haat. Houd geduldig stand in al deze verdrukking. Door de kracht van de Heilige Geest kunt u dat, 15:13. (pg.193) Als ik eerlijk ben, vind ik verklarende teksten die de parafrases verbinden sterker en meer verhelderend dan de parafrases zelf.
Zeggingskracht
Wie ds. Van Deursen wel eens heeft horen preken, weet dat hij het vaak raak kan zeggen. Kenmerkend daarbij zijn de eigen accenten die hij zijn zinnen meegeeft. In zijn boek wemelt het dan ook van de accentstreepjes, zodat je het hem als het ware hóórt (!) zeggen.
Het boek zit vol prachtige, krachtige zinnen: ‘Wat rails is voor de trein, zijn Gods geboden voor de mensheid.
Ontsporing is rampzalig’(42) Als moderne en postmoderne mensen zijn ook veel christenen ahistorisch ingesteld.
Voor hen is de mensheid ten diepste een optelsom van miljarden individuen.
Vergelijkbaar met een hoop los zand, waarvan de korrels naast elkaar liggen, maar niet aan elkaar verbonden zijn. Maar in werkelijkheid lijkt de mensheid meer op een druiventros. (82) Karakteristiek voor het werk van ds.
Van Deursen is ook zijn aandacht voor de historische achtergrond van de brief.
Op rake wijze schetst hij de situatie waarin de eerste adressanten zich bevonden en zet hij ook uiteen waarom Paulus een brief schrijft aan een gemeente die hij tot dan toe nog nooit had bezocht. Ook krijgt de lezer een handvol verklaringen mee van veel terugkerende begrippen. Dergelijke informatie helpt echt bij het lezen van de toch wel moeilijke Romeinenbrief.
Israël
Op punten waar de uitleg vaak uiteen gaat, maakt ds. Van Deursen duidelijke keuzes. Keuzes waar de één blij mee zal zijn en een ander zich aan zal storen.
Als het n.a.v. Rom. 11:16-22 bijvoorbeeld over ‘kerk en Israël’ gaat, schrijft hij: In onze begrippen uitgedrukt: de kerk is niet in de plááts van Israel gekomen, maar door een proces van takken wegbreken en takken enten is Israël uitgegroeid tot de heilige, algemene christelijke kerk. (172) Een ander heikel punt betreft de uitleg van Rom. 7:14-26 waar Paulus o.a. uiteen zet hoe hij telkens doet wat hij niet wil doen. De vraag luidt: handelt de tweespalt die Paulus beschrijft over de periode van vóór zijn bekering of over de periode waarin hij Christus al heeft leren kennen? Van Deursen kiest voor de laatste optie. Ook gelovigen kunnen kunnen levenslang door hun hartstochten en karakterzonden worden overvallen.
‘Maar’, zo vervolgt hij, ‘gelovend in de macht van Christus wanhopen zij niet, doch ‘bieden zij telkens sterke tegenstand, totdat zij eenmaal voorgoed de overhand behouden’ (vgl. H.C., zo.52a). Want ‘over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die ons heeft liefgehad’, Rom.8: 37. (pg.110) Het is werkelijk ‘het evangelie van Gods barmhartigheid!’
N.a.v. ‘Romeinen’ (De Voorzeide Leer, deel 1T) door F. van Deursen; Buijten en Schipperheijn; ISBN 90 5881 153 0; 252 blz; € 25,-