Kerkelijke huwelijksbevestiging

2006-04-28
  • Jaargang 50
  • nummer 9
In de (vrijgemaakt) Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Fryslân en Drenthe van 31 maart stond een opmerkelijk artikel over kerkelijke huwelijksbevestiging. Het is afkomstig van de kerkenraad van de GKV te Bedum, en geschreven door de plaatselijke predikant, ds. A. van der Sloot. Hij neemt zijn uitgangspunt in artikel 70 van de kerkorde, in de gemoderniseerde versie van de GKV: ‘De kerkenraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.’ Hij constateert dat er twee hardnekkige misverstanden bestaan over de kerkelijke huwelijksbevestiging: a) je moet er belijdend lid voor zijn; b) je kunt de huwelijksbevestiging gebruiken als tuchtmiddel. Van der Sloot schrijft daarover:

a. () Wanneer man en vrouw één willen zijn in de Here, zal dat ook tot uitdrukking komen in de gezamenlijke kerkkeus. Daarom is het goed voor te stellen dat ernaar gestreefd wordt dat bruid en bruidegom eerst hun geloof in de Here belijden. Je kiest eerst voor God en daarna voor elkaar. Toch staat niet in de K.O. dat alleen huwelijken van belijdende leden kerkelijk bevestigd kunnen worden. En een dergelijke regel is ook niet stilzwijgend bedoeld. In 1978 is door de synode de Kerkorde inhoudelijk en taalkundig herzien. Uit de kerken is toen de suggestie gekomen om toe te voegen: ‘alleen huwelijken van belijdende leden’ of iets ruimer: ‘als regel alleen belijdende leden’.
De Generale Synode heeft deze aanvullingen echter bewust niet overgenomen.
Als argument is genoemd: ‘De pastorale verantwoordelijkheid van de kerkenraad behoort niet te gedetail-
leerd te worden geregeld.’ Met andere woorden: er moet altijd ruimte zijn voor de eigen pastorale verantwoordelijkheid.
() b. Bij die zo pas genoemde ‘eigen pastorale verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerkenraad’ aansluitend, kan ook worden genoemd dat het weigeren van een kerkelijke huwelijksbevestiging nooit een tuchtof strafmaatregel kan zijn. Dat is pertinent oneigenlijk gebruik van deze bevestiging. De Kerkorde is duidelijk: er zal op worden toegezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden. Zonder uitzondering! Natuurlijk kunnen er overwegingen zijn die zo’n huwelijksbevestiging belemmeren, bijvoorbeeld leer en/of leven van de betrokkenen. Maar dat is dan weer aan de kerkenraad om te beoordelen. In een artikel uit 1892 (!) van kerkrechtdeskundige F.L. Rutgers (Kerkelijke Adviezen) is te lezen: “De huwelijksbevestiging is niet anders dan de openlijke verbintenis van de te huwen personen tot hetgeen de Here in zijn woord van gehuwden eist - de openlijke verklaring, in de naam van de Here door zijn kerk gegeven, dat zij van nu af als man en vrouw mogen samenleven - en daaraan verbonden, de openlijke inroeping van de zegen van de Here over dit door de Here gewilde huwelijk. Voor de christen nu is zulke bevestiging nodig om te maken dat zijn huwelijk niet heidens zij, of slechts een burgerlijk contract, maar om het in hogere zin wettig te doen wezen. Bij een geoorloofd huwelijk moet dus door de kerk altijd op kerkelijke bevestiging worden aangedrongen, en mag zulke bevestiging dan ook nooit geweigerd worden.
Weigering mag alleen, en moet dan ook, wanneer het huwelijk zelf tegen Gods Woord ingaat. (...) Maar het zou een ongerijmdheid, ja de tegenstrijdigheid zelve zijn, wanneer enerzijds de kerk van twee mensen zegt: naar Gods Woord moeten zij trouwen, en dat anderzijds diezelfde kerk tegelijk zegt: maar ik wil het hun, zoveel in mij is, onmogelijk maken, door de kerkelijke bevestiging hun te ontzeggen.”

Van der Sloot vervolgt:

Hieruit valt te leren dat we in de bestaande praktijk in onze gemeente te idealistisch zijn geweest. Wat een goed gebruik is en waartoe alle mensen op te roepen zijn, namelijk ‘eerst samen belijdenis doen en dan trouwen, is tot een kerkelijk voorschrift verheven. De gevolgen daarvan hebben bij sommigen onder ons tot verdriet geleid. We denken daarbij bijvoorbeeld aan doopleden die onverwachts ‘moesten trouwen’ en nog geen belijdenis hadden gedaan. Naast alle moeite die ‘het moeten trouwen’ meebracht, kwam ook nog het verdriet niet in de kerk te mogen trouwen.() De kerkenraad meent op dit jarenlange beleid dat ‘alleen huwelijken van belijdende leden kerkelijk bevestigd mogen worden’ terug te moeten komen en terug te keren naar de kerkelijke afspraak zoals die is vastgelegd in artikel 70 K.O. en wat de synode van 1978 daarover heeft gezegd. We hebben ons voornemen om dit te doen eerst ook nog aan de laatstgehouden classis Groningen voorgelegd. De classis bleek hiermee geen moeite te hebben.
Meerdere kerken bleken de praktijk zoals wij die hier kenden niet meer te hebben. Als kerkenraad willen wij uitspreken, dat wij het betreuren, dat genoemd kerkenraadsbeleid in het verleden broeders en zusters soms pijnlijk heeft getroffen. We hopen dat zij ons dat kunnen vergeven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief