Motiveren en begeleiden
2004-12-12
Een fors probleem in het jeugdwerk van vandaag de dag is het werven van vrijwilligers. Steeds meer kerken hebben te kampen met een jaarlijks terugkerend tekort aan mensen die zich inzetten binnen de kerk voor allerlei taken in het jeugdwerk. In zulke situaties is de natuurlijke neiging om alles wat nog ademt en wel wil, in te gaan zetten voor allerlei openstaande taken.- Jaargang 48
- nummer 24
Juist op dit soort momenten is het goed om na te denken over de visie achter het werven en misschien nog wel belangrijker het houden van vrijwilligers.
Want in de opluchting van het toezeggen van een vrijwilliger, vergeten we vaak ook dat het belangrijk is deze mensen te begeleiden en voorwaarden te scheppen om hun taak goed uit te kunnen voeren. Een artikel geïnspireerd uit de vragen vanuit het werkveld, een leiderschapstraining die ik gevolgd heb van Keith Coth (Willow Creek) en bevindingen vanuit de
praktijk van het werken met vrijwilligers…
Taakomschrijving
Wat we heel normaal vinden in het bedrijfsleven, vergeten we nogal eens binnen de kerk. Als we iemand gaan benaderen voor een bepaalde taak is het essentieel om de taak glashelder te hebben. In het verleden zijn mensen te vaak afgeknapt op het feit dat ze gevraagd werden voor anderhalf uur op een vrijdagavond eens in de twee weken en het achteraf ook nog betekende: met de jongeren een weekend op kamp gaan, alle uitnodigingen maken en verspreiden, drie teamvergaderingen bijwonen, twee jeugdraadsvergaderingen, elke maand een stukje voor het kerkblad schrijven, minstens een dagdeel voorbereiding als je zelf een avond moet leiden, een bijdrage leveren met je club in een kerkdienst, het volgen van een training van het NGJ en overleg hebben met het jeugd- en jongerenpastoraat.
Kortom, een tijdsinvestering die veel hoger ligt dan de eerste vraag impliceerde.
Verder kun je constateren dat vrijwilligers vooral bereidt zijn zich in te zetten op terreinen waar ze persoonlijk door kunnen groeien en wat ze iets oplevert. Een eerlijke taakomschrijving, met een overzicht van de kosten en baten, is de start van goed vrijwilligerswerk.
Gaven en talenten
Op het moment dat de taakomschrijving helder is, is het belangrijk om jezelf af te vragen wie ervoor in aanmerking kan komen. Niet allereerst op grond van zijn of haar beschikbaarheid, maar meer op grond van zijn of haar gaven en talenten. Wat vraagt een bepaalde taak van iemand? Waar ligt iemands hart? Iemand die op grond van een gave en een persoonlijk verlangen ‘ja’ zegt op een functie, heeft meer toekomst dan iemand die het doet uit plichtsbesef. De andere kant is dat je als kerk daarin ook een verantwoordelijkheid hebt. Een verantwoordelijkheid naar jongeren, om te zorgen dat ze de beste leiders krijgen.
Een verantwoordelijkheid naar je leden, door voorwaarden te scheppen waarbinnen ze hun eigen (geestes) gaven te kunnen ontplooien ten dienste van het lichaam van Christus, de kerk. De grootste valkuil is dat dit gebruikt gaat worden als geestelijke saus. ‘Ja Pieter, ik heb er echt voor gebeden en ik denk dat dit de plek is waar God je wilt hebben!’. Neem je gedachten hierover in gebed. Maar stel de vraag eerlijk. Daag degene die je wilt vragen ook uit hierover na te denken en tijd te nemen hiervoor te bidden.
Voorwaarden
Als mensen dan toezeggen mee te gaan doen of de intentie daarvoor hebben, is het belangrijk om de voorwaarden te scheppen die ervoor zorgen dat iemand ook zijn of haar taak goed kan uitvoeren. Dat zijn vaak hele praktische. Bijvoorbeeld een jonge ouder die graag wil, maar eigenlijk wel elke twee weken oppas nodig heeft en geen geld heeft om dat te betalen. Een kerk kan dan voorwaarden scheppen door te zorgen dat er iemand komt oppassen. Je moet steeds meer ook op dat niveau gaan nadenken.
