Kerstverhaal

2004-12-24
  • Jaargang 48
  • nummer 25
In de tuin lagen de planten plat van de regen. Iris Korbijn, die voor het raam de tuin in keek, vond eigenlijk dat dat niet hoorde in deze tijd van het jaar. Bijna Kerst en niets dan regen...
'Ik wou dat we nou eens een echte Kerst kregen,' zei ze. 'Met sneeuw en met de open haard aan en met...' Tim, haar broer, wachtte de rest van haar wensdroom niet af en vulde een beetje sarcastisch aan: 'Met een zielige familie die op onze stoep staat te blauwbekken. En moeder die ze naar binnen sleurt om bij ons gebraden kalkoen te eten. En dan zijn ze ons diep dankbaar. Hè, hè !' 'De enige familie die het nu koud heeft, dat zijn die Afrikanen van de overkant. En wij eten nooit kalkoen met Kerst,' zei Iris. Ze nam dingen van alle dag en zelfs haar twintigjarige broer serieus. 'Wij eten alleen maar kip of rollade.' Peinzend voegde ze er aan toe: 'Maar die zijn altijd een beetje te donker.' Tim grinnikte.
Hun vader, die achter zijn krant zat, zei ongerust: 'Willen jullie ophouden over zielige families op de stoep en over verbrande kip? Straks hoort jullie moeder het nog en zoekt ze vervanging voor tante Froukje.' Tante Froukje was moeders tante, die de Kerst vaak bij het gezin Korbijn bracht en in staat was om zelfs een engel zijn humeur te laten verliezen.
Ze maakte altijd ruzie met haar dochters.
Dit jaar was alles pais en vree tussen de familieleden en meneer Korbijn verheugde zich in stilte op een Kerst zonder de scherpkritische opmerkingen van tante Froukje.
'O ja,' zei Iris. 'Niet zo handig.' Moeder Korbijn kwam net op dat moment de kamer binnen en vroeg: 'Wat is niet handig, lieverd?' Ze was een hartelijke, kordate vrouw die, zoals ze het zelf uitdrukte, 'deed wat haar hand vond om te doen' en meer dan dat: een jongen die met schilderijen van ganzen langs de deur ging om wat bij te verdienen, had zichzelf beteuterd teruggevonden op de bank van de familie Korbijn met een bord boterhammen op zijn knie en een kop thee in de hand.
'Want,' had moeder Korbijn gezegd, 'Zo'n hongerige jongen die langs de deuren met prentjes loopt. Dat begroot me er om.' 'Wat is niet handig lieverd?' herhaalde mevrouw Korbijn.
'Iris wil een echte Kerst. Een witte,' leidde Tim af.
'Witte Kerst! Kind, daar hangt Kerst toch niet vanaf,' zei mevrouw Korbijn geschokt.
'O, nou ben ik zeker weer een heiden omdat ik een witte Kerst wil.' Verongelijkt keek Iris de kamer rond.
'Als hier in huis iemand nog niet weet dat we met Kerst de komst van Jezus vieren, moet hij wel met molentjes lopen.' Mevrouw Korbijn negeerde de woorden van haar dochter. 'Ga even voor me naar de supermarkt. Ik moet nog een paar pakken bakmeel en boter hebben,' zei ze.

Iris liep naar de supermarkt.
Onderweg passeerde ze de moeder en een meisje van het Afrikaanse gezin dat een paar weken geleden in de straat was komen wonen.
Ze knikte. De vrouw knikte vriendelijk terug en het meisje dat van Iris' leeftijd was, lachte.
Iris bedacht dat haar moeder vast zou vragen of ze al een beetje gewend waren, maar dat zei je niet. Niet tegen iemand van zeventien en ze zei om toch iets te zeggen: 'Wat een regen hè?' Het meisje keek naar de grauwe lucht en kneep haar donkerbruine ogen half dicht. 'Het is droog,' antwoordde ze koeltjes.
‘O. Nou ja, ik bedoelde ook vanmorgen.' Iris vond zichzelf onnozel klinken en stapte vlug verder. Ze hoefde in ieder geval geen medelijden te hebben met dat meisje. Die redde zich wel.

In de supermarkt liep ze de twee weer tegen het lijf. Het meisje pakte twee pakken couscous uit een stelling.
Ze had haar mand op de grond gezet en nam nog twee pakken.
Iris 'moeder had één keer couscous gekookt en Iris huiverde nog als ze terugdacht aan de kleverige bal die op haar bord had gelegen. Ze vermoedde dat haar moeder het niet goed had klaargemaakt, maar een tweede keer proberen was voor haar niet nodig.
Ze keek even schuin opzij wat er nog meer in hun winkelmandje lag: paprika, vlees, boontjes en zo. Niets uitheems.
Vlak naast hun mandje stond het winkelmandje van een oude dame. Het donkere meisje zag dat de vrouw haar mandje opwilde pakken en bukte zich voorkomend om het haar aan te geven.
'Geef hier.' Met een snauw graaide de vrouw haar mandje uit de handen van het meisje en stopte de portemonnee die boven in het mandje lag, in haar mantelzak.
Iris bloosde van plaatsvervangende schaamte.
Haar ogen ontmoetten die van het meisje. In de donkere ogen las ze verbijstering en woede.
Het meisje rekte zich uit en zei met haar kin in de hoogte: 'Ik wilde helpen.' 'Ja ja, dat kennen we,' merkte de oude vrouw op. De blauwwaterige ogen keken een beetje triomfantelijk. Ze legde haar hand op haar jaszak en slofte weg.
Iris deed een stap naar voren. 'Trek je er niets van aan,' zei ze.
Het meisje haalde haar schouders op en liep verder. Haar moeder knikte even tegen Iris en volgde haar dochter naar de kassa.