Hoe kan de kerk bijdragen zodat de inzet van deze vrijwilliger een succeservaring kan worden? Ik weet dat wij een lessenserie over vrijwilligerswerk openden met de stelling: vrijwilligers zijn je grootste kapitaal! Het werk wat deze mensen doen is waardevol en dat moet ook zo benaderd worden.
Begeleiden
Het werven van vrijwilligers is één ding, maar het houden van vrijwilligers is een tweede. Uit de verschillende belrondes die ik de afgelopen jaren heb gehouden blijkt dat veel kerken veel moeite doen om de vacatures te vervullen, maar dat maar weinig kerken moeite doen om hun vrijwilligers te houden. Maar wil je mensen op lange termijn behouden, dan is goede begeleiding essentieel. Al is het maar minimaal door jaarlijks iemand op pad te laten gaan en te horen hoe mensen hun taak hebben ervaren. Het NGJ heeft voor het clubwerk al een paar jaar geleden het programma chill-out geschreven, wat te downloaden is op de site en je kan helpen om de verschillende terreinen te evalueren.
Maar evalueren is het eind van het proces, net zoals de voorwaarden scheppen het begin is. Begeleiden is een proces waarin je mee oploopt, regelmatig terugkoppelt en regelmatig positief bevestigt. En als leiders langer leider zijn is het goed om na te denken over een vorm van ontwikkeling.
Meer verantwoordelijkheden geven die betekenis hebben en een duidelijk doel.
Positief bevestigen
Iemand in het zonnetje zetten is iets wat we niet zo snel gewend zijn te doen. Want dat hoort op één of andere manier niet zo. Het meest christelijke argument daarvoor is dat het niet gaat om mensen eer maar om de eer van God. Ik ben ervan overtuigd dat God geëerd wordt als mensen op de juiste plaats, met de juiste gaven bezig zijn in Zijn koninkrijk! Ik moet denken aan het moment waarop Jezus Petrus prijst om zijn antwoord op de vraag wie zeggen jullie dat ik ben! Door het prijzen van Petrus wordt God grootgemaakt. Laten we dus meer werk maken van het positief bevestigen van onze vrijwilligers. En geef ook complimenten voor het gewone.
Bel ze een keer op, gewoon om te zeggen dat je waardeert wat ze doen!
Schrijf een dank-je-wel-kaartje voor de leider van de club waar jou kind op zit!
Geef aandacht aan hun verjaardag, verras ze met een klein cadeautje om te inspireren. Wat ik zelf wel eens gedaan heb is een kleivorm gegeven met het verhaal erbij dat zij de mogelijkheid hebben om jongeren te vormen. Op dit moment ligt op mijn bureau een mini honkbalknuppel met ‘swing away’ erop geschreven, die mij herinnerd aan de leiderschapstraining die ik heb gevolgd en mij motiveert om elke keer te gaan voor waar ik mee bezig ben. En zo heb ik meer dingen die ik bewaar en koester.
Een klein sleuteltje aan mijn sleutelbos, een boekenlegger in mijn Bijbel en een kaart met vijf broden en twee vissen die tegenover mijn bureau hangt.
Allemaal tastbare positieve bevestigingen die iets betekent hebben en mij mede motiveerden voor het werk waar ik mee bezig was.
Waar doe je het voor?
De afgelopen EA tiener- en jeugdleidersdag had dit thema. Een vraag die essentieel is om te beantwoorden. Als mensen bezig zijn in een kerk en niet goed weten waarvoor ze het doen, dan heeft dat meestal twee dingen te betekenen.
Ze weten niet goed waarmee ze bezig zijn, omdat hun taak niet helder is of ze hebben het grotere plaatje niet helder. Ze zijn niet meegenomen in de visie op het jeugdwerk. Alleen jeugdwerk doen, om het doen, heeft weinig zin. Jeugdwerk doen met een doel geeft richting en beweging aan het geheel. Op die manier worden leiders ook onderdeel van het jeugdwerk. Op de vraag: heeft het zin? Moet meer geantwoord worden dan een simpel ‘ja’!