'Ik schaamde me kapot,' zei Iris toen ze even later het voorval thuis vertelde.
'Wat een idioot mens was dat!' 'We moeten die mensen vlug eens uitnodigen,' zei moeder Korbijn peinzend.
'Es kijken.' 'Niet met Kerst,' protesteerde vader.
'Je mag gastvrij zijn wanneer je wilt, maar niet met Kerst. Ik heb zo'n hekel aan dat obligate gedoe.' 'Nou,' zei Tim. 'Ik vind het wel wat hebben, zo'n familie over de vloer.
Dan heeft Iris tenminste ook haar ouderwetse Kerst.' 'We zien nog wel.' Moeder Korbijn liep naar de keuken en zette het bakmeel op het aanrecht.

De dag voor Kerst sloeg het weer om.
De wind werd guur en regen veranderde in natte sneeuw. Iris zag aan de overkant de donkergekleurde man en vrouw door de sneeuw lopen Ze droegen een paar volle tassen uit de auto en Iris veronderstelde dat ze het koud hadden. Als je altijd warmte gewend was. En dan sneeuw… Maar ondanks haar medelijden met de nieuwe overburen vond ze de sneeuw heerlijk.
Moeder Korbijn maakte appeltaart.
Ze wilde wat in voorraad hebben. Er kwamen tweede kerstdag vast nog wel mensen langs.
Ze zette de taart in de oven en stelde de tijdklok in. Vanavond werd de taart gebakken, dan was hij vers als ze uit de kerk kwamen.
'Maar Kerstavond en eerste kerstdag zouden stil zijn,'dacht ze weemoedig.
Vreemd dat je zo aan een slechtgehumeurde tante kon hechten.

Om negen uur begon de kerstnachtdienst waar ze alle vier naar toe gingen.
'Is alles uit?' vroeg moeder Korbijn in het algemeen. 'Gas, kaarsen, lampen?' 'Natuurlijk,' riep haar man .
'Moeder had gewoon een fobie met haar: zijn alle kaarsen uit,' dacht Iris en trok de deur achter zich dicht. Ze passeerden het huis van de Afrikaanse familie. Er stond een man voor het raam en in de vrijwel duistere kamer brandden kaarsen in een luchter.
Mevrouw Korbijn stak haar hand op en zwaaide, in de ogen van Iris net iets te uitbundig.
'Mam,' zei ze gegeneerd.
'Vriendelijke man,' knikte moeder Korbijn.
'Ik hoop dat ze voorzichtig zijn met die kaarsen.'

De kerkdienst was feestelijk en ingetogen tegelijk.
Toen de familie Korbijn een uur later de kerk verliet en naar huis liep, reed de brandweer hen voorbij, gevolgd door een politieauto..
'Och heden. En dat op kerstavond,' merkte moeder meewarig op.
Vijf minuten later sloegen ze de hoek om van de straat waar ze woonden.
'Ze staan voor ons huis.' Tim holde vooruit, gevolgd door de rest van de familie. Hun voordeur stond open en er liepen mannen in en uit.
'Wat?' bracht mevrouw Korbijn uit en greep een brandweerman bij de arm.
'Een fornuis dat in de hens is gegaan.
Uw huis? Niet zo slim, mevrouwtje om iets in een oven te laten staan,' zei een brandweerman joviaal.
'Maar het valt mee. Het stinkt alleen als de ziekte en alle stoppen zijn doorgeslagen. U boft dat uw buurman rook uit het zijraam zag komen en dat hij wist dat u weg was.' 'De appeltaart!' prevelde mevrouw Korbijn en keek verwezen naar de voordeur die nog open stond.
‘Buurman?' vroeg meneer Korbijn.
'De buren zijn met vakantie.' 'Dié.' De brandweerman wees over zijn schouder. Het donkere gezicht van hun nieuwe overbuurman stond bekommerd. Het meeleven straalde van zijn gezicht en van dat van de kleine vrouw naast hem.
'De lichten en de verwarming doen het niet,' zei de brandweerman. 'U moet ergens onderdak zoeken.' 'Onderdak zoeken? Met Kerst?' De stem van mevrouw Korbijn sloeg over.
Een kleine donkere hand werd op haar arm gelegd. 'Mevrouw, u kunt bij ons komen, als u wilt.'

Drie kwartier later zat de familie Korbijn bij de familie Makamba aan de koffie en Iris kwam tot de ontdekking dat zij en Grace Makamba fan waren van dezelfde popgroep.
Ze keken naar de Kerstnachtdienst voor de televisie die om twaalf uur begon. Meneer Makamba zong mee met een diepe stem. In dulci jubilo.
Vreugde om de geboorte van de Redder van de wereld, lang geleden.
Iris keek even naar buiten. De natte sneeuw was weer overgegaan in regen.
Echt Kerst!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief